Reactie Waternet op vragen van Argos uitzending 24 mei 2014

Reactie Waternet op vragen van Argos

1. Van wie kwam het initiatief om de 100% energie-eis in de uitzonderingsbepaling te gaan gebruiken? We weten dat wethouder al snel de norm heeft aangepast, maar we zijn er niet achter wie op die 100% is gekomen. Was dat Waternet? Het college?

Het 100% criterium is gebaseerd op het oorspronkelijke idee van een aantal ondernemers om 100% zonneboten te bouwen. Dit idee heeft in 2010 geleid tot het besluit een innovatiebepaling in de RPA op te nemen. Een besluit dat voorbereid is door Dienst Binnenwater Beheer Amsterdam (BBA, later samengegaan met Waternet).

2. Over de 50% norm die vervolgens is ingevoerd. Wie heeft die bedacht? 

De 50% norm kwam  tot stand naar aanleiding van een aantal insprekers en op verzoek van de politiek.

3. Na heel wat gesteggel kwam TNO erbij die samen met jullie de randvoorwaarden heeft beschreven. Wij hebben die voorwaarden voorgelegd aan een aantal studenten (onder supervisie van de experts op de hoge school) die zijn gaan rekenen op de haalbaarheid van die 50%. Zij zeggen dat er in jullie aannames 2 grote problemen te vinden zijn. Om te beginnen houden jullie geen rekening met schaduw. Onderzoek heeft aangetoond dat dat de effectiviteit van de panelen enorm beperkt, tot wel 60%. Waarom is dat niet meegenomen in de criteria om tot de 50% te komen? Wij zien nergens een compenserende formule om dat energie-lek te dichten.

De opmerkingen van de studenten zijn technisch-inhoudelijk correct, maar gezien de opdracht aan TNO om de aanvragen ikv de vergunningverlening  vergelijkbaar te maken niet relevant.

4. In allerlei aanvragen die we hebben gezien en die door jullie zijn gehonoreerd blijkt dat jullie uitgaan van een jaar-opbrengst van zonne-panelen. Het probleem daarmee is dat als boten niet varen en hun accu niet vol is, ze geen ‘extra’ energie kunnen opslaan. Oftewel, uitgaan van een jaar-opbrengst is niet realistisch, stellen ook de techniek-studenten die we dit hebben laten doorrekenen. Is die 50% daarmee wel een objectief criterium? Hoe is omgegaan met deze tamelijk in het oog springende terkortkomingen van het criterium?

Boten die niet varen kunnen hun energie wel degelijk opslaan door energie terug te leveren aan het elektriciteitsnet en later weer ophalen. Ze kunnen dus salderen. Dit is geborgd middels een vergunningvoorschrift waarin staat dat ze registeren hoeveel energie ze opwekken en hoeveel energie ze gebruiken.

Toelichting vragen 3 en 4:
Bij vergunningverlening is het vereist dat de aanvragen op een vergelijkbare manier worden beoordeeld. Daarom heeft Waternet TNO gevraagd voor de innovatieve aandrijflijn de aanvragen te beoordelen en vast  te leggen hoe de criteria van B&W daarbij zijn gebruikt. TNO heeft hiervoor een model gebruikt zodat zij op een vergelijkbare manier konden beoordelen wat de (modelmatige) energieopbrengst en verbruik van de schepen is. Op basis van dit model kon beoordeeld worden of de claim van de aanvrager aannemelijk was dat er aan boord voldoende energie werd opgewekt. De opdracht aan TNO was niet een (beter) model te bouwen.

5. In de aanvraag van de Hannekes Boot (die is toegelaten op basis van het zonnepaneel-energie criterium) kunnen wij geen enkele onderbouwing vinden voor de manier waarop die boot aan de criteria voldoet. Er zijn geen berekeningen over de hoeveelheid zonne-panelen etc. Op basis waarvan heeft deze boot dan wel een vergunning gekregen?

Hannekes Boot zat bij de eerste tranche die in juli 2012 is toegelaten. Het was een boot gemaakt op principes “cradle tot cradle” (100% kringloop), die bovendien 50% van de energie aan boord opwekt, door een combi van zonnecellen, energieopwekkende dansvloer en zonodig waterfietsen.

6. In de procedure die gevolgd is rondom het uitzonderingscriterium van 50% heeft TNO beoordelingen naar jullie gestuurd, die vervolgens zijn doorgeleid naar het College, die uiteindelijk het besluit tot vergunningverlening moest nemen. Wij hebben 4 voorbeelden van boten gezien (Met de namen: Drift Away, Fleur, Amphibugs, Hydro-experience) waarin Waternet inhoudelijk stevig aan het redigeren is geweest, waarbij twijfels van TNO geschrapt werden. Waarom deed waternet dat? En hoe moeten we dat zien in het licht van de verantwoordelijkheid van het college om goed geïnformeerd de besluiten te nemen?

De aanname dat Waternet geredigeerd heeft is onjuist. TNO heeft die redactieslag zelf uitgevoerd  en de uiteindelijke versie is het resultaat geweest van het gevolgde werkproces dat is afgestemd tussen TNO en Waternet. Niet voor niets heeft TNO ook zijn logo en handtekening onder het rapport gezet.

Hieronder liggen wij dit aan de hand van een paar voorbeelden toe.

7. Over de criteria die uiteindelijk tot de beoordeling geleid hebben: Op 21 mei 2013 heeft TNO een concept richtlijn gepubliceerd waarin een aantal criteria stonden. Na een briefwisseling met TNO en waternet is er op 29 mei 2013 een pagina toegevoegd met systeemeisen. De aanvragen van alle aanvragers waren toen al ingediend ter beoordeling. Wij hebben deze gang van zaken voorgelegd aan een hoogleraar bestuursrecht en een advocaat die promoveert op beperkte vergunningstelsels, die beiden concluderen dat dit het veranderen van de spelregels tijdens het spel is, en daarmee onrechtmatig. Waarom zijn de criteria verder aangescherpt na 21 mei? En hoe reageren jullie op de kritiek daarop?

Het klopt dat op 29 mei 2013 een pagina met systeemeisen is toegevoegd. Dit betrof echter een uitwerking van hoe TNO is omgegaan met de innovatiecriteria vastgesteld in juli 2012, waar expliciet  in staat dat de energieopwekking aan boord dient plaats te hebben.
Het TNO rapport is geen beschrijving van de criteria,  maar een beschrijving van de manier waarop deze criteria door TNO zijn toegepast. De conclusie/aanname dat TNO daarmee nieuwe criteria toegevoegt of bestaande criteria aangescherpt is daarmee onjuist.

NB: TNO laat na de uitzending weten de beantwoording van de vragen aan Waternet over te hebben gelaten, omdat Waternet hun opdrachtgever was. Zelf wil TNO niet reageren.