Literaire wandeling opent deuren naar het verleden

Elianne Meijer ,

Wandelende encyclopedie Ko van Geemert leidt groep corpsleden met hun moeders rond door de literaire Nes.

De omgeving van de Nes, inclusief de Wallen, herbergt een schat aan 'verliteratuurde' locaties. Gids Ko van Geemert trakteert zijn toehoorders op een uitgebreid buffet aan literatuurfeitjes. Voor sommige jonge luisteraars gaat het allemaal wat snel, maar soms is één dode dichter genoeg om de geschiedenis tot leven te wekken.

Voor wie goed wil luisteren, geeft de Nes en omgeving haar verliteratuurde geheimen prijs. Een beetje voorkennis kan daarbij geen kwaad, merken de leden van dispuut Hebe van het Amsterdams Studenten Corps. Bij wijze van cultureel uitje hebben de jongens, zo rond de twintig en voornamelijk studenten economie, rechten of geneeskunde, hun moeders uitgenodigd voor de literaire wandeling van het Boekenfestival. De afdwalende blik van Bernard Zweers (20) verraadt dat hij eigenlijk toch moet toegeven dat hij niet meer weet wie de Tachtigers waren. ‘Die dichters die zich afzetten tegen Ten Kate cum suis, weet je nog?’ zegt zijn moeder Jeanine Zweers hoopvol. Bernard woont in een studentenhuis in de Ten Katestraat, en dichter-dominee J.J.L ten Kate én zijn literaire vijanden zijn dus wel eens ter sprake gekomen in huize Zweers. Maar het viel zijn moeder al eerder op dat de generatie van haar zoon nauwelijks nog leest. Laat staan dat ze weten hoe de vaderlandsche literatuurgeschiedenis eruit ziet.

We lopen via de Oudezijdsvoorburgwal, over de Wallen naar de Kloveniersburgwal. De bierwalm, de raamprostituées en de toeristen in de zon vermengen zich met verhalen over dode dichters en schrijvers. Als je tot je door laat dringen dat Amsterdam al eeuwen wordt bezongen en beschreven, verandert elke stap die je op haar straten zet in een toegangspoort naar lang vervlogen tijden. Als je tenminste de verhalen en haar hoofdpersonen ook kent. Neem de Nes zelf. Ooit moerassig land, daarna een cluster van kloosters (vandaar het straatje 'Gebed zonder End'), vervolgens een hoerenbuurt waar de zeemannen kwamen zuipen, en nu een theaterbolwerk.

Gids Ko van Geemert is een wandelende encyclopedie, en stort met plezier literatuurfeitjes over de groep uit. 'We komen zometeen langs een obscuur tentje, waar je allerlei vieze dingen kunt eten, maar daar is Gerbrand Bredero overleden in 1618,' vertelt hij. En: 'Op dit pleintje woonde het liefje van Anton Wachter.' De jonge studenten vertrekken geen spier. Een paar moeders knikken. Vestdijk, die kennen we nog wel. ‘Jacques Perk kwam hier ook vaak naar de preken van zijn vader luisteren,’ vervolgt Van Geemert. Uw verslaggever graaft, niet de eerste keer tijdens de wandeling, in haar geheugen. Perk, Perk, was dat niet ook één van de Tachtigers? Zou ik dit eigenlijk moeten weten? Jeanine Zweers vraagt zich af wat er met het literatuuronderwijs is gebeurd. 'Jij hebt toch ook nog gewoon een lijst moeten lezen? Mijn zoon hoefde maar vijf boeken te lezen. In vertaling.' We beklimmen een bruggetje over de gracht. 'Maar,' geeft ze toe, 'je moet het ook leuk vinden, lezen.'

Ko van Geemert zet koers naar de Oudemanhuispoort, één van de laatste stops van de wandeling. De overdekte galerij van het UvA-gebouw blijkt vele malen 'verliteratuurd' te zijn, vanwege de 'adembenende akoestiek'. Bijvoorbeeld door Herman Vuijsje, die er dertig doedelzakken heeft horen spelen. In de Nes haast Van Geemert zich naar de volgene groep, en blijven de jongens steken bij een signerende Kees van Kooten. Bernard weet niet meer zo goed wat er allemaal verteld is. 'Zo veel namen,' verzucht hij. Maar dat er in de Nes de geschiedenis voor het oprapen ligt, heeft hij wel begrepen.

Op deze foto's staat Nico Keuning afgebeeld, de andere gids die - naast Ko van Geemert - de literaire wandelingen verzorgde.