Rudi Rotthier 'De naakte perenboom'

Bob den Uyl Prijs 2014 fotoalbum

Jaren geleden las Rudi Rotthier een onbegrijpelijk boek waarin de schrijver zich verzette tegen berouw en zich hard maakte voor de idee dat vrijheid en inzicht samenvallen. Die schrijver was Spinoza. In 'De naakte perenboom' gaat Rudi op zoek naar Spinoza, naar de betekenis van zijn werk, en naar het land waarin dat werk ontstond: Nederland.

Ik had stoned kunnen zijn in Vanuatu, of over meisjesonderricht in discussie kunnen treden met een fundamentalistische en bewapende geestelijke.

In Amsterdam, niet zover van dit standbeeld, werd Spinoza in 1632 geboren. Tegenwoordig kijkt de burgemeester uit op het beeld en op de boodschap: het doel van de staat is de vrijheid.

Grote voorspoed kende hij. Zijn ouders stierven toen hij nog jong was, en lieten een financiële put na. hij werd uit de joodse gemeenschap gebannen, misschien omwille van zijn onrustbarende ideeën. De graven van zijn ouders zijn bewaard op de ontroerend mooie joodse begraafplaats Beth Haim, in Ouderkerk aan de Amstel.

Uiteindelijk belandde hij in Den Haag waar hij zo dicht hij kon bij de macht ging logeren, op zowat een kilometer van het Binnenhof. Hij woonde er toen in 1672 de broers De Witt werden gelyncht.

In deze woning stierf hij, in 1677. De wijze mens denkt aan niets minder dan aan de dood.

Ik probeerde te achterhalen wat Spinoza’s filosofie met Nederland te maken heeft, en wat het land van rechte lijnen nog van hem kan leren. Het antwoord op die laatste vraag luidt: veel.

Ik had naar India kunnen gaan, waar de kop in het zand steken een achtbare, vaagweg filosofische bezigheid is.

Maar in de plaats daarvan trok ik naar Nederland, het dichtste buitenland, op zoek naar Spinoza, de belangrijkste filosoof van de lage landen.

Ten tijde van Spinoza werd het Paleis op de Dam opgetrokken als stadhuis van Amsterdam. Tegenwoordig is dat paleis ingepikt door de toenmalige grote vijanden van Amsterdam, en van Spinoza, de Oranjes.

Al gauw trok Spinoza weg uit Amsterdam en belandde hij in een kamertje in het nog immer saaie Rijnsburg, waar hij lenzen sleep, zowel om in zijn onderhoud te voorzien als om wetenschappelijk onderzoek te verrichten. Handenarbeid en denken gingen bij hem samen.

In een periode van pest vluchtte hij even naar een landgoed bij Schiedam, dat vrienden hadden gekocht met de opbrengst van de haringvangst, en dat ongeveer aan de achterkant van het huidige station was gelegen.

Hij werd geassocieerd met de broers en liep zelf gevaar. De kern van zijn denken wil: begrijpen, niet veroordelen.

Aan de overkant van de straat staat, verborgen achter een poort, een perenboom, die er al in zijn tijd zou zijn geweest.

Dan kan ik nu verdwijnen naar een meer exotische bestemming. Nog nader te bepalen dewelke.