Naar de honden

Katja de Bruin ,

De eerste VPRO Bagagedrager ging naar Elfie Tromp. Wat is dat, wie is zij, en wat is ze van plan?

Op mijn zestiende ben ik mijn ouderlijk huis ontvlucht. Mijn moeder is hondenfokster van Afghaanse windhonden. Ik ben als roedeldier opgegroeid en was het spuugzat. Zo luidde de eerste zin van het reisplan dat Elfie Tromp (1985) instuurde voor de VPRO Bagagedrager: een aanmoedigingsprijs die jonge schrijvers in staat stelt hun reisdromen te verwezenlijken. Ruim 250 mensen dienden een plan in, vijf ijzersterke kandidaten bleven over. Elfie won de prijs met haar plan om haar hondengekke moeder en zus en hun acht Afghaanse windhonden te volgen op hun reis naar de World Dog Show in Boedapest.
Elfie Tromp: ‘Half april is mijn eerste roman verschenen. Mijn tweede roman wil ik in die hondenwereld laten spelen, dus ik had het idee al langer. Wat mij vooral fascineert, is wat deze mensen drijft. Het is topsport zonder dat je van sporten houdt. Al hun geld en al hun tijd staat in het teken van hun dieren. Ze leven via hun hond. Net zoals ik mensen die acht uur per dag zwemmen niet begrijp, begrijp ik ook deze mensen niet, maar ik wil proberen ze te begrijpen. De hondenmensen die ik ken, zijn vaak tragische figuren. Een stratenmaker die zich in de schulden steekt om een tophond te kunnen kopen, die achteraf geen eerste prijs wint, maar slechts derde wordt. Dat is oneindig frustrerend voor die mensen.
Bij ons thuis worden die honden vertroeteld als familieleden. Kosten noch moeite worden gespaard als ze ziek zijn en als er een sterft, is er een proces van diepe, diepe rouw. Mijn moeder en mijn zus beschouwen ze als gelijken, maar je hebt ook mensen die hun hond puur als een product zien. Dat vind ik een fascinerende tegenstelling. Als een hond een poot breekt, laten ze hem inslapen, want dan kunnen ze er niet meer mee showen.’
‘Ik was als kind heel erg dol op de honden die wij thuis hadden, maar toen las ik iets over zwerfhondjes in het asiel en dat vond ik zo zielig dat ik voor mijn verjaardag een hondje uit het asiel wilde. Als goede daad. Van mijn moeder kreeg ik toen een lhasa apso, een raszuiver hondje uit Tibet. Ze zei: “Deze komt uit het asiel hoor”, maar het was een tophond. Waarom ze zo graag raszuivere honden wil, is ook iets dat ik hoop te leren begrijpen. Ze is als schippersdochter opgegroeid met zwerfhondjes die ze stiekem meenaam naar het laadruim onder het dek. Daar ontvlooide ze ze, en daarna verborg ze ze in haar bed. Ik ben opgegroeid met honden en ik hield van honden, maar sinds ik vijf jaar geleden een eigen hondje kreeg, weet ik pas echt hoeveel je van zo’n hondje kunt houden. De liefde die ik voor Chin-chin voel, is onvoorstelbaar en het went ook niet. Elke keer als ik haar zie, ben ik zo gelukkig, daar ben ik zelf ook verbaasd over. Ik ga niet naar shows, maar ik koop wel kleren voor haar op internet, en ik post foto’s van haar op Facebook en ik sta in het weekend haar eigen biologische hondenvoer te maken. Ook bij mij slaat het een beetje door. Dus ja, ik ben wel bang dat ik daar in Boedapest ook iets van mezelf ga tegenkomen.’

Het reisverhaal van Elfie Tromp zal later dit jaar te lezen zijn in de VPRO Gids. Een langere versie verschijnt als e-book bij uitgeverij Fosfor.

Elfie Tromp (1985) studeerde vier jaar geleden af aan de HKU in Utrecht in de richting ‘Writing for performance’. Ze is theatermaker, presentator en sinds kort ook schrijver. Haar Chinese naakthond Chin-chin noemt ze ‘haar zon en haar maan’. Haar debuutroman Goeroe verscheen half april bij uitgeverij Lebowski. Maarten Westerveen interviewde haar naar aanleiding daarvan voor De Avonden.