De terugkeer van Storm

Gert Jan Pos ,

Romano Molenaar, Jorg de Vos en Martin Lodewijk begonnen een hachelijk avontuur: een nieuw album van stripheld Storm. Kan het nieuwe deel wedijveren met het werk van de overleden Don Lawrence?

De belangrijkste stripgebeurtenis van het jaar is de verschijning van 'De navel van de dubbele god', het nieuwe album van Storm, de enige echte superheld uit Nederland.
Het laatste avontuur verscheen in 2001, twee jaar voor het overlijden van tekenaar Don Lawrence, en daar was geen touw aan vast te knopen. In het boek dat Lawrence slechts gedeeltelijk heeft getekend, leefde scenarist Martin Lodewijk (ook bekend als tekenaar van Agent 327) zich uit in wiskundige vraagstukken: de stelling van Fermat bijvoorbeeld, en het vermoeden van Goldbach dat elk even getal groter dan twee altijd de som is van twee priemgetallen. Dat gaf allemaal niet, want de fans waren vergroeid met hun held. Nog steeds worden jaarlijks twintigduizend albums verkocht. Vanaf 1977 stond Storm op de eerste pagina’s in het stripweekblad Eppo. Storm kwam bij een onderzoek naar een rode vlek in de ruimte in een andere wereld terecht. Hij ontmoette de wulpse Roodhaar, die naarmate de serie vorderde steeds minder kleren droeg, en hij kwam met haar in verkruimelde beschavingen terecht, bewoond door volslagen idioten.
Toen Martin Lodewijk de scenario’s ging schrijven, verplaatste de actie zich naar een nieuwe wereld: Pandarve. Dat leverde een nog exorbitanter landschap op. En er werd een karakter toegevoegd: Nomad, een ijdele prins met een knalrode huid die net zo strak om zijn afgetrainde spiergroepen zat als bij Storm. De strip was een beetje Star Trek, Star Wars, Tolkien, Dune, Hitchhiker’s Guide To The Galaxy en Alice in Wonderland ineen. Getekend door een Engelsman en geschreven door een Nederlander: echte poldersciencefiction. Don Lawrence maakte elk jaar een verhaal, tot in de jaren negentig, toen begon zijn productie te stagneren. Niet verwonderlijk, want hij liep al tegen de zeventig en zijn ogen gingen achteruit.

Sterrenstatus
Don Lawrence, geboren in Londen, woonde in Jevington, een dorp in East- Sussex met meer paarden dan inwoners. Vlak bij zijn huis lag in het glooiende landschap een dassenburcht. Elke week kreeg hij een fax uit Nederland en dan tekende hij na wat getreuzel een nacht door en was hij de volgende dag net op tijd bij het postkantoor. Als hij het scenario een beetje te dol vond tekende hij gewoon wat anders – dat losten ze in Nederland maar op, dan schreven ze maar wat anders in de balloons. Zijn werk leverde hem een sterrenstatus op in Nederland en postuum zelfs een koninklijke onderscheiding. Hij heeft de verhalen nooit gelezen, want ze verschenen alleen in het Nederlands, sommige in het Duits en het Frans, maar nooit in het Engels. Hij las eigenlijk nooit strips.
Zijn opvolgers Romano Molenaar en Jorg de Vos vallen precies binnen de leeftijdscategorie. Vroeger las Molenaar ook de Eppo – hij is van jaargang 1971. Maar strips, nee, liever Amerikaanse comics. ‘Spider-Man, dat vond ik goed. In Nederland vond ik alleen Storm interessant.’ Na een korte carrière als tekenaar van Amerikaanse comics zoals X-Man en Wolverine, begon hij als art director bij een bedrijf dat computerspelletjes maakt. In de avonduren tekent hij Storm. Dat was wel even wennen. In zijn Amerikaanse comics mocht hij putten uit een hele verzameling trucs. Bonte splash-pagina’s en veel wisselende standpunten.
‘Ik moest weer echt gaan tekenen. Een pagina in Storm is gewoon vijf tot acht vakjes op een pagina. Dat vergde een heel andere aanpak.’

Verrassing
Het geheim van Don Lawrence was de sfeer. Zijn tekenwerk was lang niet altijd consistent. Roodhaar zag er op elk plaatje weer net iets anders uit. Molenaar doet zijn best om constanter te tekenen. ‘Don Lawrence leidde zijn lezers af met zijn kleuren en zijn fantastische landschappen. Hij had een geweldige dynamische stijl. Dat was indrukwekkend. Bij Storm gaat het om de sfeer en zoiets moet groeien.’
Aan de werkwijze van scenarist Martin Lodewijk is niets veranderd. Hij levert nog steeds het scenario per pagina aan, zodat het voor Molenaar toch weer een verrassing blijft hoe het verhaal verder gaat. ‘Misschien dat we dat voor het volgende album iets anders kunnen doen,’ zegt Molenaar. Het goede nieuws voor de fans is dat Roodhaar nog steeds rondloopt in niemendalletjes en dat de tekenaar zich heeft uitgeleefd in bizarre landschappen en dito personages – ingekleurd met gouache door Jorg de Vos.
Het is natuurlijk niet Don Lawrence, en dat hoeft ook niet, maar het nieuwe deel past prima in de serie. Molenaar heeft, hoeveel het ook aan Lawrence doet denken, toch een eigen stijl. Nieuwe delen kunnen alleen maar eigener én beter worden.

Spoelkeuken
Ander goed nieuws is dat Lodewijk weer een gewoon scenario heeft geschreven – voor zover dat natuurlijk mogelijk is in een sciencefi ctionverhaal, want je moet je niet te veel afvragen waarom alles gebeurt. Storm, Roodhaar en Nomad scharrelen wat rond. Ze hebben geen werk en waar kom je dan terecht als superheld? In de spoelkeuken van een restaurant. Nomad zoekt het hogerop en solliciteert naar een onmogelijke missie: het terughalen van een sieraad dat is gestolen uit een afgodsbeeld. De tekst is
redelijk uitgebreid en voor de verandering behoorlijk kritisch. Lodewijk heeft een stad bedacht, Skegennesse, waar meer dan tweeduizend religies gedijen. Het belangrijkste streven van de opperpriesters is hun volgelingen dom te houden. Storm en zijn vrienden kunnen zich ook aansluiten bij het clubje ex-gelovigen, getuige de woorden van de held op de laatste pagina:
‘Dat is een godsdienst minder op Pandarve, dan hebben we toch nog goed werk verricht, vrienden!’