Julia wil naar Gambia

als mama maar happy is

Tot voor kort was Afrika het continent waarbij bolle buikjes, onthoornde neushoorns en geïmproviseerde voetballen door m’n kop schoten. Een wereld waarin men zich bekommert om eten, drinken, de hitte, de muggen en de liefde, in plaats van om alles wat daarover geschreven wordt. Mijn moeder ging naar Gambia en leerde daar Yankuba kennen. Ik werd verliefd op een Belg met roots in Polen, maar dat terzijde.

Yankuba is birdwatcher, maar was vooral werkloos. Nu heeft hij van mijn moeder een BMW gekregen zodat hij geen aparte taxidriver hoeft te huren en meer geld kan verdienen.

In de krant staat: 'Beachboys van Gambia, eeuwige trouw voor de Babylonische vrouw'. Als ik mijn moeder zou kunnen overtuigen van het doelmatige liefdesspel wat in dit artikel uitgelegd wordt, zouden sommigen hun slabbetjes gladstrijken en opgelucht doorgaan met de maaltijd. Stiekem dromen ze van Cubaanse, zwetende danseressen. Primaire levenshoudingen waarin het slechts om overleven en lol gaat. In mijn leven zou het ook fijn zijn als bijvoorbeeld de daylight-wekker, de elektrische tandenborstel en de drie sloten op mijn voordeur zelf hun overbodigheid een keer constateerden en verdwenen. Mij met rust lieten. Mijn moeder kan daar zo verrukt over zijn: 'Er is daar helemaal niks!' Ondertussen zorgt ze er wel voor dat Yanks goede broeken, goede schoenen, en een auto, kortom: steeds ‘meer’ krijgt.

Achter haar webcam heeft mama voortdurend de slappe lach en draait uren achtereen dezelfde reggae. Als ze praat over de lol, de scrabble, de gebakken eieren en de blauwfazanten deel ik haar geluk. Tegelijkertijd kijkt ze twijfelend van mij naar haar beeldscherm als ze zichzelf herhaaldelijk hoort zeggen 'I love you too darling' of 'You, you are my love'. Ik zag een nieuwe Iphone liggen en wist dat die niet van een kaboutertje was. ‘Omdat hij anders geen bereik heeft’ legde ze toen uit. Mama is verliefd, maar mama is ook ziek. Mama’s recente borstkanker, en de daarbij komende pruik die van Yanks niet af mag, zorgen voor gesprekken die we lang niet gehad hebben. Vol ruis en ontkenning. De wereld om haar heen is vol ongeloof over hoe makkelijk mama door deze kanker lijkt te glijden. Ik accepteer voorlopig het mogelijke addertje onder het gras. Ondertussen lachen mama en ik dezelfde toonladders. We liggen samen in een bloemperk vol hormonen. Zij haar Gambiaan, ik mijn Belg. Niet veel dochters hebben de kans hun moeder verliefd te zien. Een ander had nu kunnen somberen om haar borst die volgende week geamputeerd wordt.

Laat mij naar Gambia gaan om Yanks’ kant van het verhaal te voelen. Laat mij het het geluk van een ‘Beachboy’ en dat van een ‘Babylonische vrouw’ onder woorden brengen. Mama vindt het een gigantisch goed plan. Ze zat gelijk te viberen en heeft geregeld dat Yanks mij op komt halen van het vliegveld. Ik mag bij hem op de compound slapen en hij zal me beschermen. ‘Als Yanks jou opvangt, dan maak ik me absoluut geen zorgen,’ zei ze stralend.

Wie is Julia?

Julia (1994) komt uit Amsterdam. In 6VWO schreef ze Tietaantje, een reactie op Titaantjes van Nescio. Haar docent Nederlands gaf haar de Engelse Roman Wild cadeau en vond dat Tietaantje gepubliceerd moest worden in de schoolkrant. De geschiedenisdocent deed daar de redactie en heeft niet meer teruggemaild. Julia is nu bezig aan vier debuten: een filosofisch kinderboek, een verhaal over Gambia en Ziekte, een briefroman en een dichtbundel. Daarnaast gaat ze naar een schrijversschool en ontwikkelt gestaag een liefde voor communicatieve misverstanden onder Belgen.

Camera: Tamara van den Berg
Montage: Mandy Bezema
Geluid: Tom Klaassen
Productie: Linda Bos, Iris van der Valk en Matthijs van Rumpt