De voorvoeten van Theo Maasen

Ilse van der Velden ,

De VPRO Gids interviewde Theo Maassen in 2013, tijdens zijn eerste seizoen als gastheer van '24 uur met...'. Lees hier het hele interview.

Waarom heb jij hier ja op gezegd, toen je werd gevraagd? 
Theo Maassen: ‘Nou, gevraagd… Ik heb mezelf nogal opgedrongen.’

Opgedrongen? Haha! Hoezo? 
‘Na afloop van de opnames van mijn eigen sessie bij 24 uur met... heb ik na afloop meteen gezegd: als Wilfried ooit stopt, denk dan aan mij. Toen het zover was, belde de VPRO mij als eerste. Het idee was eerst om vijf uitzendingen met vijf verschillende vervangers te maken, maar dat zag ik niet zitten. Als ik het doe, wil ik het helemaal doen. Uiteindelijk heb ik de VPRO overtuigd.’

Hoe?
‘Ik heb ze een brief geschreven. Ik wil dit heel graag, ik wil hier góed in worden en ik hoop ook echt dat ik dit tien jaar kan blijven doen. Dus ik heb ze geschreven waarom ik denk dat ik de juiste persoon ben. Het zijn van die lullige zinnen, maar veel van wat ik kan en ben, komt in 24 uur met... goed tot z’n recht. In mijn voorstellingen, zeker in mijn try-outs, ben ik tegelijkertijd bezig met spelen, maar ik ben ook al bezig met later, en met nog later. Maar ik moet ook improviseren, en open staan voor wat er gebeurt; als iemand niest in de zaal kun je dat niet negeren. Dat speelt allemaal ook in zo’n programma als 24 uur met... Ik heb van tevoren een beeld van de gast, vragen die ik wil stellen en thema’s die ik wil aansnijden, maar tegelijkertijd ben ik bereid om alles overboord te zetten als zich op het moment zelf iets bijzonders voordoet.’

Op toneel sta je in het centrum van de aandacht, nu heb je een meer dienende rol. Ligt jou dat wel?
‘Ja. Ik ben niet iemand die oeverloos aan het woord is en de ander gebruikt als publiek. Wij moeten ons tot elkaar verhouden, die persoon en ik, daar komt het op neer. Zo’n etmaal heeft zijn eigen dynamiek; soms irriteer je je, of je trapt eens ’n balletje. Maar ook als het saai is, of ik spreek mijn irritatie uit, krijg je volgens mij leuke televisie. Ik geloof dat de ware aard van mensen zich pas openbaart als er obstakels zijn. Dan wordt het pas echt interessant. ’

Heb je een verlanglijstje? 
‘Ik zou graag een kok willen, een schrijver, en een humorist zoals Gummbah of Kamagurka. Uitblinkers. En politici. Rita Verdonk! Er moet ook een zekere urgentie zijn. Bij Ali B bijvoorbeeld is het dat hij zo’n fenomeen is. Wie ik ook dolgraag zou willen, is Louis van Gaal. Staat aan de top in zijn vak, maar is ook een hele moeilijke man. Het is denk ik het spannendst als er een mengeling is van irritatie en bewondering.’

En vrouwen? 
‘Ja graag, maar het is zó moeilijk om leuke vrouwen te vinden.’

Is dat geen onzin? 
‘Ze zijn er wel, maar het was niet makkelijk. Vrouwen zijn vaak te veel bezig met hoe ze overkomen. Hadewych Minis hebben we, die wilde ik heel graag; zij heeft pas dat enorme succes achter de rug met Borgman. Met Femke Halsema zou ik ook graag gaan zitten. En Anouk, omdat ze zo lekker ongezouten is.’

Hoe was de eerste keer? 
‘De eerste opnames waren met Daniël Arends. Die kende ik al, dus dat maakte het wat makkelijker. Maar ook lastig, want de kijker kent hem niet natuurlijk. Met Daniël, en ook met Ali B, had ik echt een maatjesgevoel. ’s Avonds, als we eigenlijk moesten gaan slapen, en ik schoof dan die bedjes tegen elkaar aan, waren we net twee neefjes op kamp die nog wat liggen kletsen in het donker. Daniël is misschien wel de interessantste cabaretier van dit moment. Met hem heb ik het veel gehad over afkomst en verleden; hij is geadopteerd. Ali kende ik alleen van tv, maar wat een leuke vent zeg. Met hem ging het over roem en religie. Hij is moslim, ik wilde weten hoe hij dat beleeft. Bij allebei was het prettig dat onderling de sympathie overheerst, want dan kun je ook kritisch zijn en ruzie maken zonder dat het echt heel naar wordt, dan kun je voluit gaan.’

Hoe bereid je je voor? 
‘Door in iemands werk te duiken. Dat laat ik dan een beetje gisten. Met veel mensen is er een soort overlap, een deel waarin je op elkaar lijkt. Het stuk waarin het verschíl zit, daar ben ik benieuwd naar. Ik heb wel thema’s waarover ik het wil hebben: je vak, je specialiteit, je doelen. Ambitie, inspiratie. Seks. De liefde natuurlijk. In 24 uur komt het leven zelf voorbij.’

Iemand komt binnen, en dan, zeg jij dan zoiets als ‘hoe gaat het’?  
‘Nee dat probeer ik te vermijden. Ja, dadelijk gaan mensen dat meteen allemaal vertellen! Het is natuurlijk een heel belangrijke vraag, hoe het gaat, de belangrijkste misschien wel. Maar als het goed is komt dat vanzelf boven tafel. Ik vind het fijn als het een beetje organisch gaat. Het belangrijkste is dat je beseft dat je de tijd hebt. Ik was op een gegeven moment alle besef van tijd verloren, bleek. Ik hoorde dat Wilfried altijd tot op de tien minuten kon inschatten hoe laat het was, maar ik zat er uren naast.’

Viel het mee of tegen? 
‘Het begin is even gek. Het is een beetje alsof je een vakantiehuisje binnenstapt: je kijkt even waar alles is, of je kunt springen op het bed en wat er al in de koelkast zit. Je vertrouwt op je voorbereiding, je intuïtie. Ik had natuurlijk geen idee die eerste keer; ik dacht het is een kolfje naar mijn hand. Maar poeh, het is moeilijk. Die bakken licht om je heen, de hele situatie; het geeft toch iets meer spanning dan ik van tevoren had ingeschat. Ik was zeker niet teleurgesteld na afloop, maar ook niet euforisch, zo van yes ik ben supergoed bezig geweest. Maar in de montage was ik die eerste keer blij verrast; goh, wat heeft die jongen veel gegeven, Daniël. Ik was bang dat ik niet genoeg materiaal had. Je bent altijd een beetje hebberig als interviewer. Oké dit heb ik nu, denk ik dan halverwege, da’s mooi, maar wat kan ik er nog meer uitslepen.’

Waarin verschil jij van Wilfried de Jong? 
‘Hij leunt wat meer achterover, is meer observerend. Ik sta meer op m’n voorvoeten, ik ben wat agressiever. Ik confronteer de ander sneller met hoe ík erover denk – waar die ander zich dan weer toe moet verhouden.’

Lange gesprekken worden op zeker moment persoonlijk. Waar ligt wat jou betreft de grens? 
‘Ik heb geen grenzen, als iemand emotioneel wordt of moet huilen, dan heeft dat toch bestaansrecht? Juíst. Het is ook geen sensatieprogramma, iedereen wordt met respect gemonteerd. Ik maak me daar helemaal geen zorgen over.’

Wat is het moeilijkst? 
‘Dat die ander zelf ook nog dingen wil. Jij wil rechtsaf, maar die ander gaat links en trekt mooi een streep door je plannetje. Nee, aan mij ligt het allemaal niet.’