Walter Benjamin - Kinderjaren in Berlijn

Wim Brands ,

Poëtisch proza

Het telefoontoestel van mijn grootouders hing in de gang naast de koffiemolen. Als er iemand belde, wat hoogstzelden gebeurde, zei mijn grootmoeder steevast tegen mijn grootvader ‘Ga jij eens kijken wie dat is.’ Alsof er iemand rond het huis sloop. Hij sprak altijd de familienaam uit alsof hij voor een loket stond. Gesprekken duurden nooit langer dan een paar minuten; er werden dienstbevelen uitgewisseld, op zachte toon overigens. In de onlangs opnieuw uitgegeven Kinderjaren in Berlijn (Vantilt) schrijft Walter Benjamin in dat precieze poëtische proza van hem dat een telefoongesprek in den beginne klonk als nachtgeluiden. Ik denk dat mijn grootouders dat beseften: ze spraken alsof ze op een donkere landweg liepen.