Julian Barnes - In ogenschouw

Anton de Goede ,

frisse cultuurbarbaar

‘Rond mijn dertiende was ik zo’n frisse jonge cultuurbarbaar waar de Britten het patent op hebben,’ aldus Julian Barnes in In Ogenschouw (AtlasContact). Voor beeldende kunst werd zijn belangstelling pas in 1964 gewekt, in Parijs, in ‘een groot, donker en weinig populair museum’, het Musée Gustave Moreau. ‘Misschien waardeerde ik Moreau wel opeens omdat dat van niemand moest.’ De mystiek van de schilderijen deed de rest, hij stond in vuur en vlam. Joost Zwagerman in VPRO’s Nooit meer slapen: ‘Barnes’ nu gebundelde essays over kunst zijn zo sterk omdat hij niet een academicus is maar een verhalenverteller.’ Barnes heeft een voorliefde voor de periode 1850-1920 en kunstenaars als Delacroix, Bonnard, Manet, Cézanne en Degas. Dat resulteerde in een serie prachtige mini-biografieën.