Oud-minister van Defensie Joris Voorhoeve over de val van Srebrenica (deel 3)

transcriptie

Argos NPO radio1
10 januari 2007

Een reportage van Huub Jaspers & Gerard Legebeke
 

Download transcriptie

 *** START TRANSCRIPTIE***

 

Deel 11c - Interview Joris Voorhoeve en de visie van het NIOD
 
Elles de Bruin: Maar eerst... Argos Supplement.

Oud-minister van Defensie Joris Voorhoeve nam afgelopen vrijdag in Argos afstand van de stelling van het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie, het NIOD, dat de aanval op Srebrenica niet was te voorzien. Volgens Voorhoeve is er in 1995 bewust niet opgetreden. 
Het NIOD kwam in verschillende kranten met een nogal onbegrijpelijke reactie op de uitlatingen van Voorhoeve. Reden om vandaag in Argos Supplement nader in te gaan op de argumenten van het NIOD.

Kopfragment Vraaggesprek tussen Argos en Joris Voorhoeve:
Joris Voorhoeve: 
Ik denk dat we op grond van wat we nu weten, we mogen veronderstellen dat er een beleid was om niet op te treden tegen een Servische aanval op Srebrenica.

Argos: 
Vanuit de regering in Amerika?

Joris Voorhoeve:
 
Ja.

Argos:
Oud-minister van Defensie Joris Voorhoeve. In onze uitzending van afgelopen vrijdag laakte hij het beleid van de Verenigde Staten ten aanzien van Srebrenica. Voor zijn stelling over de Amerikaanse politiek om in 1995 bewust niet op te treden tegen een aanval op de Bosnische moslem-enclave, verwijst Voorhoeve onder meer naar een onlangs opgedoken vraaggesprek met de Amerikaanse diplomaat Richard Holbrooke. Die zegt daarin dat hij, in 1995, instructies had om Srebrenica en de andere moslem-enclaves in Oost-Bosnië op te offeren. Voorhoeve heeft nog een andere aanwijziging over dat Amerikaanse beleid.

Joris Voorhoeve: 
Hele sterke aanwijzingen dat in ieder geval twéé inlichtingendiensten van twee grote leden van de Veiligheidsraad al anderhalve maand vóór de Servische aanval op Srebrenica wisten dat de Serviërs dit van plan waren.Men had voorinformatie over Servische aanvalsplannen en deelde die niet met Nederland. Het geeft te denken… Was dit weloverwogen passiviteit?

Argos:
De bevindingen van Joris Voorhoeve gaan lijnrecht in tegen een van de belangrijkste conclusies van het NIOD, het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie. Het NIOD onderzocht het Srebrenica-drama in opdracht van de Nederlandse regering en publiceerde in april 2002 zijn rapport. Volgens het NIOD was de verovering van Srebrenica op 11 juli 1995 niet te voorzien omdat de Bosnische Serviërs zélf pas op het allerlaatste moment zouden hebben besloten om de enclave te veroveren. En met deze stelling veegt het NIOD alle aanwijzingen van tafel die duiden op voorbereidingen van vóór 11 juli 1995.De eindconclusie van het NIOD op dit punt luidt:

Citaat uit het NIOD-rapport:
Het blijft natuurlijk speculeren, maar nu er evident bij geen van de betrokkenen voorkennis was, was adequaat reageren bij voorbaat uitgesloten.

Argos:
Voorhoeve zei afgelopen vrijdag in Argos dat gezien zijn bevindingen, deze stelling van het NIOD - dat de aanval op Srebrenica niet was te voorzien - onhoudbaar is.

(fragment) Joris Voorhoeve: 
Ik denk dat we reden hebben om die conclusie over die intelligence te nuanceren.

Argos:
Naar aanleiding van de uitzending van afgelopen vrijdag kregen wij van luisteraars de vraag waarom de visie van het NIOD in onze uitzending niet uitgebreider aan bod kwam. Belangrijkste reden is dat we dat al uitvoerig hebben gedaan in eerdere Argos-uitzendingen.
Wij hebben de afgelopen jaren herhaaldelijk bericht over inlichtingen en andere aanwijzingen die aangaven dat er wel degelijk voorkennis bestond. Een aantal daarvan legden we al in het najaar van 2002 voor aan de belangrijkste NIOD onderzoeker op dit punt, Cees Wiebes, deskundige op het gebied van inlichtingendiensten. We laten u vandaag de reactie van Wiebes opnieuw horen.

Vandaag in ARGOS Supplement zetten we de voors en tegens van de NIOD stelling nogeens op een rij, tegen de achtergrond van de uitlatingen van Voorhoeve.

(fragment) Manfred Eisele: 
Ich bin sicher dass es Vorwarnung gegeben hat.

Vertaling Argos:
Ik ben er zeker van dat er vooraf waarschuwingen zijn geweest over de op handen zijnde aanval op Srebrenica. De voorkennis die we binnen DPKO hadden, was duidelijk genoeg om een realistische inschatting van de situatie te kunnen maken.

Argos:
Aan het woord is de Duitse generaal buiten dienst Manfred Eisele. Hij is een van diegenen die in onze uitzendingen de NIOD-conclusie aanvocht. Eisele was in 1995 een van de hoogste chefs op het DPKO, het Department of Peacekeeping Operations op het VN-hoofdkwartier in New York.

(fragment) Manfred Eisele: 
Es war eindeutig erkennbar, dass hier von langer Hand etwas vorbereitet wurde. Im Grunde genommen war die Machtübernahme in den Safe Areas aus unserer Sicht das Ziel mit wahrscheinlich der anschließenden Vertreibung der Bevölkerung

Vertaling Argos:
Het was zonder meer duidelijk dat hier lang van tevoren een operatie werd voorbereid met als doel de machtsovername en aansluitend waarschijnlijk de verdrijving van de bevolking. Dat zag ik duidelijk aankomen.

Argos:
De vraag of de aanval op Srebrenica niet was te voorzien hebben we in Argos al eerder aan de orde gesteld. Aanleiding daarvoor was de tip die we in 2001 kregen van een anonieme bron, een officier die in 1995 op het DPKO in New York werkte. Die officier vertelde ons dat men daar onder andere beschikte over Amerikaanse luchtfoto's die lieten zien dat de Bosnische Serviërs op verschillende plaatsen bunkers aanlegden en doorgangen in het bos maakten voor tanks. Bovendien beschikte DPKO over rapportages van militaire waarnemers van de Verenigde Naties ter plekke over Servische troepenversterkingen. We probeerden bevestiging van dit verhaal te krijgen. In eerste instantie tevergeefs. Totdat we stuitten op generaal buiten dienst Eisele, die het verhaal van onze anonieme tipgever bevestigde. We spraken Eisele voor de eerste keer in April 2002.

(fragment) Generaal Manfred Eisele:
Wir bekamen normale, regelmäßige Lagemeldungen die deutlich machten das die Bosnische-Serben die Safe-Areas möglicherweise angreifen wurden.    

(fragment) Vertaling Argos:
Wij kregen in New York regelmatig rapporten over de situatie ter plaatse, die duidelijk lieten zien dat de Bosnische Serviërs de safe areas mogelijk wilden aanvallen.

Argos:
We vroegen toen in 2002 NIOD-onderzoeker Cees Wiebes om een reactie. Bij dat gesprek was ook Dick Schoonoord aanwezig, die als militair historicus meewerkte aan het NIOD onderzoek. Cees Wiebes:

(fragment) Cees Wiebes:
Ik vind het heel opvallend dat de heer Eisele in het interview dat wij met hem gehad hebben daar helemaal niet over gerept heeft, en ook geen voorkennis heeft gehad. Terwijl wij hem daar wel naar gevraagd hebben.
 
(fragment) Gerard Legebeke:
Dat was omdat… Wij hebben namelijk niet alleen met de heer Eisele gesproken, maar ook met andere mensen die daar werkzaam waren. We hebben meneer Eisele daarmee geconfronteerd en toen zei hij dat pas. Niet in eerste instantie.
 
(fragment) Dick Schoonoord:
Maar dan neem ik toch aan dat jullie de vraag hebben gesteld: “Waarom heeft dat nog tot juli geduurd tot...?”
 
(fragment) Gerard Legebeke:
Ja, maar eerst even dit punt afmaken. Wij hebben met mensen gesproken die bij DPKO werkten in die tijd en die hebben gezegd dat zij van de Amerikanen luchtfoto's te zien hebben gekregen van het gebied rondom Srebrenica. U zegt: “Dat kan niet?”
 
(fragment) Cees Wiebes:
Vanaf welke tijd?
 
(fragment) Gerard Legebeke:
In het voorjaar van 1995.
 
(fragment) Cees Wiebes:
Ik heb een Amerikaanse functionaris gesproken en die... het wordt één-op-één dan… die stelt dat dit soort materiaal niet werd gedeeld met het Department of Peace Keeping Operations, uit angst voor lekken.
 
(fragment) Gerard Legebeke:
Ja… maar die man zegt dat hij het gezien heeft.
 
(fragment) Cees Wiebes:
Oké. Wat vertelde die luchtfoto's dan is de volgende vraag? Hoe kan je op een luchtfoto aflezen, een satellietfoto of U2-foto's, we hebben er heel veel gezien… Hoe kan je op een luchtfoto uit het voorjaar van '95 aflezen dat men klaar staat om aan te vallen? Als het pas nota bene in juli gebeurt? Wat zie je dan op een luchtfoto?
 
(fragment) Huub Jaspers:
Je zag bijvoorbeeld op luchtfoto's dat er doorgangen door de bossen werden geslagen, zo breed dat je daar met tanks kon oprukken.
 
(fragment) Cees Wiebes:
Nou, als je kijkt naar de feitelijke aanval op Srebrenica dan is dat eigenlijk gewoon niet nodig geweest. Er is over de weg gereden.
 
(fragment) Gerard Legebeke:
Maar het gaat erom of je voorbereidingen treft. Ons is verteld dat door mensen bij DPKO dat ze op grond van die signalen druk overlegd hebben binnen het DPKO, van er gaat rondom Srebrenica het een en ander gebeuren. De inschatting daar was dat er op zijn laatst die zomer een aanval zou komen en dat er dus iets moest gebeuren om dat te voorkomen.
 
(fragment) Cees Wiebes:
En waarom is die weerslag van die intensieve discussie, waarom hebben wij die dan niet gevonden?
 
(fragment) Gerard Legebeke:
Omdat u misschien niet alles te zien heeft gekregen.
 
(fragment) Cees Wiebes:
Ja, maar als je over zo'n brisant punt praat, over de oostelijke enclaves en je hebt informatie in New York gekregen waarvan je weet dat ze dat blijkbaar op het veld niet hebben, dan is het toch normaal dat je een Force Commander zoals Janvier of een staf in Zagreb informeert over de op handen zijnde discussie en wat er heeft plaats gevonden? Nou, die stroom hebben wij nooit gevonden. Net zo goed als…
 
(fragment) Gerard Legebeke:
Ja, maar misschien heeft u wel niet alles te zien gekregen.
 
(fragment) Cees Wiebes:
Ja... (zucht). We hebben meer als 900 interviews gevoerd. Waarom heeft dan niemand van de UNPROFOR ons verteld van: “Ja, die discussie is bij DPKO geweest en daar hebben wij de weerslag later van gekregen, of mondeling of schriftelijk?”
 
(fragment) Gerard Legebeke:
Misschien omdat het uiterst geheim was?
 
(fragment) Dick Schoonoord:
Nee hoor. Het was een algemene inschatting dat in de zomer er wel eens iets zou kunnen gebeuren. Dat was ook een conclusie die de generaal Smith bereikte. Er zou best wat kunnen gebeuren die zomer.
 
(fragment) Gerard Legebeke:
Maar jullie gaan er ook vanuit dat wat er aan rapportages is geweest, aan weerslag in documenten, dat jullie dat te zien hebben gekregen?
 
(fragment) Dick Schoonoord:
We hebben alle communicatieverkeer tussen DPKO en telegrammen tussen DPKO en Akashi en Janvier hebben we gezien.
 
(fragment) Cees Wiebes:
Ja, maar ook zelfs de informele beraadslagingen van de permanente leden van de Veiligheidsraad hebben wij kunnen inzien.

(fragment) Kolonel Lars Møller:
In those local environments down there you have to respond to any threat, you have to be, you would call, a bit 'macho'. Because if you do not act macho down there, they will walk over you immediately. So we told them: "We are from an old Viking warrior tribe, so don't piss on us, because we will shoot back at you." And they really got the message.

Argos: 
Kolonel Lars Møller. Hij was in 1994 commandant van Nordbat, het Zweeds-Deense VN-bataljon dat in Bosnië rondom Tuzla opereerde. De Scandinaviërs hadden de beschikking over tien moderne tanks en waren daarmee verreweg de zwaarst bewapende VN-eenheid in Bosnië. Møller vertelde ons hoe hij met de tanks ook daadwerkelijk en effectief optrad. Dat maakte indruk op de Serviërs, maar ook op de VN. Op het DPKO van de VN in New York ontstond daarom in het voorjaar van 1995 het plan de Deense tanks naar Srebrenica te sturen. Zo serieus nam de aanwijzingen dat de Serviërs de enclave zouden aanvallen. En men was ervan overtuigd dat het lichtbewapende Dutchbat hier niet tegen opgewassen was. De Duitse generaal Eisele bevestigde in 2002 ook dit verhaal:

(fragment) Generaal Manfred Eisele:
Spätestens seit dem Frühjahr 1995 hat sich der Gedanke unter den Soldaten bei DPKO entwickelt ob man diese dänischen Panzer nach Srebrenica einbringen sollte, um die Blauhelme in die Lage zu versetzen sich feindseligem Verhalten erfolgreich zu widersetzen.
 
Argos: 
De NIOD onderzoekers Wiebes en Schoonoord wilden ook van dit verhaal niets weten. Die overplaatsing van de Deense tanks naar Srebrenica was in de praktijk helemaal niet mogelijk, aldus Wiebes in onze uitzending van 1 november 2002.
 
(fragment) Cees Wiebes:
Ja sorry hoor. Maar waar praten we over? Over een groot stuk wat ze overbruggen moeten door Bosnisch-Servisch gebied, dus als je op een heuvel gaat zitten en je stuurt een anti-tank wapen op zo'n tank af, dan ben je weg. Je blokkeert de weg en je komt niet veel verder.
 
(fragment) Huub Jaspers:
Het gaat er niet om of dat nou realistisch was geweest. Of dat haalbaar was geweest. Het gaat er om dat er mensen binnen de DPKO waren die dat wel realistisch vonden en het gaat er om dat er serieus over gesproken is op basis van de informatie die men had, en dat dit één van opties was die ontwikkeld werden om een antwoord te hebben op de aanvalsplannen die men al - de militairen heb ik het over, bij DPKO - die men al in maart 1995 zag en interpreteerde als aanvalsplannen op Srebrenica.
 
(fragment) Dick Schoonoord:
Nou kijk, je moet natuurlijk een onderscheid maken tussen vrijelijk brainstormen, wat ongetwijfeld daar veel gedaan is, en het uitwerken van militaire opties.
 
(fragment) Huub Jaspers:
Hebben jullie dan bijvoorbeeld gevonden dat er in de wandelgangen van de VN in maart en april 1995 met de leden van Veiligheidsraad door officieren van DPKO is overlegd over de mogelijkheid om Nordbat, of in ieder geval die Deense tanks, naar Srebrenica te sturen?
 
(fragment) Dick Schoonoord:
Er wordt niet door officieren van de VN met de Veiligheidsraad overlegd.
 
(fragment) Huub Jaspers:
Door Eisele persoonlijk met de permanente vertegenwoordigers van Frankrijk en van Engeland.
 
(fragment) Dick Schoonoord:
Dat zou best mogelijk zijn. Dat daar in de wandelgangen contact over is geweest.
 
(fragment) Cees Wiebes:
Tuurlijk, daar is geen verslag van. Hoogstens richting de nationale hoofdsteden, maar dat is dan ook moeilijk controleerbaar.
 
(fragment) Gerard Legebeke:
Wij hebben ook informatie dat er door Kofi Annan, die toen hoofd was van DPKO, van het Department of Peace Keeping Operations, over die Deense optie overlegd is met Madeleine Albright, die toen de permanente vertegenwoordiger van de VS was bij de VN.
 
(fragment) Cees Wiebes:
Dan is het des te vreemder dat wij daar geen enkele schriftelijk weerslag van hebben gevonden, noch in interviews daar iets van hebben vernomen. Want wij hebben Albright gesproken nota bene over alle opties die er waren voor het versterken van de enclave, voor problemen rond de bevoorrading. Dat is door haar ook niet genoemd. Als het zo'n serieuze optie was...
 

(fragment) Gerard Legebeke:

Maar zou het niet zo kunnen zijn dat, met alle respect, mevrouw Albright ook niet altijd het achterste van haar tong laat zien?
 
(fragment) Dick Schoonoord:
Dat is nog een andere vorm waarin...
 
(fragment) Gerard Legebeke:
Toch meneer Wiebes? U kijkt zo van…
 
(fragment) Cees Wiebes:
Ja. Nee. Natuurlijk. Wij zijn niet op ons achterhoofd gevallen. We weten ook wel dat iedereen niet het achterste van zijn tong laat zien bij dit soort precaire situaties als de oorlog in Bosnië. Maar dan nog zeg ik, dan had je toch wel elders een spoor moeten vinden.

Argos:
Ondanks deze ontkenning door het NIOD blijft Eisele bij zijn verhaal over de mogelijke overplaatsing van de Deense tanks naar Srebrenica. Het verhaal van generaal buiten dienst Eisele over de Deense tanks wordt door de onderzoekers van het NIOD niet alleen genegeerd, maar zelfs gewoonweg ontkend. En dit terwijl Eisele bij de discussie hierover binnen de VN-top persoonlijk betrokken was.
De NIOD onderzoekers beroepen zich op gesprekken die ze hebben gevoerd met Amerikaanse functionarissen, onder wie voormalig VN-ambassadeur Madeleine Albright en hoge functionarissen van Amerikaanse inlichtingendiensten. Erich Schmidt Eenboom is directeur van het Friedensforschungsinstitut Weilheim in Beieren en was tot 1985 beroepsofficier in het Duitse leger. Hij is een van de belangrijkste experts in Duitsland op het gebied van inlichtingendiensten. Schmidt-Eenboom heeft het NIOD geholpen bij het onderzoek naar de rol van de inlichtingendiensten bij de val van Srebrenica. Hij wordt daarvoor door Cees Wiebes speciaal bedankt in het nawoord van zijn boek. Maar Schmidt-Eenboom kan zich niet vinden in de conclusies van het NIOD. Hij is er verbaasd over hoe Wiebes zich in zijn analyse heeft laten leiden door wat Amerikaanse functionarissen hem hebben verteld.

(fragment) Erich Schmidt Eenboom:
Man kann sich durchaus vorstellen, dass die Amerikaner gerade in diesem Fall nicht die volle Wahrheit gesagt haben, weil es ja ihr Verhältnis zu den Niederlanden nachhaltig belasten würde.

(fragment) Vertaling Argos:
Het zou toch de relatie tussen de Verenigde Staten en Nederland behoorlijk onder druk hebben gezet als Amerikaanse functionarissen tegenover het NIOD zouden hebben verklaard: 'Ja, we wisten van te voren dat de Serviërs Srebrenica wilden veroveren.' Ik ga er vanuit dat Amerikaanse functionarissen allerlei beweringen hebben gedaan om de werkelijke gang van zaken te verdoezelen. Beweringen die moeten verhullen dat de Amerikanen de Nederlandse militairen in de enclave, de Verenigde Naties en de VN-troepenmacht in Bosnië bewust in de kou hebben laten staan.

Argos:
Manfred Eisele somt op welke informatie het DPKO in New York in het voorjaar van 1995 had, die duidde op een op handen zijnde Servische aanval op de enclave Srebrenica.

(fragment) Manfred Eisele: 
In dem Frühling haben wir 1995 beobachtet, dass es planmassige Vorbereitungen für Sommeroperationen auf der Seite der bosnischen Serben gegeben hat.        

(fragment) Vertaling Argos:
In het voorjaar van 1995 konden we zien dat aan de kant van de Bosnische Serviërs planmatige voorbereidingen werden getroffen voor militaire zomeroperaties. De veelheid van dit soort operaties leverde ons bij DPKO een beeld op dat wij in toenemende mate als bedreigend zagen.

(fragment) Hakija Meholjic:
 
[Vertelt in het Bosnisch]

(fragment) Vertaling Tolk Hakija Meholjic:
At that time there were a lot of movements around and things that could indicate… We had some communications with Serbs over the radio stations, so we knew what they were talking about. Plus the international community wanted to take out the Dutch soldiers from there to do an exchange. Serbs didn't want, didn't allow, for an exchange of soldiers to happen. They would allow them to leave, but they would not allow them to come back.

(fragment) Hakija Meholjic:
 
[Vertelt in het Bosnisch]

(fragment) Vertaling Tolk Hakija Meholjic:
Because the Serbs even didn't allow for foods to come to the Dutch soldiers at that time, the Bosnian people, they really started to panic and they were even ready to give up their own food to give it to the Dutch soldiers, because it was like a real, real pre-war situation again.

Argos
We spreken met Hakija Meholjic in zijn kantoor in Srebrenica terwijl een onweersbui losbarst. Aan het begin van de oorlog was hij commandant van een bataljon in Srebrenica. Toen Srebrenica tot een gedemilitariseerde zone werd verklaard, werd hij het hoofd van de politie tot het einde van de oorlog. “We hadden allerlei aanwijzingen in die maanden voorafgaande aan de Servische aanval”, vertelt Hakija Meholjic. “Bijvoorbeeld de bewegingen rond de enclave. Ook waren we in staat het radioverkeer van de Serviërs af te luisteren. Een andere duidelijke aanwijzing was dat de Serviërs de aflossing van Dutchbatters tegenhielden. Ze mochten wel de enclave uit, maar er niet meer in. Zelfs het voedsel van Dutchbat hielden ze tegen. De Bosnische bevolking raakte daardoor in paniek en mensen waren zelfs bereid om hun eigen eten af te staan aan de Nederlandse militairen. Deze hele situatie duidde erop dat een oorlog op uitbreken stond.”

Argos:
Het uitmergelen van Dutchbat werd niet alleen door de voormalige politiechef van Srebrenica opgevat als voorbode van een naderende aanval. Ook op het DPKO in New York had men in het voorjaar van 1995 door, wat de Bosnische Serviërs behelsde met het afknijpen van Srebrenica. Dat vertelt generaal buiten dienst Manfred Eisele

(fragment) Manfred Eisele:
 
Diese Abschnürung der Safe Area Srebrenica durch die bosnischen Serben musste man eindeutig als Vorbereitung zum Sturm erkennen. Eine Vorbereitung, die sich ziemlich lange hinzog und damit die Lage innerhalb von Srebrenica zunehmend prekär werden ließt.                   

(fragment) Vertaling Argos:
Het afknijpen van de enclave door de Bosnische Serviërs moest men destijds interpreteren als voorbereiding op een bestorming. Een voorbereiding die een lange periode in beslag nam en daarom de situatie in Srebrenica toenemend precair maakte.

Argos:
Dit afknijpen van de enclave is ook terug te vinden in een directive van de toenmalige Bosnisch-Servische leider Karadzic. In onze uitzending van 1 november 2002 spraken we daarover met de politicologe Erna Rijsdijk. Zij is aan de universiteit van het Britse Newcastle bezig met een proefschrift waarin ze bekijkt hoe de diverse onderzoeken naar de kwestie Srebrenica zijn aangepakt.

(fragment)
Erna Rijsdijk
Goed, van belang is te weten dat dat dus van maart '95 dateert. Daarin staat als eerste zin: 'Complete physical separation of Srebrenica from Zepa as soon as possible, preventing even communication between individuals in the two enclaves.' Nou, dat geeft Wiebes ook aan in zijn boek.
 
(fragment) Interviewer Argos:
De complete scheiding tussen die twee enclaves in het oosten, Zepa en Srebrenica?
 
(fragment) Erna Rijsdijk:
Ja. En dan gaat dat verder met de zin: 'By planned and well thought-out combat operations create a unbearable situation of total insecurity with no hope of further survival or life for the inhabitants of Srebrenica.' Dat het de bedoeling was om een ondragelijk situatie van totale onzekerheid te creëren, met geen enkele hoop voor het verder overleven, en zo het leven voor de inwoners van Srebrenica onmogelijk te maken.
 
(fragment) Interviewer Argos:
Eigenlijk zegt Karadzic dan al in maart, van: we moeten die enclave zo zeer afknijpen dat elk leven voor de moslimbevolking niet meer mogelijk is.
 
(fragment) Erna Rijsdijk:
Ja, dat is volgens mij de enige conclusie die je kan trekken uit deze opdracht. 31 maart 1995 geeft Mladic deze opdracht dan ook concreet door aan zijn Drina corps.
 
(fragment) Interviewer Argos:
Dat zijn zijn ondergeschikten. Zijn generaals onder hem?
 
(fragment) Erna Rijsdijk.
Ja. Ja, inderdaad.
 
Argos:
Politicologe Rijsdijk verbaast zich erover dat NIOD-onderzoeker Cees Wiebes deze aanwijzing over voorkennis in zijn studie wegredeneert. Even als vele andere aanwijzingen.

(fragment) Erna Rijsdijk:
 
Je gaat door tientallen bladzijden heen, waarin de ene aanwijzing naar de ander naar voren komt en vaak dan tot mijn stomme verbazing concludeert hij: “We wisten dus niks.” Dan denk ik, hoezo 'we wisten niks'? Je hebt toch net uitgelegd wat we allemaal wel aan kennis hebben gehad?

Argos:
Aanwijzingen uit het voorjaar van 1995 kregen we niet alleen te horen van hoge VN-functionarissen zoals generaal Eisele, maar ook van verschillende ex-Dutchbatters. Nou zou je hun verhalen kunnen afdoen als achteraf terugredeneren, maar sinds kort beschikken wij over filmopnames met gesprekken die niet achteraf maar in 1995 in Srebrenica zijn gemaakt door de voorlichter van Dutchbat. Uit februari 1995 bijvoorbeeld, vijf maanden voor de Servische aanval, stamt het volgende gesprek met een soldaat van Dutchbat.

(fragment) Voorlichter: 
We zitten hier in een uitkijkpost bij de Bravo Compagnie in Srebrenica. Voorzie jij nog veranderingen in de zin van oplopende spanningen?

(fragment) Soldaat: 
Ja.

fragment) Voorlichter:
Waarom denk jij dat dat gebeurt?

(fragment) Soldaat:
Nou, de Serven hebben hier de laatste tijd vrij veel zwaar materieel heen gesleept en zijn flink bezig met opstellingen maken en het verbeteren daarvan en de moslims reageren ook daar op.

Argos:
En dan is er ook nog het verhaal van Jan Pronk - in 1995 collega van Voorhoeve in het eerst paarse kabinet als minister van Ontwikkelingssamenwerking. Pronk vertelde in onze uitzending van 8 juli 2005:

(fragment) Jan Pronk: 
In de maanden daaraan voorafgaand is er bijvoorbeeld door de Deense generaal van UNPROFOR die in Tuzla de leiding had om foto's gevraagd, omdat hij vermoedde dat de Servische troepen bezig waren op te rukken en op een bepaalde manier de enclave aan te vallen.

(fragment) Argos:
Satellietfoto's?

(fragment) Jan Pronk:
Ja. Hij heeft me ook verteld op welke data hij die foto's had gevraagd; zeven keer in de maanden april en begin mei. Ik heb dat ook verteld aan het NIOD-onderzoeksteam maar men heeft dat niet opgenomen in het rapport. Maar dat was een heel duidelijke aanwijzing dat UNPROFOR in dat deel van Bosnië, de commandant in Tuzla vermoedde het zelf, een aanval dreigde. Ik begrijp ook niet waarom de heer Wiebes dit zo wegredeneert.

(fragment) Argos:
Het NIOD zegt: “omdat men niks wist kon men niks doen”, en daar bent u het duidelijk niet mee eens, met die conclusie?

(fragment) Joris Voorhoeve: 
Men had wél iets kunnen doen en men had uit die onheilspellende ontwikkelingen en intelligence de conclusie kunnen trekken, wij moeten nu een stevige vuist maken, en dát is nagelaten.
 
Ik denk dat we reden hebben om die conclusie over die intelligence te nuanceren.
 
#Eindtune Argos

 

  *** EINDE TRANSCRIPTIE***