Marcel van Engelen 'Het kasteel van Elmina'

Bob den Uyl Prijs 2014 fotoalbum

Geen ander deel van de Nederlandse geschiedenis heeft zo veel impact gehad op het beeld van de westerse wereld als de slavenhandel in West-Afrika. Marcel van Engelen trekt vanaf de kust het Afrikaanse binnenland in en bezoekt de plaatsen waaruit de slaven werden weggevoerd, onder andere: het kasteel van Elmina. Gaandeweg verdiept hij zich in de discussie rond slavernij die de laatste jaren in Nederland is opgelaaid. Was de slavenhandel niet minstens zo Afrikaans als Europees?

Marcel selecteerde voor vpro.nl/boeken een aantal foto's die hij maakte tijdens zijn reis en voorzag ze van commentaar.

De toegang oogt pittoresk.

Als Sint Joris enkele jaren niet is geverfd, komen zijn donkere stenen aan de oppervlakte. De zilte zeelucht en tropische stortregens werken samen als schuurpapier. Het geeft het gebouw een woest, tragisch-romantisch uiterlijk.

Op The Dutch Cemetery drong het pas echt tot me door: in West-Afrika ligt omvangrijke Nederlandse historie.

Een van de andere Nederlandse nederzettingen langs de Goudkust, Fort Amsterdam. Daarin woont nu een Ghanees gezin.

Hoe verstrekkend deze (Nederlandse) geschiedenis van Afrikaanse diaspora is. Ik realiseerde het me eens te meer in het voormalige onderkomen van W.E.B. Du Bois in Accra. Du Bois staat hier op de foto met Ghana's eerste president Kwame Nkrumah. Het vrije Ghana oefende een sterke aantrekkingskracht uit op Afro-Amerikanen die thuis verwikkeld waren in een burgerrechtenstrijd.

Thuis bij Osei Kwadwo, Ashanti-historicus. Hij maakte nog eens duidelijk wie de macht had in het achterland van de Goudkust. Niet de Europeanen.

Pikworo Slave Camp in het noorden van Ghana, rustplaats voor slavenkaravanen.

De lemen muur die het dorp Gwolu moest beschermen tegen slavenjachten was bijna geheel verloren gegaan. Tot zwarte Amerikanen op het historische belang wezen. Zij zetten deze geschiedenis op de kaart in Ghana. Nu wordt het laatste restant van de muur beschermd tegen de regen.

De rit langs de kust naar Elmina oefende een hypnotiserende kracht uit. Door de palmen zie je aanvankelijk een liggend wit streepje in zee. Het dijt uit. Groter. Nog Groter.

De Nederlandse leeuw boven de poort. De gidsen zullen het inwrijven. Deze geschiedenis is van The Dutch.

Onvergetelijk. In een kelder waarin de Afrikaanse slaven als vee werden bewaard, voordat ze met roeibootjes naar de schepen werden gepeddeld.

Naast het kasteel. Elmina is een soms hectisch vissersstadje.

Nakomelingen van Nederlanders kunnen een Nederlandse naam dragen, hun blanke teint is door opeenvolgende Afrikaanse moeders niet meer te zien. Dit is de heer Vroom.

Het lijkt erop dat de tekenaar nooit in Afrika is geweest. Zagen de mensen aan de Goudkust er zo uit? Dit is het voorplat van het boek van Pieter de Marees (1602), waar ik gretig gebruik van maakte. De Marees keek met enige bewondering, jaloezie bijna, naar de lokale bevolking.


 

In Kumasi, hoofdstad van de Ashanti, bondgenoot van de Nederlanders en aan de Goudkust de voornaamste leveranciers van slaven.

Achterop een scootertje naar de plek waar Afrikaanse gevangenen uit het binnenland werden gewassen en ingesmeerd met palmolie, voordat ze op de markt van Salaga werden verkocht.