De aanslag op de WTC-torens was de ultieme kunsthappening

Geert De Weyer ,

Onlangs beëindigde de Franse stripgrootmeester Enki Bilal zijn ‘Nike’-vierluik. Waarin een aanklacht tegen de Balkanoorlog uitmondt in een science fiction tijdsdocument met Bin Laden en Al Qaida als inspiratiebron voor Evil Art. Ingewikkeld?

De conceptuele kunst als ultiem terreurwapen. Nochtans had de Franse grootmeester Enki Bilal iets heel anders in gedachten toen hij in 1998 aan een nieuwe sf-reeks begon te schrijven. De oorlog in zijn geboorteland Joegoslavië, dát zou het uitganspunt worden. In het eerste deel, 'De slaap van het monster', riep hij Nike Hatzfeld uit tot hoofdrolspeler, een man die zich zijn hele leven tot aan zijn geboorte ten tijde van de Balkanoorlog kon herinneren en op zoek gaat naar twee mensen die ooit zijn wieg deelden: Leyla en Amir.
Het vervolg daarop, '32 December' genaamd, bleek zijn meest morbide uitstapje in de grote boze mensenwereld. Bilal laat er alle gruwelen in los, dompelt zijn spelers onder in hun ergste nachtmerries en schrijft alle onheil toe aan A.E.A, oftewel Absolut Evil Art, waarvoor duivelskunstenaar Warhole verantwoordelijk is. De link met Bin Laden is daarbij snel gelegd. Bilal, die enkele jaren geleden nog zijn eerdere drieluik verfilmde als Immortals, werden zelfs profetische kwaliteiten toegedicht toen een fundamentalistische religieuze groepering in dat album aanslagen pleegde in New York en op de Eiffeltoren. Wat volgde was een verhaal waarin een Warholiaanse entiteit zich van zijn Nike’s lichaam meester maakt en hem ombouwt tot een radicale, artistieke slaaf. In het zo pas verschenen slot van de tetralogie, 'Vier?' verandert de terrorist Optus Warhle dan weer van identiteit. Klinkt ingewikkeld? Zou best kunnen, maar het blijft fascinerend.

Bilal, die in Frankrijk woont, verkoopt van elk album meer dan 300.000 exemplaren en het Franse blad Lire riep deel twee uit tot beste boek in de categorie ‘Literatuur’. Alle ‘echte’ romans bleven achter.

Vuile oorlog
‘Ik ben dit vierluik gestart omdat de Balkan-oorlog me heeft verwondt,’ zegt Bilal. ‘Ik wist dat het kon gebeuren, want ik ben in Belgrado geboren. Zelfs als klein jochie voelde ik de spanning tussen de volwassenen. Er broeide iets. De jaren vijftig waren voor mij een leuke periode, maar toch... Er waren nationalistische en politieke problemen. Dus toen het gebeurde, was ik niet eens verbaasd. Tito stierf tien jaar eerder. De sfeer was er. Het was een vuile oorlog. Ik besloot fictie te maken met de realiteit als basis. De realiteit in dit verhaal zijn meteen de herinneringen van Nike, de hoofdrolspeler. Weet je, het probleem is dat mensen nooit iets vergeten, maar ze vergeten het toch weer allemaal. Tijdens de Tweede Wereldoorlog waren er al problemen tussen Serviërs en Kroaten. Dat waren gruwelijke en bloederige feiten. Vijftig jaar later kwam het tot een climax. Nu zijn we tien jaar verder en zijn ze in Joegoslavië geneigd opnieuw samen te leven, maar er blijft iets broeien in de hoofden van de mensen. De herinneringen, die hen normaliter zouden moeten waarschuwen voor de toekomst, werken niet. Maar goed, om terug te komen op mijn werk: belangrijk voor mij was een verhaal waarin alle personages samenkwamen. Het is een simpel verhaal over de geopolitiek, over de wereld waarin wij leven. Nu schrijf ik over obscurantisme en 11 september, maar toen vertegenwoordigde het Bosnische probleem een universeel probleem. In wezen zijn alle albums dus hetzelfde.’

Uw werk werd snel profetisch toen u aanslagen op New York en Parijs in uw albums opnam en uw hoofdschurk Warhole zowat de Bin Laden van de toekomst werd. Toeval?
‘Ik had weleens over de Taliban gelezen, met Bin Laden zelf was ik echter niet vertrouwd. Maar toen kwamen de aanslagen op de WTC-torens en liepen fictie en realiteit plots in elkaar over. Op dat moment besloot ik de geopolitiek uit mijn vorige albums te vervangen door extreem kwaadaardige kunst, het obscurantisme. Voor alle duidelijkheid: ik zie Bin Laden niet als een artiest, maar mij viel wel op dat de aanslag op de Twin Towers een van de grootste kunsthappenings ter wereld was. Of beter: kon zijn. De lucht was perfect die dag. Er was geen wolkje aan de hemel. De vliegtuigen en de daarop volgende explosies kon je erg goed zien. Ze waren bijna fotogeniek. En de torens zelf stortten één voor één in voor het oog van honderden camera’s. De hele wereld heeft die beelden aanschouwd. Het leek wel één grote Hollywoodproductie. Toen ik de beelden zag, was ik compleet geschokt. Maar nadien zag ik de aanslag als een perfecte conceptuele kunsthappening. Dat spijt me om te zeggen, want er vielen meer dan drieduizend doden. Maar de hele wereld zag het in real time. Ook de conceptuele kunst tracht steeds verder te gaan. Het is het uiteraard niet, maar het kon een meesterwerk zijn. Warhole is in ieder geval overtuigd van wel. Hij wil evil transponeren naar art. Nu, hij heeft, jammer genoeg in tegenstelling tot Bin Laden, zijn visie wel veranderd.”

U zei ooit dat u van bepaalde tragedies geniet.
‘In die zin dat ze inspirerend werken, ja. Net zoals de oorlog in voormalig Joegoslavië me wonden toebracht en ik daaruit inspiratie putte. Kijk, ik respecteer alle religies, maar niet de fundamentalistische. Dat is als een kwaadaardige tumor. Tijdens de vorige eeuw werden de mensen gemanipuleerd door de politiek, deze eeuw is begonnen met manipulaties vanuit spirituele of religieuze hoek. Daar ben ik bang voor. Het is een gevaarlijke evolutie.’

Op welk moment hebt u eigenlijk beslist verder te gaan met religieus extremisme?
‘In mijn “witte periode”. (slaat 32 december open) Hier zie je de setting van een door Warhole georganiseerde kunsthappening in New York. In een volledig witte kamer worden volledig in het wit gestoken mensen samengebracht en met messen afgeslacht. Er blijven nadien slechts twee kleuren over: witte verf en rood bloed. Kunst, meent Warhole. Toen kwam de aanslag in New York en was ik ervan overtuigd op die artistieke manier verder te blijven werken.’

Veel van uw collega's omschrijven uw werk als te artistiek, hoogdravend en pretentieus.
‘Ach, mijn werk is niet pretentieus. Ik weet wel dat mijn werk moeilijk is en dat men het soms twee- tot driemaal moet herlezen. Ik verwacht dat mijn lezers zich concentreren. Ook mijn films zijn niet makkelijk. Maar ik wil écht iets zeggen. Misschien zou ik meer verdienen als ik minder gecompliceerd werk bracht. Maar dat interesseert me niet. Ik wil het niet.’