Krimpende reus

De biografie 'Vaan. Het bewogen bestaan van C.B. Vaandrager' documenteert het leven van de literaire reus van Rotterdam. Over een compromisloos originele geest die in zichzelf opgesloten raakte.

Het lijkt op het eerste gezicht een symbool als een knipperend neonlicht. Bedacht en opzichtig. Maar, moet biograaf Menno Schenke hebben gedacht, als de werkelijkheid je zo'n cadeautje geeft, waarom zou je dan weigeren?
Het is ergens in 1968, acht jaar na zijn debuut, de ontroerende novelle Leve Joop Massaker en een jaar na zijn tweede bundel, Gedichten. Twee van zijn belangrijkste boeken moeten nog verschijnen, en dat het goed gaat met Cornelis Bastiaan Vaandrager kun je niet zeggen. Zijn grote liefde heeft hem aan de kant gezet, zijn geldgebrek is nijpend en uitgevers wachten ongeduldig op nieuw werk om zijn voorschotschulden een béétje mee in te lossen.
Hij staat met zijn rug tegen de muur.
En dan begint Vaandrager te bouwen: '"Binnen de muren van zijn huiskamer maakte hij van planken een tweede muur," vertelt (goede kennis - red.) Teddy Treurniet. "En daarbinnen weer een muur. In de kleine ruimte die overbleef, zette hij een tafel, een stoel en een schrijfmachine."'
Waarom? Volgens Treurniet heeft het te maken met zich terugtrekken uit de buitenwereld en de werkelijkheid net genoeg kantelen om er iets magisch van te maken. Menno Schenke noemt het nuchter een bewijs van hoe overmatig drugsgebruik 'zijn persoonlijkheid begint te beïnvloeden' en 'een vroeg signaal van een ziektebeeld' dat later door dope gestimuleerde schizofrenie zal blijken. Maar hoe je het ook bekijkt, het is een ideale samenvatting van zijn bestaan.Van een compromisloos originele geest die in zichzelf opgesloten raakte. Van allesvernietigende trouw aan zijn werk en schrijnende eenzaamheid. Kortom: van de tragische teloorgang van de literaire reus van Rotterdam.

Scheurscène
Vaan. Het bewogen bestaan van C.B. Vaandrager, de biografie die Schenke nu, dertien jaar na Vaandragers overlijden, bij De Bezige Bij publiceert, staat er vol mee. Met van die momenten waar je je wenkbrauwen bij optrekt en op hetzelfde moment in lachen én huilen kunt uitbarsten. En die nog iets zeggen over zijn werk ook. Zoals het incident op pagina's 364-5: Vaandragers liefje van dat moment hoort gerommel in de woonkamer. 'Ze stapt uit bed, en treft in de huiskamer Cor, die boeken in stukken zit te scheuren. De omslagen gooit hij naar links, de bladzijden naar rechts. "Cor, wat ben je nou aan het doen, joh?" roept ze vertwijfeld. "Ik ben alles uit zijn verband aan het rukken!" is zijn reactie.' Een letterlijk krankzinnig lucide opmerking van de man die ooit furore maakte met ready mades als 'Meneer Dinges/weet niet was swing is,' en onderdeel was van een beweging die flarden uit de werkelijkheid isoleerde en zo een andere betekenis gaf.
Er zijn na die scheurscène nog precies honderd pagina's te gaan, en de gloriejaren zijn definitief achter de rug. Maar de levensbeschrijving wordt er niet minder boeiend om.
Schenke beschrijft het voorafgaande allemaal gretig en nauwgezet, daar niet van. Hoe dat in 1935 geboren zoontje van een eenvoudige postbesteller een briljante gymnasiast werd. Alles, van de eerste tijdschriftjes die hij mede oprichtte in de culturele Sahara van de Maasstad, tot Gard Sivik en de De Nieuwe Stijl en zijn rol binnen de literaire 'Bende van Vier' die hij met Hans Sleutelaar, Armando en Hans Verhagen vormde. Het leerzame werk-om-den-brode als copywriter en reportageschrijver. De machtsstrijdjes en de gestrande plannen. Het geleur om centen en de aanvankelijk juichende kritieken. En natuurlijk is er Vaandrager als de man van de straat. De 'addestiekeling', hipster en tijdgeestantenne in het uitgaanscircuit.

Afglijden
De biograaf bewondert. Zeker. Hij is lyrisch over Vaandragers woordspel, zijn associatieve kracht en de vrolijke brille die een klassieker voortbracht als Made in Madurodam ('De kroketten in het restaurant/zijn aan de kleine kant.'). Maar Schenke is ook niet bang om Vaandragers schaduwkanten te laten zien. Die van de verongelijkte egomaan die, als hij zelfs na publicatie van De reus van Rotterdam (1971) en De hef (1975) niet de roem krijgt die hij verdient, steeds verbitterder wordt. Jaloers op Jan Cremer, die met zijn autobiografische werk wél een 'onverbiddelijke bestseller' produceert en op 'epigonen' als Jules Deelder. Of de echtgenoot die zo bang is om burgerlijk te zijn dat ie zijn vrouw verbiedt haar verjaardag te vieren.
Tussendoor zijn er de hilarische anekdotes, zoals Operatie Strohoed, een zot plan om van een oubollig hoofddeksel een rage én een financiële klapper te maken. Of de verhalen rond zijn verzamelwoede, met als hoogtepunt een rel rond een van een benzinepomp gesloopt reclamebordje die hem een celstraf oplevert.
Bij dat laatste akkefietje is het Grote Afglijden al begonnen. Het deel van het verhaal waarvan de schrijver zelf geen direct of samenhangend verslag heeft gedaan. Cornelis Bastiaan Vaandrager noemt zich inmiddels Vaan, wat aardig aangeeft hoeveel hij onderweg van zichzelf is kwijtgeraakt. En, hoe pijnlijk ook, zijn lijdensweg naar een eind als 'keldermonster' tussen het vuilnis in een verpauperd souterrain, hééft de gruwelijke aantrekkingskracht van een verkeersongeluk. Je wilt je ervan afwenden en tegelijkertijd alles zien.
En je zíet alles. Je ziet hem naast Martin Bril langs de straat strompelen 'als Dustin Hoffman in de film Midnight Cowboy.' Je ziet hem als tierende dorpsgek langs cafés trekken om zijn eigen boekjes aan de man te brengen, in inrichtingen belanden en zelfmoordpogingen doen. Niks wordt je bespaard. Tot de niet eerder gepubliceerde wrakstukken uit de onvoltooide roman CAID aan toe, een brij van getroebleerde gedachtesprongen die alleen voor de schrijver zelf te ontwarren zal zijn geweest. Alsof er in dat kamertje waarin hij schreef tegen het eind zóveel extra muren getimmerd waren dat er geen lezer meer bij kon.