Dobbelsteen

'De ochtend valt', een novelle van Manon Uphoff, is een teder portret van een gezin met problemen dat zo goed en kwaad probeert te leven.

Er wordt weleens gezegd dat de novelle het stiefkind onder de literaire genres is. Dat novelles niet verkopen en dat uitgevers ze daarom met het etiket ‘roman’ de wereld in sturen. En dat terwijl het een wonderschoon genre is. De novelle is namelijk overzichtelijk, tussen de zestig en honderd pagina’s lang, en heeft meestal maar een hoofdpersoon en nauwelijks subplots. Daardoor staat er – in tegenstelling tot veel romans- vaak geen woord te veel in, zodat er wat te raden overblijft voor de lezer. Soms balanceren novelles zelfs op het randje van een prozagedicht.

Zoals Manon Uphoffs nieuwe novelle De ochtend valt, die slechts zestig pagina’s telt en veel wit bevat. De novelle begint met de volgende passage:

(Mijn vader doodde mijn moeder.)
Hoe weet ik dat? Ik heb het gezien.
Het was op een maandag.
Haar hoofd in een plas met donker bloed.
Sirenen rondom haar, ik kon ze duidelijk horen zingen.
Hun onmenselijke stemmen duidelijk zichtbaar, als
strengen.

Aan het woord is Michael, de oudste uit een gezin van drie jonge kinderen ergens in Engeland, die het reilen en zeilen van zijn familie voor en na zijn moeders dood beschrijft. 'Denk niet dat ik kan vertellen hoe we binnen ons huis leefden volgens een eigen systeem - pah, mah, ik, Glenn en Natalee. Hoe we net als de stippen op een dobbelsteen onderdelen waren van een vaste structuur die niet kon worden verbroken.' Aan die vaste structuur wordt wel gemorreld na de dood (‘verdwijning’ voor de andere kinderen) van zijn ‘mah’. Uphoff laat in het midden of het moord of zelfmoord was. Michael vertelt namelijk dat ze in het ‘hiervoormaals’ ook wel eens aan de ontbijttafel haar polsen doorsneed, ‘tussen de broodjes en beschuitjes met aardbeienjam door.’

In dit soort beeldende details en korte, strakgespannen zinnen laat Uphoff Michael worstelen met zijn nieuwe taak als verzorger: ‘Wat kan ik zeggen. De dagen kort, de uren lang. Pah kom en gaat in en uit huis, maar hij lijkt niet langer op een levend wezen, we zijn alleen, en Glenn en Natalee veranderen geleidelijk aan in mijn pups, in harde met stro gevulde knuffelbeesten.’ Die passages worden tegen het einde vaker afgewisseld met Michaels terugblik op die periode, jaren later: ‘Zie je, we werden bepaald niet gek toen mah weg was; we herschikten ons. Het was mogelijk.’

Maar hoe hard Michael ook zijn best doet, ondertussen zit zijn broertje aan zijn zusje en geeft niemand het konijn te eten. Dan wordt pas duidelijk hoe schrijnend de situatie is: Michael wil de boel bij elkaar houden, maar het ontglipt hem. Of toch niet? De ochtend valt is namelijk niet een zwart-wit verhaal over een probleemgezin dat uit elkaar valt. Het is een teder portret van een gezin met problemen dat zo goed en kwaad probeert te leven. Of zoals Michael het jaren later zegt: ‘Dichtbij en op enorme afstand, ik kijk ernaar, een zoet organisch bestaan waarin ik ze wilde vasthouden, ze precies zo wilde houden als ze waren.’ Een bitterzoet orgaan, dat wel.