Stomme strips

Gert Jan Pos ,

In 2004 ging de Grote Prijs van de Stripdagen Haarlem naar Lewis Trondheim, de belangrijkste striptekenaar van het moment. Bij de Stripdagen van dit jaar is een van de grotere tentoonstellingen door Trondheim samengesteld.

'Alsof het niet erg genoeg is dat ik niet goed kan tekenen, raffel ik de
dingen ook nog eens af.' Als je hem tegenkomt, zou je het niet zeggen, maar Lewis Trondheim is af en toe best onzeker, zo blijkt uit zijn stripbiografie ' Net Echt'. Dat siert hem, maar het is niet echt nodig; Lewis Trondheim (als je het op z'n Frans uitspreekt, klinkt het als Louis de Dertigste - zijn echte naam is Laurent Chabosy) is de belangrijkste striptekenaar en scenarist van het moment. In 2004 besloot het Haarlemse stripfestival hem de VPRO Grand Prix toe te kennen. Vleiend, zo zegt hij, maar hij wordt er ook ongerust van. 'Als je in de mode bent, kun je er ook weer uit raken. Erkenning betekent ook dat die een keer ophoudt.' In 2005 werd hij in Frankrijk chevalier des arts et lettres, en pas dit jaar kreeg hij, in januari, in Angoulême de belangrijkste Franse stripprijs. Hij had er zelf niet meer op gerekend, want hij zat al in de trein naar huis, naar Montpellier. Na een telefoontje stapte hij halverwege uit en maakte rechtsomkeert.

Hij bereikte ternauwernood Angoulême, want de Franse provinciestad ten zuiden van Parijs werd getroffen door een vliegende sneeuwstorm waardoor het verkeer volledig was lamgelegd en de festivalbezoekers behoedzaam schuifelend door de smalle en steile straatjes schoven. Bij aankomst liet hij weten dat hij een toets wil instellen om deelname van slechte tekenaars aan het festival te voorkomen. Scenaristen moeten eerst een dictee maken (de slechten vallen af) en uitgevers moeten een cultuurtest afl eggen. De toegang moet gratis zijn voor alle onderdelen van het festival in Angoulême, waarvan hij door zijn prijs in 2007 voorzitter is.

Trondheim is net iets langer dan vijftien jaar actief als striptekenaar. Hij heeft in 1990 uitgeverij L'Association mede opgericht, nog steeds de uitgeverij voor modern, avant-gardistisch stripwerk. Hij werkt, soms, zoals andere grote Franse geesten voor hem, zoals Georges Perec die in een roman de letter 'e' wegliet, volgens onmogelijke principes. In zijn geval is dat het OuBaPo-principe (ouvroir de bandes dessineés potentielles), waardoor strips een hinkelspel worden. Je kunt ze van links naar rechts, van rechts naar links, van boven naar beneden of van beneden naar boven lezen. Dat principe is niet van toepassing op alle strips, enkele tientallen, die hij heeft getekend en geschreven.

Trondheim heeft een strip die de oorsprong van het universum, de regen en het leed in de wereld verklaren, een strip over een vlieg die in een prullenbak uit zijn eitje komt, over een meneer O die een ravijn probeert over te steken, de serie Donjon, de antasypastiche die in totaal zo'n driehonderd delen moet beslaan en waaraan jonge, hippe Franse tekenaars meetekenen. En dan is er nog de serie Lapinot (binnenkort in het Nederlands te lezen als Kobijn) over een haas die in het ene album in een western meespeelt en in het volgende gaat skiën met zijn vrienden.

Trondheim heeft ook nog een subserie gestart: De avonturen zonder Kobijn. Daarnaast heeft hij sinds kort ook Shampooing: zijn eigen imprint (of label) bij de Franse uitgeverij Delcourt met vooral strips voor kinderen. Voor het Haarlemse festival kon Trondheim gelukkig nog tijd vrijmaken om een van de tentoonstellingen samen te stellen: (...) Er zijn geen woorden voor. Hij deed dat samen met Toon Dohmen, zijn vertaler en medewerker aan het festival. 'Kijken is lezen,' zegt Dohmen, 'en dat werkt heel goed.'

Vaak is bij een stripexpositie het probleem dat pagina's uit een album niet werken als je ze aan de muur hangt. De stomme strips die tijdens het festival in de Vishal in Haarlem hangen, komen uit de hele wereld. Bijvoorbeeld uit Comix2000, het dikste tekstloze stripboek aller tijden, waaraan tekenaars uit alle windstreken meewerkten. Dohmen en Trondheim reconstrueren in de expositie de geschiedenis van de tekstloze strip, die verder teruggaat dan gedacht. Het begint in de 19de eeuw met de tekeningen van Caran d'Ache, en komt, via de houtsneden van Frans Masereel en het werk van Robert Crumb, uit bij Trondheim. 'Door de tentoonstelling ga je toch weer anders naar zijn werk kijken,' zegt Dohmen. Trondheim hangt er zelf ook. Bij binnenkomst stuit je op een voorproefje op het nieuwste tekstloze werk van Trondheim, samen met tekenaar Fabrice Parme: OVNI.

Het is de wereldgeschiedenis gezien door de ogen van een stel marsmannetjes dat op aarde is neergestort. Op de overvolle panelen worden, bijvoorbeeld tijdens de prehistorie, de aliens nagezeten door dino's. Daarna komt een cirkelstrip. Dohmen: 'Het gaat over een mannetje dat een kloof wil oversteken. Het is een kruising tussen ganzenbord en de ring van Moebius, een spel dat in zijn eigen staart bijt. Je leest het door er omheen te lopen.' Maar er is ook een dwarsdoorsnede te zien uit het bekendere tekstloze universum van Trondheim zelf. Meneer O, bijvoorbeeld, een strip waarin een mannetje 'O' een ravijn over probeert te steken en daar pagina na pagina niet in slaagt. Naast meneer O is er ook een meneer I die aan eten probeert te komen. Het verhaal van de vlieg, inmiddels ook beroemd in Japan en Buitenaards. Dat stripboek verschijnt tijdens de Haarlemse Stripdagen in vertaling. Trondheim claimt dat hij het boek heeft gevonden tijdens een picknick en dat het is achtergelaten door aliens. Hij zorgt er dus voor dat de mensheid voor het eerst kennis kan maken met buitenaardse kinderlectuur. De aliens hebben wel erg goed naar het voorbeeld van de Franse meester gekeken en het zou vrij sterk zijn dat zijn invloed zich uitstrekt tot ver buiten onze dampkring. Maar je weet het natuurlijk nooit.