Waarom linkse demonstranten vaker worden gearresteerd dan rechtse betogers

Argos ,

Het tellen van het aantal gearresteerde demonstranten en tegendemonstranten bij een Pegida-protest is gemakkelijker gezegd dan gedaan. Dat ervoeren onderzoeksjournalisten Sanne Terlingen en Jacqueline Maris deze week tijdens hun onderzoek voor de Sportzomer-rubriek ‘De Sprint’.


Klik hier om de volledige uitzending van vrijdag 12 augustus 2016 te beluisteren.


De woordvoerder van het Korps landelijke politiediensten verwees de onderzoekers door naar de regionale eenheden. Die gaven in het beste geval dezelfde cijfers door die al door de media waren gepubliceerd. Deze cijfers waren verre van precies (‘ongeveer twintig demonstranten, waarvan het merendeel tegendemonstranten’).

Om die reden hebben de Terlingen en Maris zelf cijfers gedestilleerd uit alle mediaberichten over Pegida-demonstraties – variërend van krantenberichten tot blogs –, en deze cijfers vervolgens ter extra controle voorgelegd aan onder meer betrokken advocaten en vertegenwoordigers van de demonstrerende organisaties. Zij bevestigden het beeld dat uit deze cijfers naar voren kwam.

200 tegenover 10 arrestaties

De optelsom van Terlingen en Maris is niet waterdicht, maar de uitkomst van hun eerste inventarisatie lijkt desalniettemin duidelijk. Bij de tien officiële Pegida-demonstraties in Nederland hebben zij ruim 200 arrestaties van linkse tegendemonstranten geteld, tegenover nog geen tien aanhoudingen van Pegida-betogers.

Bovendien blijkt dat van de ruim 200 gearresteerde tegendemonstranten, slechts 6 mensen zijn vervolgd en 24 mensen een boete kregen. Het lijkt er dus op dat veel mensen gearresteerd worden zonder dat er echt een wet is overtreden.

Waarom is dit het geval? Heeft de politie een stiekeme voorkeur voor bepaalde betogers? Volgens Terlingen en Maris ligt het genuanceerder dan dat. Zij spraken met verschillende betrokken activisten en autoriteiten, en hebben voorlopig vijf mogelijke verklaringen gevonden.


1) Pegida presenteert zich netjes

Om te beginnen presenteert Pegida zich altijd heel netjes in het openbaar. Ze hebben één aanspreekpunt, ze melden demonstraties ruim van tevoren bij de autoriteiten, en ze roepen vooraf en tijdens demonstranties op tot vreedzaam gedrag.

De organisatie van de tegendemonstraties is ongestructureerd. In Amsterdam werd de tegendemonstratie officieel georganiseerd door de SP. Maar ook de harde kern van de Antifascistische Actie kwam eropaf, evenals bezorgde individuen – sommigen wel 70 tot 80 jaar oud, die zich tot geen enkele groep rekenen. En onder de verstoorders van de Pegida-demonstratie bleken Ajax-hooligans te zitten die de tegendemonstratie niet eens hadden bezocht.

2) Linkse activisten komen vaker op Pegida-demonstraties af dan andersom

Een tweede reden waarom linkse demonstranten mogelijk vaker gearresteerd worden, is dat zij vaak een tegengeluid laten horen tijdens een Pegida-betoging, terwijl Pegida-betogers minder vaak bij linkse demonstraties opduiken. Om deze reden ziet de politie de linkse tegendemonstranten eerder als verstoorders.

Wat hierbij tevens meespeelt is dat linkse betogers hun tegendemonstraties niet altijd officieel aanmelden bij de autoriteiten. Daardoor is het voor de politie niet altijd duidelijk of iemand een tegendemonstrant of een verstoorder is. Het verstoren van een demonstratie is strafbaar.

3) Rechtse betogers zouden meer respect hebben voor de politie

Verschillende bronnen geven aan dat rechtse betogers meer respect zouden hebben voor de politie. Pegida heeft zelfs op haar website staan dat ze meer blauw op straat willen zien.

Onder de linkse tegendemonstranten vind je daarentegen een aantal anarchisten die, kort door de bocht geformuleerd, minder geneigd zijn om naar autoriteiten te luisteren. Volgens verschillende bronnen draagt dit eraan bij dat de politie heftiger reageert op linkse tegendemonstranten.

4) De autoriteiten reageren krampachtig uit angst voor wanordelijkheden

Een ander feit dat meerdere bronnen aanstippen is dat de eerste Pegida-demonstratie in Nederland uit de hand liep. In Utrecht ontstonden vrijwel meteen opstootjes, er werd geduwd en getrokken en de politie te paard moest in actie komen.

Als gevolg hiervan zouden burgemeesters en politieagenten in steden waar later Pegida-demonstraties zijn gehouden vrezen voor wanordelijkheden. In een poging die te voorkomen doet de politie aan ‘politieke profilering’: zij controleren en arresteren bij voorbaat aanwezigen die er enigszins links-activistisch uitzien (denk aan dreads, piercings of een donkere huid).

De onderzoeksjournalisten van De Sprint hebben inzage gekregen in politieklachten die dit beeld bevestigen, en tientallen verhalen hierover ontvangen van tegendemonstranten. Een week tijd bleek te kort om alle individuele klachten grondig te checken, en een concrete uitspraak te doen over de mate waarin politieke profilering door de politie wordt toegepast tijdens Pegida-demonstraties. Maar het beperkte aantal vervolgingen onder de 200 aangehouden tegendemonstranten is een aanwijzing dat hier mogelijk op grote schaal sprake van is.

5) Sommige tegendemonstranten komen wel degelijk om de boel te verstoren

Het is dus goed mogelijk dat de politie bevooroordeeld te werk gaat. Een deel van de tegendemonstranten komt echter daadwerkelijk naar Pegida-betogingen met het doel om de confrontatie aan te gaan en de boel te verstoren. Dit geven zowel autoriteiten als linkse activisten zelf aan. Tot deze ‘ordeverstoorders’ zou een harde kern van antifascisten behoren, die vaak ook vaste advocaten paraat hebben staan.

Het onderzoek gaat door: kun jij helpen?

De onderzoeksweek van ‘De Sprint’ zit er nu op, maar dat betekent niet dat het onderzoek van Sanne Terlingen en Jacqueline Maris stopt. Zij willen een dossier opbouwen om de aanhoudingen tijdens en rondom (Pegida-)demonstraties in Nederland in kaart te brengen. Heb jij mogelijk informatie die de onderzoekers hierbij kan helpen, en zou jij graag een vragenformulier willen invullen? Aarzel dan niet om contact op te nemen via argos@vpro.nl