boeken om te lachen

Yasmin Wegman ,

Het leven van een comedian is niet alleen maar grappig. Komieken uit series als The Office, Absolutely Fabulous en Parks and Recreation maakten schrijfuitstapjes met autobiografieën. Ondertussen hebben al zoveel comedians er een geschreven dat je kan spreken van een heus ‘komisch autobiografieëngenre’ – met eigen subgenres zoals…

het plakboek

De hedendaagse Amerikaanse comedyscene – en dus ook de komische autobiografieënscene – heeft een nieuwe impuls gekregen met beste vriendinnen Tina Fey (30 Rock, Unbreakable Kimmy Schmidt, Saturday Night Live) en Amy Poehler (Parks and Recreation en ook SNL). In 2011 kwam Tina Fey met een klein, fragmentarisch boekje genaamd Bossypants. Amy Poehler volgde een aantal jaar later met het nóg fragmentarischere Yes, Please (ook verkrijgbaar als luisterboekelpee).

In dit format worden levenslessen afgewisseld met korte gedichten, foto’s en tekeningen. In Tina’s Bossypants werkt dat. Zo kan ze het in de ene zin hebben over de poepluiers van haar kinderen, om het daarna luchtig te hebben over verschil in humor tussen mannen en vrouwen. Uit ervaring weet ze dat de comedywereld een plek is waar mannen het voor het zeggen hebben, die de ene vrouw aannemen omdat ze do-able is en de andere afserveren omdat ze te oud is. Tina Fey’s Bossypants is dan ook niet alleen komische autobiografie, het komt ook voor in veel feministische boekenlijsten.

Ze heeft het vooral over hoe haar comedy tot stand komt, hoe het er bij televisie aan toegaat en dat al haar mannelijke collega’s in plastic bekertjes plassen die ze verspreid door het gebouw laten staan. ‘I had definitely never heard of anyone peeing in a cup and leaving it in their own office on a bookshelf to evaporate and be absorbed back into their body through the pores of their face.’

Amy Poehler brengt het er minder goed vanaf. Naast drugsverhalen, e-mailwisselingen en redenen waarom we huilen in een vliegtuig gaat een groot gedeelte van Yes Please over hoe weinig zin ze had om haar boek te schrijven.‘It has been like hacking away at a freezer with a screwdriver.’ Ze doet het voor geld, zo geeft ze toe. Yes Please is daardoor eerder een plakboek dan een memoir. Fragmentarisch is leuk, fragmentarisch gezeur niet.

het ik-ben-precies-zoals-mijn-personage-boek

Mindy Kaling (The Office, The Mindy Project) en Nick Offerman (Parks and Recreation) zijn in hun autobiografieën precies hun personages. Zoals de egocentrische flapuit Mindy Lahiri en de chagrijnige brombeer Ron Swanson. Het enige verschil: Mindy Kaling is nóg grappiger, Nick Offerman eigenlijk helemaal niet. Offerman houdt net als Ron Swanson niet van salades, zit vol met levensadvies over hoe je een echte man moet zijn (‘Don’t be an asshole.’), schrijft haiku’s over braadworsten en heeft veel ervaring met amateurtheater. Jammer alleen dat dit al de hoogtepunten zijn van zijn übersaaie autobiografie Paddle Your Own Canoe.

Mindy Kaling heeft het begrip ‘komische autobiografie’ beter begrepen. Haar boeken zijn namelijk autobiografisch én komisch. Ze ramde er onlangs haar tweede uit met Why Not Me?, de opvolger van Is Everyone Hanging Out Without Me? Net als haar personages – en zoals haar boektitels al aangeven – heeft ze een fascinatie voor zichzelf. Onder dit ogenschijnlijk oppervlakkige en egocentrische laagje zit een getalenteerde, hilarische en intelligente comedian, die verfrissende boeken schrijft en oppervlakkigheid expres inzet om een personage van zichzelf te maken.

In haar boeken klopt alles. Het is misschien geen hoogstaande literatuur, maar het is grappig, kwetsbaar en openhartig. In blog-achtige hoofdstukjes geeft ze zichzelf bloot, ook door middel van leuke plaatjes van haar en Obama, van haarzelf in bed of onder de douche. Want als je een boek schrijft dat helemaal over jou gaat, dan moet je het ook goed doen.

En o ja, ze verpakt haar levenslessen met grove humor, zoals het hoort:

However, you should know that I disagree with a lot of traditional advice. For instance, they say the best revenge is living well. I say it’s acid in the face – who will love them now?

Mindy Kaling

de klassiekers

De ervaren Jennifer Saunders en John Cleese hebben minder met losse anekdotes en schreven een meer klassieke autobiografie met Bonkers en So, anyway…. Wat Tina Fey is voor de hedendaagse Amerikaanse comedyseries, was Jennifer Saunders samen met Dawn French al eerder voor televisiehumor in Groot-Brittannië. En John Cleese was dat zelfs nóg eerder met Monty Python.

Niet dat je daar veel over leest trouwens, hij heeft het namelijk over alles behalve zijn Python-tijd. Hij duikt flink de geschiedenis in en begint niet bij zíjn jeugd maar bij de jeugd van zijn vader. En we leren dat Basil Fawlty deels gebaseerd is op een van zijn ietwat labiele basisschooldocenten. Voor Cleese geen aftiklijstjes met levensdromen, dat is iets wat gewoon even tussendoor geroepen wordt:

My sole aims in live have become: not to fight in a a war; not to have to give birth; and not to work in finance. So I deem my life a succes.

John Cleese

Saunders en Cleese hadden dezelfde reden als Amy Poehler om hun boeken te gaan schrijven: geld (John Cleese trommelde eerder al zijn vrienden van Monty Python op voor een reünietour om al zijn ex-vrouwen geld te kunnen geven). Het verschil is dat John en Jennifer duidelijk wel zin hebben om te schrijven − en meer te vertellen hebben.

Bonkers van Saunders begint misschien wat stijfjes, maar groeit uit tot een persoonlijk, hilarisch maar ook aangrijpend verhaal over haar jonge jaren, haar vriendschappen met Dawn French en mede AbFabber Joanna Lumley, haar man en kinderen en over haar strijd met kanker.

Saunders en Cleese geven met hun boeken ook antwoord op vragen die opvallend weinig aan bod komen in boeken geschreven door comedians: Hoe werkt humor nou eigenlijk? En hoe maak je dan die series waar wij zo graag naar kijken? – mochten je acteer- of comedyambities zich beperken tot televisiekijken. Saunders geeft met hilarische anekdotes een kijkje achter de schermen van haar hitserie Absolutely Fabulous. Na het lezen van Bonkers weet je meer over de televisiewereld (bijvoorbeeld dat de BBC een heel stom bedrijf is) en over hoe je een goed script schrijft (door vooral niet te schrijven, maar te winkelen en anderen van hun werk te houden). John Cleese heeft tenslotte nog twee tips:

1. Maak de grap zo kort mogelijk.

2. Niemand maakt écht goede comedy. Steel daarom van anderen die het al beter gedaan hebben.

En als we daar een tip aan mogen toevoegen: doe het alleen als je het kunt. Boeken schrijven voor het geld is niet erg, als je er maar niet een heel hoofdstuk aan wijdt. In de woorden van John Cleese: ‘It’s a nightmare once comedy stops being funny.’