Piraten, draken en tovenaars

Katja de Bruin ,

De doe- en voelboeken van Dugald A. Steer zijn bedoeld voor kinderen van 8 tot 13 jaar. Maar ook veel volwassenen zijn fan van zijn ‘ologieën'.

Dugald A. Steer is een bestsellerauteur, hij heeft miljoenen boeken verkocht. Toch kent niemand hem. Op de covers van zijn boeken ontbreekt de auteur en alleen wie goed zoekt, ziet zijn naam ergens op het schutblad afgedrukt in piepkleine lettertjes. Dugald Steer is de de schrijver van de onwaarschijnlijk mooie ‘ologieën’-reeks: Drakologie, Magistrologie en nu ook Piratologie. Boeken voor kinderen tussen de acht en dertien jaar vormgegeven als facsimile-uitgaven van oude documenten. Neem Piratologie, het nieuwste deel in de reeks. Geschreven als zijnde het verloren gewaande scheepsjournaal van kapitein William H. Lubber, piratenjager-generaal uit Boston, Massachusetts. Door duikers teruggevonden in een 18de-eeuwse scheepskist. Het begint al met een echt werkend kompas dat verwerkt zit in het omslag. Binnenin vinden we een keur aan knipsels, briefjes, flapjes, kaarten, zakjes stofgoud, stukjes piratenvlag, touwtjes om scheepsknopen op te oefenen en een zak met gouden munten. Verder zitten er kleine boekjes in verwerkt met piraten-en navigatietermen, regels en gewoonten van piraten en de historie der piraterij, Dit is geen boek meer, dit is een interactieve piratenbelevenis.
En zo is het ook bedoeld. De Engelse uitgever waar de ologie-boeken bedacht zijn, Templar Publishing, staat bekend om z’n zogeheten ‘novelty books’, doe-en voelboeken waarin vernieuwende vormgeving wordt uitgeprobeerd. En er kan veel, zo blijkt als je deze boeken doorbladert: envelopjes met zegellak, een magisch oog, stukjes drakenhuid. Vandaar ook dat zich onder de vele fans van de reeks niet alleen kinderen bevinden, maar ook veel volwassenen die als kind dolgraag een dergelijk boek hadden willen hebben. Van het eerste deel, Drakologie, dat in 27 talen is vertaald, werden wereldwijd drie miljoen exemplaren verkocht en de eerste oplage van Piratologie bedroeg alleen in Amerika al 600.000.

‘De uitgever waar ik werkte als redacteur wilde een serie gericht op kinderen tussen de acht en veertien jaar, een heel nieuw soort boek, dat zo mooi zou zijn dat volwassenen het ook zouden willen hebben’, vertelt de bescheiden Steer die even in Nederland was ter gelegenheid van de Kinderboekenweek.
De beste manier leek ons het te doen lijken op een non-fictieboek van honderd jaar geleden. Het moest er oud uit zien, maar ook weer niet middeleeuws, anders moest het handgeschreven zijn. Honderd jaar was net mooi, het oogt oud maar je kunt moderne technieken toepassen. Ik heb toen dr. Ernest Drake verzonnen; een echte Victoriaanse wetenschapper die alles van draken afwist. Als kind las ik The Hobbit, The Narnia Chronicles, de boeken van E. Nesbit. In al die boeken kwamen draken voor en daar wilde ik meer over lezen. Liefst een echt biologieboek over draken dat toch iets magisch had.’
Drakologie is zo’n boek. Het beschrijft de levenscyclus van draken en bevat onder meer specimen van stukjes drakenhuid en een zakje drakenpoeder uit 1869 waarover dr. Drake noteert: ‘Je kunt dit vinden op muren van grotten met broedende drakenvrouwtjes. Hun vochtige adem slaat neer op de muur en verdampt met achterlating van het poeder. Gemengd met de juiste hoeveelheid drakenbloed heeft het een slaapverwekkende werking.’

Drakologie is opgezet als wetenschappelijk werk over draken, Piratologie als scheepsjournaal en Magistrologie als Merlijns tovenaarsboek, dat werd ‘herontdekt in een geheim vakje van een oude kist’. Steer koos opzettelijk voor een volwassen toon. Dus gebruikt hij woorden als cartograaf, rudimentair, aërodynamica gerenommeerd en expliciet. Bovendien passeren historische figuren als Galileo, Herodotus, Plinius, Darwin en Marco Polo zonder al te veel uitleg de revue. Het draagt allemaal bij aan het onweerstaanbare gevoel dat deze boeken authentiek zijn. Steer: ‘Veel elementen zíjn ook echt. De tekeningen van de piratenschepen kloppen helemaal en de route die kapitein William Lubber aflegt, is de route die William Dampier begin achttiende eeuw heeft afgelegd. Dat soort details kloppen helemaal, daarvoor doe ik uitvoerig research. En wat die moeilijke woorden en lange zinnen betreft, kinderen zijn intelligenter dan je denkt. Ze hebben dankzij internet en televisie een behoorlijke woordenschat en als ze een woord niet begrijpen, vragen ze het heus wel. Ik ben een tijdje leraar Engels in Spanje geweest en daar hanteerden we de regel dat als je ongeveer negentig procent van een tekst begrijpt, je het makkelijk kunt lezen. Onbewust hou ik me aan die tienprocentsregel. De rest raden ze dan wel.’
Dat het echte jongensboeken zijn, beaamt Steer, al doet hij wel zijn best ze ook voor meisjes aantrekkelijk te maken. ‘Het zijn weliswaar echte jongensonderwerpen, maar ik probeer het wel in balans te houden door ook vrouwelijke personages te kiezen. William Lubber jaagt op de vrouwelijke piraat Arabella Drummond, die ik heb gemodelleerd naar echte vrouwelijke piraten als Anne Bonney, Mary Read en Grace O’Malley. En de protagoniste van Egyptology (het enige deel uit de reeks dat niet in het Nederlands is vertaald, kdb) is ook een vrouw. Maar het is waar dat ik ernaar streef jongens aan het lezen te krijgen. Als je de media moet geloven hebben met name jongens een toenemende hekel aan lezen en leren. Ik wil ze laten zien dat leren ook leuk kan zijn. Daarom zijn het hele interactieve boeken, ik heb overal raadsels en opdrachten verstopt. Er moet meer te doen zijn dan alleen lezen. Ik zou ook heel graag een dergelijk boek maken over een bestaande historische figuur. Neem Darwin. Zijn boeken zijn heel saai, maar je zou een prachtig boek kunnen maken met brieven, dagboeken, kaartjes, tekeningen van schildpadden op de verschillende eilanden. Schoolboeken kunnen veel interessanter, met goeie boeken merken kinderen vanzelf dat leren leuk kan zijn.’