De diagrammen van Waters

Katja de Bruin ,

De jonge Sarah Waters verbaasde de literaire wereld door in 1998 te debuteren met een erotische, lesbische roman die naast expliciete seksscènes ook grote literaire kwaliteiten had. Als literatuurwetenschapper deed ze onderzoek naar homo-erotische boeken in het Victoriaanse tijdperk. De aldus vergaarde kennis gebruikte ze vervolgens kwistig in haar eerste boek ‘Tipping the velvet’ over het oestermeisje Nancy dat furore maakt in het Londense varieté-theater. Na drie romans over lesbische liefde in de late negentiende eeuw heeft Sarah Waters zich het wonderlijke predikaat ‘de lesbische Dickens’ verworven. En hoewel ze de vergelijking met Dickens vleiend vindt, gaat die natuurlijk niet op. ‘Dickens schreef over de tijd waarin hij leefde, ik niet.’

De BBC verfilmde in 2002 met groot succes 'Tipping the velvet' (vertaald als 'Fluwelen begeerte'), dat intussen door de AVRO is aangekocht, en nu is het de beurt aan Waters’ derde roman 'Fingersmith' (Vingervlug), het boek waarmee ze definitief doorbrak naar de hoogste regionen van de Britse literatuur. Ze sleepte er een Booker-prize nominatie mee in de wacht en kreeg een plaats op de prestigieuze Granta-lijst van meest veelbelovende jonge Britse schrijvers, die eens in de tien jaar verschijnt.

Hebt u de verfilming van 'Fingersmith' al gezien?
‘De BBC stuurde me net deze week een band het eerste deel en dat vond ik erg geslaagd. Ze hebben het goed gedaan. Ik wist dat ze dichtbij het boek zouden blijven en dat de acteurs erg goed waren, maar het is natuurlijk toch een opluchting. De sfeer is goed getroffen. En het verbaast me dat ik mijn eigen beelden weet te behouden, dit is gewoon een andere versie.’

Hoe voelt het als schrijver wanneer je boek wordt verfilmd?
‘Heel vreemd, want het is natuurlijk het wereldje dat jij gecreëerd hebt. Maar ik heb gemerkt dat ik niet al te bezitterig ben wat mijn boeken betreft. Bovendien zijn de boeken niet ineens weg, die blijven gewoon bestaan. Ik schrijf primair voor de echte lezers, en dat zijn mensen die altijd een boek zullen prefereren boven de tv. Daar moet ik het van hebben. Als er een nieuwe groep lezers bij komt dankzij de verfilming, is dat leuk, maar niet echt belangrijk. Ik weet dat er schrijvers zijn voor wie een verfilming in een nachtmerrie is geëindigd, maar voor mij geldt dat niet. Ik heb geluk gehad.’

Was u niet verbaasd dat de BBC uitgerekend Tipping the velvet, zo’n lesbisch-erotisch boek, wilde verfilmen?
‘De BBC heeft een lange traditie in kostuumdrama en ik denk dat mijn boek in een periode verscheen waarin de BBC rijp was voor wat meer risico. Het is wel kostuumdrama, alleen dan anders. Ik ben even bang geweest dat ze al te expliciete scènes zouden vermijden, maar dat is meegevallen.’

Op een internetforum over uw boeken bekenden sommige lezers dat ze moesten blozen tijdens het lezen van 'Tipping the velvet', dat is een hele prestatie in deze tijd.
‘Ik beschouw het als een groot compliment dat ik erin slaag lezers op die manier te raken. Zelf voel ik het niet zo, want ik ben volkomen op mijn gemak met dat soort scènes. Het feit dat ik lesbisch ben, is voor mij heel gewoon. Het zou onnatuurlijk voelen om over een hetero-relatie te schrijven, al sluit ik niet uit dat ik het ooit nog eens doe, als het verhaal daar om vraagt.’

Vindt u het vervelend dat u telkens weer wordt aangesproken op het feit dat u lesbisch bent?
‘Nee, helemaal niet. Ik schaam me er niet voor. Het is heel vanzelfsprekend voor me. Tegelijkertijd is lesbische literatuur een onderwerp waarin ik heel erg ben geïnteresseerd. Als literatuurwetenschapper heb ik me destijds grondig verdiept in 19de eeuwse boeken over wat ik de seksuele onderwereld noem: travestie, prostitutie, porno, maar ook homoseksualiteit. Ik wil heel graag weten hoe mensen die seksuele voorkeur vroeger beleefden, hoe ermee werd omgegaan. Het is onvermijdelijk dat ik daar op word aangesproken.’

U wordt geprezen om uw goede erotische scènes. Hoe doet u dat? De meeste schrijvers brengen er weinig van terecht.
‘Het is altijd een uitdaging om over seks te schrijven omdat het zo moeilijk is om er nog anders en vernieuwend en fris over te schrijven. Je moet ook heel erg uitkijken dat je niet in clichés vervalt. En als je je teveel op de daden zelf concentreert, wordt het algauw onplezierig om te lezen. Het is lastig balanceren op die lijn tussen erotiek en dat mensen denken: bah! Het is niet zo dat ik een seksscène makkelijker schrijf dan andere scènes, maar ik vind het wel leuk om te doen. Overigens is Tipping the velvet veruit het meest erotische boek. Daar paste het ook binnen het verhaal: de geschiedenis van een jong, eenvoudig meisje dat in Londen haar seksualiteit ontdekt. In Affinity is het allemaal heel subtiel en ook in 'Fingersmith' speelt het helemaal niet zo’n prominente rol. Kennelijk had ik de behoefte om dat uit te proberen in mijn eerste boek. Nu ik me een volwassen schrijfster voel, vind ik het verhaal en de karakters veel belangrijker. Ik beschouw seks zeker niet als noodzakelijk voor een boek.’

Alledrie uw boeken spelen zich af tussen 1850 en 1880, het Victoriaanse tijdperk. Blijft u daar?
‘Nee, mijn vierde boek is bijna af en dat speelt zich af rond 1940. Ik was bang om in herhaling te vervallen en had zin om een andere tijd te proberen. Maar ik wilde niet verder terug in het verleden en ook niet in het heden terecht komen. Londen in oorlogstijd is een fascinerende tijd, zeker ook voor vrouwen. Er kon meer, er mocht meer. Je kon zelfstandig gaan wonen, je kon verpleegster worden of vrijwilliger. Er werd minder op je gelet en ook het homoseksuele leven in de stad maakte in die tijd een belangrijke ontwikkeling door.’

'Fingersmith' en 'Affinity' zitten heel vernuftig in elkaar. Hoe slaagt u erin zo’n ingewikkelde plot te bedenken?
‘Het werkt een beetje als een puzzel. Het is vrij technisch. Ik moet eerst de plot hebben en daarna kan ik eromheen werken. Ik zit echt hele diagrammen voor mezelf te tekenen om zeker te weten dat ik alles nog onder controle heb, dat alles klopt. Het zelf teruglezen heeft geen zin, want ik kan mijn eigen verhaal nooit lezen door de ogen van een onbevangen lezer. Ik merk dat de plots me vrij gemakkelijk afgaan, maar dat ik hard moet werken om de karakters een gezicht te geven.’