Een beige meisje

Katja de Bruin ,

'Slaap met me', heet Joanna Briscoe’s derde roman, die in Nederland wordt gepresenteerd als literaire thriller. Maar, zo bekent de auteur: ‘Ik heb nog nooit een thriller gelezen.’

‘Ze was volkomen onopgesmukt, als een gereserveerd kind dat had geleerd zich met niemand te bemoeien. Haar lichaam was tenger. Haar haar was stijl en hing tot op haar schouders, en ze had het soort gezicht – met een lichte huid en een neus die in vergelijking met haar andere gelaatstrekken wat te groot was – dat ik de volgende keer dat ik haar zag waarschijnlijk weer zou zijn vergeten.’ Zo omschrijft Richard de muizige Sylvie als hij haar voor de tweede keer ziet. Een dag eerder heeft hij haar op een etentje bij vrienden ontmoet, maar ze is zo onopvallend, grijs, stil en bescheiden dat hij haar de volgende dag al niet meer herkent. Deze Sylvie groeit al snel uit tot een geweldig, griezelig en levensecht personage. Iedereen die haar ontmoet, raakt in haar ban en de lezer, die altijd meer weet dan de personen die in Sylvie’s netten verstrikt raken, voelt de toenemende aandrang al die sukkels wakker te schudden. Dit is het soort boek waarvan je stiekem halve bladzijdes overslaat, omdat je zo snel mogelijk wilt weten hoe het afloopt. Toch is het predikaat literair gerechtvaardigd. Joanna Briscoe, literair recensent voor The Guardian, is geen formuleschrijver die haar lezers handig voert wat ze zo graag lusten: een sappig, sexy, spannend verhaal over geslaagde grootstedelijke dertigers. Het hier zo populaire genre ‘literaire thriller’ is haar niet bekend.

‘Het is een genre dat ze hier gebruiken. In Engeland is 'Slaap met me' meer als literaire roman gepresenteerd met een donkere ondertoon. Ik weet dat Nicci French hier heel succesvol is, maar ik moet toegeven dat ik nog nooit een boek van haar gelezen heb. Ik heb zelfs nog nooit een thriller gelezen, ik lees nooit genrefictie. Het was geen bewuste keus om een spannend boek te schrijven. Ik denk er niet over na of iets wel of niet zal verkopen, maar ik wil mijn lezers niet vervelen dus ik denk goed na over een plot. Als lezer en recensent hou ik van heel literaire romans, maar ik wil wel een plot. Ik beschouw mezelf als literair schrijver, maar ik ben geen literaire snob. Vroeger wel, maar ik ben realistischer geworden. Ik wil dat mijn boeken worden uitgegeven, dus moeten ze ook verkocht worden. Maar dat betekent niet dat ik concessies doe tijdens het schrijven. Ik schrijf ook heel langzaam, over dit boek heb ik ruim drie jaar gedaan.’

Amandelzeep
Sylvie is een ongewone griezel. Een beige meisje. Ongrijpbaar, onvoorspelbaar. Briscoe heeft zich uitgeleefd haar zo onzichtbaar mogelijk te maken, terwijl Richard en Lelia, het gelukkige stel dat door Sylvie listig uiteen gemanipuleerd wordt, kleurrijke herkenbare figuren zijn. Hij werkt bij de boekenbijlage van een krant, zij doceert Frans aan de universiteit. Ze wonen in een te klein appartement in het centrum van Londen en verwachten hun eerste kind.

‘Dit boek begon met een idee over een onzichtbare vrouw die heel stil iedereen verleidt. Ik heb twee of drie Sylvies gekend in mijn leven. Op school kende ik een soort Sylvie. Jaren later kwam ik haar eens tegen op een etentje bij iemand. Ze was heel onopvallend, kleurloos, maar de volgende dag belden allerlei mensen de gastvrouw op om naar haar te vragen. Ze hadden allemaal het gevoel dat ze een speciale band met haar hadden. Het zijn van die mensen van wie je denkt: hoe is het mogelijk dat ze zo’n effect hebben op anderen. Het is heel subtiel, zo subtiel ben ik zelf absoluut niet. Ik ben gefascineerd door hoe zulke mensen hun macht gebruiken. Ik wilde haar helemaal niet zo griezelig maken, maar toen ik eenmaal over haar schreef begreep ik dat ze dat wel was. Ik moest hard aan haar werken. Want hoe beschrijf je iemand die zo ondefinieerbaar is, zo muizig. Ze is niks, hoe schrijf je over haar zonder dat het saai wordt? In alle recensies begonnen ze over de geur van Sylvie. Die beschrijf ik heel nauwkeurig. Ze ruikt naar dure amandelzeep. Geur speelt in al mijn boeken een rol. Ik schijn heel goed te kunnen ruiken en geur is zo’n krachtig zintuig, zo nostalgisch.’

Alter ego
Hilarisch en herkenbaar is Richards reactie op de zwangerschap van zijn geliefde Lelia. Panisch dat er een eind zal komen aan hun vrijheid, vergeet hij voortdurend dat er een baby onderweg is. Lelia daarentegen gaat volkomen op in haar zwangerschap. ‘Als je zwanger bent, denk je dat je het middelpunt van de wereld bent, maar zodra een ander erover doorzeurt denk je: jaja, je bent niet de enige die dit meemaakt. Het was niet mijn bedoeling om Richard belachelijk te maken, probeerde me juist voor te stellen hoe het voor een man is om een zwangerschap mee te maken. Het is moeilijk voor hem. Richard is mijn mannelijk alter ego. Ik zou ook zo kunnen reageren. Zijn stem was ook veruit de makkelijkste, die kwam bijna vanzelf, terwijl ik de mannelijke personages in mijn eerdere boeken niet zo sterk vond. Ik voelde me heel erg op mijn gemak bij hem, niet gebonden maar juist bevrijd.’