Joris van Casteren 'Het station'

Maarten van Bracht ,

VPRO Boeken Tipt

'Zelfs Mart Smeets wilde zijn plaatsbewijs niet tonen: "U weet toch wel wie ik ben?"'

Station


Vormt Amsterdam CS voor de meesten een rap te nemen obstakel, voor anderen is het een vaste pleisterplaats. Joris van Casteren hing maanden rond in de 125 jaar oude schepping van Cuypers en sprak met vaste populatie en passanten: NS-medewerkers, verkeersleiders, schoonmakers, beveiligers, reizigers, zonderlingen en menselijk wrakhout. In Het station doet Van Casteren alle locaties aan waarvan de forens geen weet heeft. Wie en wat hij daar aantreft wordt in droge bewoordingen beschreven, met speciale belangstelling voor de zelfkant en bizarre gebeurtenissen. Opvallend: vaste bespelers verklaren dat het publiek zich steeds asocialer gedraagt. Zelfs Mart Smeets wilde zijn plaatsbewijs niet tonen: ‘U weet toch wel wie ik ben?’

Het station, Joris van Casteren verschenen bij uitgeverij Bas Lubberhuizen,  januari 2015, 160 bladzijdes