Laura Starink 'Duitse wortels'

Bob den Uyl Prijs 2014 fotoalbum

Over de oorlog werd bij Laura Starink aan tafel nooit gesproken. ‘Dat kan ik niet uitleggen,’ zei haar moeder. In 'Duitse wortels' keert Laura met haar moeder terug naar haar geboortegrond: Silezië, nabij de grens tussen Polen en Duitsland. Toen voor Europa de bevrijding kwam, begon voor de Duitsers daar de oorlog pas echt. Laura blikt met haar moeder, ooms en tantes terug op hun oorlogsjeugd aan de rand van het Derde Rijk.

Ter gelegenheid van de naderende uitreiking van de Bob den Uyl Prijs selecteerde de genomineerde Laura Starink voor vpro.nl/boeken oude familiefoto's en foto's van haar reis en voorzag ze van commentaar.

De familieboerderij van mijn oma Martha Klose in het dorp Zobten (nu Sobotka), 30 km ten zuiden van Breslau (nu Wroclaw). Hier stierf mijn oma in 1945 van uitputting, 45 jaar oud.

Mijn opa, Georg Cibis, in een veldhospitaal in Frankrijk in 1916. Hij raakte gewond door een granaat.

Elinor, vooraan rechts, op de Adolf Hitler Schule in Klausberg, waar haar vader leraar was.

Haar twee jongste zusjes Hanne en Bärbel.

De radiozendmast van Gleiwitz (nu Gliwice), waar eind augustus 1939 door de nationaal-socialisten een toneelstukje werd opgevoerd. De zender zou ''veroverd'' zijn door Poolse opstandelingen. Het was een van de geënsceneerde grensincidenten waarna Hitler op 1 september 1939 Polen de oorlog verklaarde. Mijn moeder kon zich dat verhaal goed herinneren. Gleiwitz ligt 10 km van haar geboortestad.

Mijn oom Hans bij het graf van zijn moeder, mijn oma, Martha Klose, in Zobten (Sobotka).

Het persoonlijke dossier van mijn opa, Georg Cibis. Hij was godsdienstleraar aan de Adolf Hitler School in Klausberg. Het dossier bevindt zich nu in het Staatsarchief van Katowice.

Mijn moeder, Elinor, in de tuin van het familiehuis in Klausberg, in 1994.

De apotheek waar mijn moeder na de Arbeitsdienst ging werken. Hier ontdekte ze dat ze tuberculose had opgelopen, waarvoor ze in 1944 naar een sanatorium in Davos werd gestuurd.

Elinor ging na de oorlog in Zwitserland kunstgeschiedenis studeren.

Deze foto werd gemaakt op de begrafenis van mijn opa Georg, die in 1947 aan tuberculose stierf. Mijn moeder was in Zwitserland, de 5 weeskinderen moesten zich nu alleen in Polen zien te redden.

Mijn overgrootouders Josefa Schatka en Alois Cibis in 1930.

De barak in Auschwitz-Birkenau waar mijn tante Lotte naar alle waarschijnlijkheid heeft geslapen tijdens haar 4 maanden dwangarbeid voor de Russen, van april tot augustus 1945.

Dames van de Deutsche Freundschaftskreis die na de oorlog in Klausberg, nu het Poolse Mikulczyce, zijn blijven wonen. Lang hebben zij hun Duitse wortels moeten verzwijgen.