Topambtenaar misbruikte positie voor hulp aan broer in confict VUmc

Topambtenaar misbruikte positie voor hulp aan broer in confict VUmc

Topambtenaar Harry Paul heeft afgelopen jaren zijn invloedrijke positie misbruikt om zijn broer te helpen in het veelbesproken conflict tussen specialisten in het VU Medisch Centrum.

Dat stellen hoogleraren Jan Klein en Hans van den Heuvel op basis van onderzoek door radioprogramma Argos (Radio 1). Andere deskundigen vragen zich af of de betrokkenheid van Harry Paul ertoe heeft geleid dat de Inspectie voor de Gezondheidszorg een onderzoek naar een mogelijke calamiteit in het VUmc op subtiele wijze heeft gefrustreerd. De SP wil uitleg van minister Schippers van VWS over de kwestie. 'Harry Paul heeft zich op een groteske manier in deze zaak gemengd', zegt hoogleraar Hans van den Heuvel in Argos. Van den Heuvel is lid van de onderzoeksgroep integriteit van bestuur van de VU en was voorzitter van de commissie 'Schoon schip', die vorig jaar onderzoek deed naar mogelijke integriteitsschendingen van bestuurders in de provincie Noord-Holland, naar aanleiding van de corruptieaffaire rond de voormalige VVD-gedeputeerde Ton Hooijmaijers.

'Die topambtenaar is alleen maar in staat iets voor zijn broer te doen door gebruik te maken van zijn hoge functie, blijkt uit de documenten. En ook door gebruik te maken van zijn netwerk waarin de belangrijke spelers in deze kwestie zitten. Dat is misbruik maken van je overheidsfunctie.'
Jan Klein, voormalig hoogleraar Veiligheid in de zorg, zegt: 'De invloed die uitgaat van dit soort handelen, is potentieel zeer dramatisch. Het conflict kan alleen maar heftiger worden.'

Topambtenaar Harry Paul is inspecteur-generaal van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit, en broer van Rick Paul, longchirurg in het VUmc. Deze longchirurg kwam anderhalf jaar geleden in conflict met collega's van de afdelingen intensive care en heelkunde nadat hij bij de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) een melding had gedaan van een mogelijke calamiteit op de intensive care-afdeling waarbij een longpatiënt was overleden. Longchirurg Rick Paul is sinds enkele maanden weer als chirurg aan het werk in het VUmc.

Argos onthult in de uitzending van zaterdag dat Harry Paul zich op de achtergrond uitgebreid heeft bemoeid met het conflict van zijn broer Rick en diens compagnon, longarts Piet Postmus.
Paul geldt als een invloedrijk figuur in Den Haag. Hij was directeur Voedselkwaliteit en Dierengezondheid op het ministerie van Landbouw onder toenmalig minister Cees Veerman en hoofd van de VROM-inspectie - een functie waarin hij regelmatig contact had met de toenmalige baas van de Inspectie voor de Gezondheidszorg, Gerrit van der Wal.
Uit gesprekken met betrokkenen en documenten die in het bezit zijn van Argos, blijkt dat Harry Paul de ruzie in het VUmc en de rol daarin van zijn broer aan de orde heeft gesteld bij zowel Veerman als Van der Wal. Beiden hielden zich op dat moment vanuit hun functie bezig met het conflict: Van der Wal als inspecteur-generaal van de IGZ, Veerman als voorzitter van de raad van toezicht van het VUmc.

Harry Paul kaartte de problemen van zijn broer ook aan bij een andere kennis in de raad van toezicht van het VUmc: zijn oud-docent bestuurskunde Hans Berg. Deze maakte zich vervolgens als toezichthouder sterk voor de positie van de longchirurg, en speelde vertrouwelijke informatie uit de raad van toezicht door aan Harry Paul, die deze weer doorgaf aan broer Rick.

Daarnaast voorzag Harry Paul zijn broer en longarts Piet Postmus van advies over de beste strategie die zij konden volgen om de interne strijd te winnen. Uit de documenten blijkt bovendien dat Paul, in een poging iets voor zijn broer te doen, heeft voorgesteld om het CDA-netwerk in te schakelen.

Hoogleraren Jan Klein en Hans van den Heuvel keuren de handelwijze van Harry Paul sterk af. 'Een en al politiek, een en al strategie', oordeelt Klein. 'Je mag toch als invloedrijk ambtenaar professionaliteit verwachten, waarbij er niet op deze manier gehandeld wordt. Dit doet de patiëntenzorg geen goed.'
VU-hoogleraar Van den Heuvel ziet in het optreden van Paul tekenen van een samenzwering. 'Deze topambtenaar gaat zich bemoeien, niet alleen met de interne gang van zaken in een ziekenhuis. Maar ook - met voorbijgaan aan de regels - hoe er gehandeld moet worden. Hij adviseert daarin. Strategisch, dus niet inhoudelijk. Dat is zeer vergaand. Dit overschrijdt de grenzen van broederliefde.'

Harry Paul stelt in Argos dat hem niets te verwijten valt. 'Ik wil benadrukken dat ik mijn broer gewoon als privépersoon heb geholpen, en dat ik me inhoudelijk niet met deze zaak heb bemoeid of over de streep ben gegaan.'
Paul heeft het conflict met zijn broer naar eigen zeggen nooit inhoudelijk besproken met het toenmalig hoofd van de IGZ, Gerrit van der Wal. Zijn contact met toezichthouder Berg heeft hij 'op tijd' verbroken. Hij lichtte Veerman in omdat hij hem goed kende. 'Laat ik zo zeggen: ik ben Cees regelmatig tegengekomen, in allerlei gremia. En ik heb hem er alleen maar op gewezen dat ik hoopte dat hij in deze kwestie zijn verantwoordelijkheid als bestuurder zou nemen – punt.’
Het is volgens Paul ‘aan de professionaliteit’ van de mensen met wie hij de zaak besprak om 'goed' met de informatie om te gaan.

Volgens hoogleraar Van den Heuvel schuift Paul hiermee ten onrechte zijn eigen verantwoordelijkheid af, en schuilt er achter zo'n zinnetje over 'verantwoordelijkheid nemen' tegen Veerman een belangrijke boodschap: 'Het lijkt een heel neutrale uitlating. Maar die is veelzeggend. Die dekt een enorme lading. Dat wil ook zeggen dat je daar niet stilzwijgend aan voorbij kunt gaan, dat je daar aandacht aan moet schenken, dat je daar ook personen die ertoe doen in moet mengen. Als ik 'm moet interpreteren: het is gewenst dat je mijn broer helpt. Dat zijn de mores.'

Uit de reconstructie van Argos blijkt verder dat longchirurg Rick Paul en longarts Piet Postmus hun calamiteitenmeldingen aan de Inspectie voor de Gezondheidszorg in 2011 mede deden met een politiek doel: het wegwerken van het hoofd van de afdeling intensive care, Armand Girbes.

Maar in hun streven om Girbes weg te krijgen, gingen zij zo ver dat zij daarbij het belang van de patiënt uit het oog verloren, vindt hoogleraar Jan Klein. Zo bracht Piet Postmus (met instemming van Rick Paul) bij de inspectie een zaak aan (de zogeheten tweede casus, over longpatiënt Van T.) waarvan vrijwel iedereen vond dat dit geen calamiteit was. Ook stelden Paul en Postmus een gesprek met de nabestaanden van de overleden patiënt om tactische redenen uit, in de hoop dat in de tussentijd extra rumoer zou ontstaan over het functioneren van Girbes' ic-afdeling, onder meer omdat er een kritisch inspectierapport in aantocht was over een eerder sterfgeval op de intensive care.
Hoogleraar Klein concludeert in Argos: 'Ik denk dat deze melding vooral gedaan is om strategische redenen in het kader van het conflict dat er op dat moment speelde. Gewoon op z'n Hollands gezegd: ik denk dat de melder de ic een hak heeft willen zetten.'

Hein Abeln, oud-voorzitter van de raad van advies van de inspectie en Loe Sprengers, advocaat en oud-hoogleraar ambtenarenrecht vragen zich in Argos af of de bemoeienis van topambtenaar Harry Paul ook gevolgen heeft gehad voor het onvoltooide onderzoek naar de zogeheten tweede casus, de casus van longpatiënt Van T. Longchirurg Rick Paul was mede-operateur in deze casus. Nog voordat een externe commissie aan het werk kon, werd ze al weer ontbonden. Dit gebeurde op advies van de inspectie, die het onderzoek 'te breed' vond. Het ziekenhuis volgde dit advies op, waarna het voorgenomen brede onderzoek nooit meer is uitgevoerd.
Voormalig IGZ-adviseur Abeln en oud-inspecteurs verbazen zich hierover zeer, ook al omdat het onderzoek dat het ziekenhuis wilde laten uitvoeren in hun ogen adequaat en zeker niet te breed was. Volgens hen is het niet aan de inspectie om te bepalen hoe een ziekenhuis onderzoek moet doen naar een casus. Ook zeggen zij dat de IGZ nooit eerder zo'n advies aan een zorginstelling heeft gegeven.
Volgens Abeln heeft de inspectie nu heel wat uit te leggen, onder meer gezien het feit dat  longchirurg Rick Paul - op aanraden van zijn broer Harry - destijds officieel bezwaar had gemaakt tegen het ‘brede’, externe onderzoek, zowel bij het VUmc als bij de inspectie. Het uitzonderlijke IGZ-advies dat de inspectie vervolgens aan het ziekenhuis gaf om het externe onderzoek niet uit te voeren, was bekend bij IGZ-baas Van der Wal. Die blijkt minister Schippers van VWS, politiek verantwoordelijk voor het beleid van de IGZ, te hebben ingelicht over het feit dat de broer van longchirurg Rick Paul ‘een collega-inspecteur-generaal is’.
Abeln: ‘Dit is niet meer alleen maar informeren. Je daagt politieke bemoeienis uit, op z'n minst. Het risico is dat een minister denkt: hier moet ik wat mee. En dat moeten we al helemaal niet willen.’