'Vermoeiend, maar wel heel erg boeiend'

Derrick Bergman ,

Cees Overgaauw volgde fenomeen Simon Vinkenoog wekenlang, onder andere tijdens diens optreden met Spinvis. Profiel van een onbevangen liefhebber van het woord.

Vijftiger, sixties-goeroe, lsd-profeet, poldersjamaan: aan etiketten geen gebrek als het over Simon Vinkenoog gaat. Door zijn samenwerking met Spinvis maakte alweer een nieuwe generatie kennis met de eeuwig jonge outsider der Nederlandse letteren. Vinkenoog is 78 jaar, maar zijn activiteiten zijn nog altijd zo divers als zijn oeuvre. De presentatie van een Karel Appelpostzegel, literaire rondvaarten tijdens de Uitmarkt, poëziefestivals, een lsdcongres in Basel: geen aow’er met zo’n volle agenda.
Overgaauw: ‘Ik richt me vooral op deze tijd, op Simon Vinkenoog nu. Die wonderlijke man, een soort Gandalf uit Tolkien, die zo levendig is als een veertigjarige.’
De optredens met Spinvis komen uitgebreid aan bod. ‘Het is fantastisch om hem het toneel op te zien springen bij Lowlands en de Parade. Een echte troubadour.
Zoals hij plotseling achter Spinvis uit een donkere hoek verschijnt, een beetje een gebogen oude man. Maar dan gaat het boek open, hij kijkt om zich heen, zonder enige gêne of verlegenheid en dan wordt hij anderhalf keer zo groot. Prachtig. In het lezen van gedichten is hij toch één van de groten.’ Naast de optredens zijn er lange interviews, opgenomen in Vinkenoogs volkstuin in Amsterdam- Noord. ‘Ik stel ook kritische vragen, bijvoorbeeld of zijn levenswandel hem niet de titel van groot schrijver heeft gekost. Dat vindt hij onzin. Hij zegt: ik leer iedere dag leven en een goed leven is een kunstwerk op zichzelf.’
Miskenning bespeurde Overgauw niet. ‘Wat hij heel erg mist is rancune en naijver. Simon is echt iemand die niet alleen wil vertellen wat hij zelf vindt, maar ook wat hij goed vindt aan anderen. Eén van zijn grote krachten is dat hij Nederland kennis liet maken met mensen als Allen Ginsberg.’ Vinkenoog, blower sinds 1952, is een grootverbruiker van cannabis. ‘Ik heb hem gevraagd een paar uur geen joint te nemen. Als mensen hebben gedronken of een jointje gerookt, is de camera meedogenloos. En ik merkte dat hij dan toch minder alle kanten uit ging.’
‘Maar dat hij een gedrogeerd warhoofd zou zijn is een misverstand. Ik heb bewondering gekregen voor de manier waarop hij over het leven denkt en praat, de manier waarop hij verhalen vertelt. Een aardige man met zinnige gedachten.’ De vraag hoe Vinkenoog herinnerd zal worden, vergt bedenktijd. De volgende dag belt Overgaauw terug: ‘Als een onbevangen liefhebber van het woord. En als troubadour in een land van spraakgebrek. Dat hoop ik. Zelf vertelt hij dat mensen hem vroeger soms zeiden: “Je bent boeiend, maar wel vermoeiend”. Ik zou dat graag omdraaien: Simon is vermoeiend, maar wel
heel erg boeiend.’