Déjà vu

Willem Pekelder ,

Zijn boek over klokkenluider Fred Spijkers is de auteur Alexander Nijeboer duur komen te staan. Hij raakte zijn huis kwijt, zijn geld, en werd met de dood bedreigd. Hoe de geschiedenis zich lijkt te herhalen.

Op 14 september 1984 komt defensiemedewerker Rob Ovaa, munitiespecialist, om het leven bij een test met een mortiermijn. Fred Spijkers, bedrijfsmaatschappelijk werker van Defensie, krijgt de opdracht Ovaas weduwe mee te delen dat het tragische ongeval is te wijten aan ondeskundig handelen van haar man.
Al snel brengt Spijkers het ware verhaal naar buiten: niet Rob Ovaa heeft een dodelijke fout gemaakt, maar het ministerie. Van de bewuste mortiermijn ap-23 is al jaren bekend dat hij niet deugt. Een jaar eerder nog, in 1983, komen bij een instructieles over de ap-23 zes militairen om en raken er tien zwaargewond. Dat hij een leugen de wereld in moest helpen was volgens Spijkers vooral bedoeld om schadeclaims van nabestaanden te voorkomen. In zijn strijd voor de waarheid verliest klokkenluider Spijkers zijn baan en later zijn uitkering. Hij wordt geïntimideerd, afgeluisterd en met de dood bedreigd. Pas na een jarenlange strijd haalt Spijkers grotendeels zijn gelijk, en ontvangt in 2003 een schadevergoeding.

Thriller
Over deze affaire publiceerde de onderzoeksjournalist Alexander Nijeboer (1972) in oktober 2006 'Een man tegen de staat', een boek dat leest als een thriller. Maar na publicatie begint ook voor hem een nachtmerrie. Twee oud-bewindslieden die door Nijeboer ervan worden beschuldigd de affaire in de doofpot te hebben gestopt, stappen naar de rechter: voormalig minister van Defensie Job de Ruiter en de huidige staatssecretaris van Defensie Cees van der Knaap. Generaal-majoor Diederik Fabius van de Koninklijke Marechaussee, die door de schrijver wordt beschuldigd van een mogelijk frauduleus onderzoek naar de toedracht van het mijnongeluk, volgt hun voorbeeld.
Het drietal wil het boek uit de handel laten nemen, maar zo ver komt het niet, want Nijeboer treft schikkingen met de eerste twee en wint (voorlopig) van de derde. Een man tegen de staat is al maandenlang voorwerp van een juridisch steekspel, en het einde is nog niet in zicht.
In de affaire-De Ruiter geeft Nijeboer toe dat hij een enkele beschuldiging te weinig heeft onderbouwd - in een inlegvel in het boek wordt dat bij wijze van schikking ook erkend - maar de zaak tegen Van der Knaap had hij graag tot het bittere einde uitgevochten. 'En dan had ik gewonnen,' zegt de schrijver overtuigd. 'Het is puur door
geldgebrek dat ik een schikking heb moeten treffen. Ik was inmiddels tienduizend euro kwijt aan advocaatkosten en moest er een punt achter zetten.'
De auteur vindt dat de staatssecretaris misbruik van zijn macht heeft gemaakt door advocaten op hem af te sturen. 'Het is powerplay van de bovenste plank. Ik heb Van der Knaap alle mogelijkheden gegeven op de beschuldigingen te reageren, maar steeds was zijn reactie: wij gaan op de affaire-Spijkers niet in. Dan komt het boek uit en eist hij een verschijningsverbod en ook nog eens excuses. Dat noem ik een journalist uitroken.'

Indianenverhalen
Maar de beschuldigingen van de auteur waren dan ook niet mals: de bewindsman zou valsheid in geschrifte hebben gepleegd. 'Dat deel van het verhaal heb ik vanwege die schikking moeten schrappen, maar feit blijft dat Van der Knaap de Kamer twintig keer heeft voorgelogen. Kennelijk kom je daarmee weg in Nederland.'
Advocaatkosten en omzetderving hebben de auteur inmiddels zo'n zestigduizend euro gekost. Zijn woning in Amsterdam heeft hij moeten verkopen om alle rekeningen te voldoen. Nijeboer woont nu bij zijn vriendin, ergens in het Groene Hart. 'Als ik haar niet had gehad was ik failliet gegaan,' denkt de auteur. Zijn geschiedenis vertoont parallellen met die van Spijkers, die immers ook in grote (im)materiële problemen kwam. 'Spijkers heeft een lijdensweg van 23 jaar achter de rug. In die zin kan ik mezelf niet met hem vergelijken,' relativeert Nijeboer.
'Maar ik ben wel net als hij met de dood bedreigd. Tot twee keer toe werd ik midden in de nacht gebeld door een man die zei dat ik moest stoppen met mijn boek en dat een ongeluk in een klein hoekje zit. Als ik nou onderzoek zou doen naar het criminele circuit, zou ik me dergelijke intimidaties nog kunnen voorstellen, maar ik ben bezig met de overheid!' Een ander vreemd voorval. Op een Amsterdams terras werd hij aangesproken door wildvreemden: hij moest maar eens ophouden met zijn indianenverhalen', was de boodschap. 'Op dat moment was mijn boek nog niet eens uit! Je gaat aan jezelf twijfelen. Ben ik gek, of is het normaal dat mensen zich zo tegen je gedragen? Ben ik geschaduwd? Ik zou het niet weten. Wat ik wel weet is dat dit soort voorvallen ons behoorlijk heeft aangegrepen, maar spijt van mijn werk heb ik niet. Sterker: als ik voor de keus stond zou ik direct weer zo'n boek schrijven.'
Inmiddels krijgt Nijeboer morele en financiële steun van de fnv en de Nederlandse Vereniging van Journalisten. De bonden willen voorkomen dat een alleen-opererende freelance-journalist in zijn zoektocht naar de waarheid ten onder gaat, simpelweg omdat hij de facturen van de advocaat niet meer kan voldoen. Er lopen nog twee zaken: een hoger beroep en een bodemprocedure, beide van Fabius. Maar daarover maakt Nijeboer zich niet al te veel zorgen. 'Die zaken ga ik gewoon winnen. Mijn advocaat en ik
brengen een karrenvracht aan bewijs tegen Fabius in, waaronder geheime rapporten die aantonen dat hij mogelijk fraudeerde bij zijn onderzoek.'

Keihard
Uitgeverij De Papieren Tijger in Breda zit al evenzeer in de sores. Directeur Paul de Ridder heeft al vijftienduizend euro moeten uitgeven aan advocaten. 'Mijn rechtsbijstandverzekering keert niet uit. Vanwege de kleine lettertjes, begrijpt u? Die zaak-Fabius moeten we winnen, of desnoods schikken, anders gaan we failliet.' Hij betreurt het dat een uiterst gedetailleerd boek waar drie jaar research in zit onderwerp is van juridisch gesteggel. 'Dit boek vertelt de keiharde waarheid, maar de overheid zoomt precies in op dat ene procentje dat zogenaamd niet voldoende is onderbouwd. Het Rijk kan tot in het oneindige doorprocederen op kosten van de belastingbetaler, terwijl onze financiën begrensd zijn.' De directeur van de kleine uitgeverij vraagt zich in gemoede af: kan een zoektocht naar de waarheid worden gesaboteerd door dure juridische procedures?