Echt verzonnen

Aan waargebeurde wielerverhalen geen gebrek, al wordt daarin de werkelijkheid vaak aangedikt. Maar ze geloofwaardig verzinnen, dat kunnen er niet veel. Wilfried de Jong kan het, blijkens de tien verhalen in 'Kop in de wind'.

Aan waargebeurde wielerverhalen geen gebrek, al wordt daarin de werkelijkheid vaak aangedikt. Maar ze geloofwaardig verzinnen, dat kunnen er niet veel. Wilfried de Jong kan het, blijkens de tien verhalen in Kop in de wind, waarin zijn fantasie met de werkelijkheid op de loop gaat. Of liever: gaat fietsen, want De Jongs gewaarwordingen en ontmoetingen onderweg op de fiets (voor de kenners: een Pegoretti) vormen in alle verhalen de hoofdmoot. Wat er gebeurt als je ergens in de Provence het bordje ‘Mona Lisa 100 m.’ volgt, in het Rotterdamse een meerkoet van de sokken rijdt, bij het doorkruisen van New York op vreemde snoeshanen stuit, in de Hollandse duinen boven je macht grijpt en het moet bezuren, op locatie in Frankrijk een imbussleutel mist (‘en-buus?’) en op een rommelmarkt belandt, of in een hotel vol niet-fietsers (‘De leegte van die levens’, schreef Tim Krabbé) door een Afganistan-veteraan met handbike op sleeptouw wordt genomen – steeds spurt de lezer benieuwd mee naar de finish.