Lieve Joris 'Op de vleugels van de draak'

Bob den Uyl Prijs 2014 fotoalbum

Wat gebeurt er wanneer volkeren die geen koloniale geschiedenis delen, elkaar ontmoeten? Lieve Joris reisde naar China en ontmoette tientallen Afrikanen die daar handel proberen te drijven tussen de vele Chinezen die hen dagelijks nastaren. Andersom reisde ze met Chinezen door Afrika en onderzocht wat globalisering op menselijke schaal betekent.

Lieve selecteerde voor vpro.nl/boeken een aantal foto's die zij maakte tijdens haar reis, en voorzag ze van citaten uit het boek.

Dubai – Achter de goudsoek ligt de winkel van Hussein, een bebaarde moslim uit Rajasthan. Anne neemt zijn telmachientje en slaakt tijdens het rekenen diepe zuchten. ‘Congo money problem,’ zegt ze, ‘big problem.’

Guangzhou – Cheikhna bestudeert de Samsung, weegt hem in zijn hand. Eerder waren de telefoons veel lichter, daar houden Afrikanen niet van, dus maken de Chinezen ze zwaarder. ‘This good? Battery how long?’ Een goede batterij is belangrijk, want in Brazzaville is er vaak dagenlang geen elektriciteit.

Beijing – Luc Bendza draaide verschillende films met Jackie Chan. ‘Ik ben altijd de bad guy,’ zegt hij, ‘en aan het einde schieten ze me meestal dood.’

Beijing – Guo Dongs huis is ingericht als een museum, met vitrinewanden waarachter zijn kunstverzameling beschenen wordt door zacht licht. Een lemen paard met een Chinese ruiter, Afrikaanse maskers en vruchtbaarheidsbeelden – alles staat door elkaar en het is niet altijd meteen duidelijk wat nu Chinees is en wat Afrikaans.

Jinhua – We zitten met z’n vijven rond de tafel, drinken het ene kopje thee na het andere en eten van de snoepjes op het schaaltje. ‘Ik heb veel verhalen in mijn hart,’ zegt Shudi, ‘over China én over Afrika. Ik spreek misschien slecht Engels, maar ik heb daar goed rondgekeken, niets is me ontgaan.’

Shanghai – Binnen rijst een rotsige wand op waarin Afrikaanse gezichten zijn geboetseerd; in de neusgaten van twee ervan zitten botten. Tussen de hoofden kronkelt een lichtreclame met de tekst: African smile, shining from ancient to modern times. Human civilisation, radiating from Africa to the world.

Kaapstad – Eureka zou zijn Congolese vrienden die ervan dromen deze kant op te komen, willen zeggen dat het niet de moeite waard is. ‘Ze zouden je niet geloven,’ zegt Fabien nuchter, ‘iedereen is ervan overtuigd dat wij het goed hebben.’ Toen hij onlangs naar huis belde, zei een vriend: ‘Je stem is veranderd. Ik geloof dat jij daar veel kip eet!’

Kinshasa – Melina’s winkel ligt in de drukke buurt Bon Marché. Binnen zit haar nichtje tussen bungelende bh’s, kinderfeestjurkjes, zwembroeken en goedkope plastic oorringen op haar laptop de Chinese vertaling van De kleine prins te lezen.

Brazzaville – De etalagepoppen in Cheikhna’s winkel hebben, behalve blauwe ogen en blonde haren, een Chinese glimlach. Sommige hebben gekneusde neuzen, andere geschaafde wangen, maar hun enigmatische glimlach is intact. Het is alsof ze staan te grijnzen om dat westerse uiterlijk van ze, terwijl ze eigenlijk Chinees zijn.

Brazzaville – Soms komt de oude Makam Yaffa, een mannetje met dikke brillenglazen en een bestikte boubou, een praatje maken. Hij heeft Bakoré nog gekend, de eerste Malinees die in 1968 vanuit Brazza naar Hongkong vloog, waarna hij door iedereen Bakoré Hongkong werd genoemd.

Brazzaville – Ali ligt te stralen in een Chinees pakje dat Batoma hem voor de gelegenheid heeft aangetrokken. Hij is al helemaal thuis in de elektronische wereld. Als Batoma hem zoet wil houden, legt ze haar mobiele telefoon naast hem, die een of andere Amerikaanse hit blèrt.

Dubai – Sachin komt de trap af, zwaarder dan ik me hem herinner, zorgelijk als altijd. Hij is astmatisch, het type dat moeilijk stil kan zitten. Ongedurig staat hij bij Vishals bureau te dribbelen – een bokser in de ring. ‘Wat zijn de vrachtkosten naar Zimbabwe ook alweer?’

Dubai – In een winkel met decorspullen stapt Anne resoluut op een rek met reliëfschilderingen van bloemen in vazen af. Ze zijn er in alle soorten, maten en kleuren – virtuele bossen bloemen, gevangen achter glas. Ik sta er bevreemd naar te kijken, maar Anne straalt. ‘Wat vind je?’

Guangzhou – Een vrouw komt naar voren om een getuigenis te geven. Ze sluit haar ogen, roept God aan en smeekt Hem haar te helpen. Tranen biggelen over haar wangen en de helft van het bandje huilt met haar mee. De stomende warmte in deze ruimte, de vertrouwde muziek die ik zo ver van Congo hoor – voor ik het weet rollen de tranen ook over mijn wangen.

Beijing – Een Chinees vroeg hem laatst hoe lang hij al in Beijing was. ‘Zes jaar,’ zei Théodore. ‘Als je langer blijft, word je dan blanker?’ ‘Ja,’ zei Théodore, ‘kijk, de binnenkant van mijn handen is al lichter geworden. Over een jaar of twaalf zal ik helemaal blank zijn.’

Bagua Cun – De bokaal met het drankje wordt uit het kamertje gehaald en op de grond gezet. Op een royaal bed van donkerbruine kruiden ligt een dikke, opgekrulde slang, zijn vel zo glanzend en gezond dat het is of hij slaapt.
‘Was hij dood toen hij in de fles belandde?’ vraag ik.
‘Nee, nee,’ zegt de gastheer, ‘we stoppen ze er levend in.’

Durban – ‘Kijk eens wat slim.’ Shudi staat stil bij een jonge straatverkoper die een dertigtal fluorescerende horloges op een kartonnen buis heeft geschoven. Waar komt hij vandaan – uit Mozambique? Broederlijk slaat Shudi een arm om hem heen. ‘Ik ben net zo begonnen als jij.’ De jongen lacht naar de grote Chinees met zijn safaripetje en zonnebril – alsof die een grapje maakt.

Kinshasa – Niets heeft me voorbereid op de hevige emotie die ik voel sinds ik hier ben aangekomen en begonnen ben mijn vrienden te bellen. De vertrouwdheid, de onstuimige vreugde – een golf die me optilt en meevoert.

Kinshasa – Melina’s waakzame ogen staan vermoeid; ze ziet eruit als iemand die in haar leven een paar flinke klappen heeft opgelopen. Als jong meisje werd ze verliefd op een Congolese student in Guangzhou en kreeg een dochter met hem. Na zijn studie vertrok hij naar Kinshasa om werk te zoeken. ‘Vier jaar later had ik genoeg van het wachten en besloot hem achterna te reizen.’

Brazzaville – Ik tref schoenverkoper Sekou achter zijn kassa, onder twee kale peertjes die in vol daglicht branden. Hij heeft zijn winkelvergunning op de muur geplakt en verder is het al damesschoen wat het oog ontmoet. Sekou heeft drie jaar in Thailand gewoond. ‘De Thai werken niet de hele tijd, zoals de Chinezen,’ zegt hij. ‘Nee, de Chinezen – ik weet niet waar die voor leven, want ze werken alleen maar, van ’s ochtends tot ’s avonds en in het weekend ook nog.’

Brazzaville – Bij de ingang van de kledingwinkel aan de overkant maakt deejay Ali Bula dansend en dollend reclame, gekleed in een short en een T-shirt waar de prijskaartjes nog aan hangen. ‘En daar is de Française,’ verwelkomt hij me, ‘ze is overal geweest, tot in China, en nu is ze bij ons, in Poto-Potoooo!’