'Poëzie heeft humor nodig'

Tjitske Mussche ,

Poetry International 2014

Jules Deelder (1944) was er bij toen eind jaren zestig in een café voor het eerst over een poëziefestival in Rotterdam werd gesproken. Dit jaar gaat hij tijdens een avondvullende programma in gesprek met festivaldirecteur Bas Kwakman.

Hoe gaat het met u?
Jules Deelder: ‘Goed hoor, ik ben er nog. Ook al zijn er om mij heen wel veel gaan wieberen de laatste tijd, ik heb nog geen plannen om er mee op te houden. Ik heb nu twintig bundels op mijn naam staan en schrijf nog steeds gedichten. Eigenlijk vind ik dat ik zo langzamerhand in aanmerking kom voor de P.C. Hooft-prijs, een oeuvreprijs.’

Wat kunnen we van de avond verwachten?
‘Het moet een soort Zomergasten worden heb ik begrepen, met stukjes van mijn favoriete films en zo, maar ik weet nog niet wat ik laat zien. Misschien is er tijd voor het reclamefilmpje dat ik ooit met Johnny the Selfkicker maakte voor een zoutje, dat was erg leuk. Verder zal het wel gaan over mijn inspiratiebronnen en dat soort dingen.’

Wie zijn eigenlijk uw inspiratiebronnen?
‘Die heb ik niet. Het is niet zo dat ik eerst de hele boekenkast gelezen heb en toen eens ben gaan schrijven. Ik lees eigenlijk vooral feitenboeken, non-fictie. Af en toe werp ik een blik op wat er uitkomt aan poëzie, maar ik kom zelden iets tegen dat de moeite waard is. Alhoewel ik een tijdje terug wel een fantastisch gedicht van Ramsey Nasr hoorde, “Mi have a droom”, in Rotterdamse straattaal. Het ritme was fabuleus en het was grappig. Poëzie heeft humor nodig.’

U was meer dan veertig jaar geleden betrokken bij de oprichting van Poetry International, hoe ging dat?
‘Ik heb in het begin met de oprichters Martin Mooij en Adriaan van der Staay weleens daarover gepraat in een café, ja. Zij hadden een poëziefestival in Londen bezocht en wilden dat hier ook. Rotterdam is nou niet de eerste stad waar je aan denkt bij poëzie, maar het is toch gelukt. Ik vond Poetry International altijd een leuke plek om collega’s te ontmoeten, zowel uit binnenals buitenland. De laatste jaren ben ik wel afgehaakt, dan stond er wéér een of andere Egyptenaar op het programma.’

Welke dichters heeft u door het festival ontdekt?
‘Hans Faverey! Die hoorde ik voor het eerst voorlezen op Poetry International en die man bleek begiftigd met een groot gevoel voor humor. Je moest hem zijn gedichten echt zelf horen lezen, dan kwam er een dimensie bij. Lucebert bleek juist heel anders voor te lezen dan ik dacht, alsof Willem Kloos op het podium stond. Pablo Neruda heb ik ook nog horen voorlezen, dat klonk prachtig, al verstond ik er niets van. Het festival hield natuurlijk niet op na afloop van het programma; men zegt vaak dat dichters aan de drank zijn, dat is ook zo. Maar veel van mijn oude dichtvrienden zal ik nu helaas astraal moeten benaderen.’

Het 45ste Poetry International Festival Rotterdam vindt van dinsdag 10 t/m zaterdag 14 juni plaats in de Rotterdamse Schouwburg. Dichters uit alle windstreken lezen voor, geven masterclasses en gaan met elkaar in gesprek.

De special over, met en door Jules Deelder: ‘Hoe langer je leeft hoe korter het duurt' is woensdag 11 juni te zien in de Grote Zaal van de schouwburg van 21.30-22.45