Historische verkleedpartijen

Dirk-Jan Arensman ,

Wie schrijft er nou een roman die 'Alles komt goed en alles komt goed en alle dingen komen goed' heet? Tod Wodicka. Het gaat over een zonderling die voortdurend de Middeleeuwen naspeelt. ‘Burt is in veel opzichten een oudere, extremere versie van mezelf.’

'Ik weet het,' lacht Tod Wodicka (1976), 'als ik over mijn familie praat, wil iedereen altijd meteen dat ik het op ga schrijven. En zonder op te willen scheppen: dat zou inderdaad een van de allerraarste boeken ooit kunnen worden. Maar ik ben volgens mij nog lang niet volwassen genoeg om die verhalen recht te doen. Het zou heel makkelijk zijn om er iets grappigs van te maken en iedereen terug te brengen tot stripfiguren, maar dat is nou precies wat ik níet wil doen.'
Begrijpelijk. En zijn roman met de onalledaagse titel 'Alles komt goed en alles komt goed en alle dingen komen goed' is er niet minder om. (Het is zelfs een van de beste en origineelste debuten die je dit jaar zult lezen.) Maar als je de rossig bebaarde, wat nerveuze Amerikaan het verhaal achter zo'n beetje het enige strikt autobiografische element in het boek hoort vertellen, de Victoriaanse Bed-and-Breakfast van de vrouw van zijn hoofdpersoon, kun je toch bijna niet wachten tot hij zover is.
'Mijn vader,' begint hij, 'is op zijn manier nogal een excentriekeling. Een selfmade man die zijn hart volgt, welke vreemde richting het ook inslaat. Hij begon als eigenaar van een verzekeringmaatschappij, later opende hij een seksclub voor homo's en toen hij me in 2002 belde, hadden zijn vriend - mijn stiefvader - en hij gezien dat er een 19de-eeuws landhuis in de bergen werd geveild dat, net als in het boek, gebouwd was door de uitvinder van de opvouwbare papieren zak. Ze kochten het, om er een B&B van te maken. En die tent managen leek ze het perfécte baantje voor een schrijver.'

Plastic klimop
'Ik woonde destijds in Praag met mijn Tsjechische vriendin, maar we besloten het een jaar te proberen. Daarvoor moesten we wel eerst trouwen, zodat zij een verblijfsvergunning zou krijgen, wat weer een krankzinnig verhaal op zich was. De bruiloft werd gehouden in een van kitscherige Romaanse naakten en plastic klimop aan elkaar hangend gemeentehuis - ik hoorde later dat de ambtenaar ons in het Tsjechisch aanmoedigde om maar gauw kinderen te maken - en toen ik de bruid mocht kussen schalde Céline Dion uit de speakers met dat liedje uit de film Titanic, en mijn schoonouders huilden de hele dag. Niet van vreugde maar van verdriet!
'Maar goed, die B&B werd natuurlijk een fiasco. We hadden geen idee waar we mee bezig waren. Mijn vader kocht alle Victoriaanse meubels die hij kon vinden en probeerde olieverfschilderijen schoon te maken met glasseks. Daar smelten ze van, bleek.' Slaande ruzie werd het tussen Wodicka, zijn vrouw en zijn eigengereide vader.
Helemaal toen die laatste ook nog een dierentuintje vol lama's, paarden en schapen aanlegde 'omdat daar ruimte voor was in de achtertuin'. 'Hij wilde zich speciaal concentreren op de homoseksuele toeristenmarkt. Maar gek genoeg wilden niet veel homostellen de bergen in om lama's te aaien bij een Victoriaans kasteel...'
Afijn, daar gaat zijn roman dus allemaal níet over. Zelfs niet over die keer dat ze de complete dierentuin van de snelweg moesten jagen. Nee, Alles komt goed... is het even kolderieke als ontroerende verhaal van Burt Hecker, een 63-jarige zonderling die zijn escapistische levensvervulling heeft gevonden in het naspelen van de Middeleeuwen. Hele dagen loopt hij rond in zijn zelfgemaakte lijfrok, luistert naar de esoterische klanken van Hildegard von Bingen en drinkt in zijn eigen tijdcapsuleschuurtje achter de Mansion Inn mede in plaats van koffie, omdat koffie ontzettend UVT (Uit de Verkeerde Tijd) is. Zelfs als zijn vrouw Kitty stervende is aan kanker komt hij niet uit zijn cocon, waarmee hij de relatie met zijn kinderen, Tristan en June, voorgoed lijkt te verwoesten. De Middeleeuwen hebben hem altijd gefascineerd, zegt Wodicka: 'Ik heb ooit zelfs middeleeuwse geschiedenis willen studeren, maar daar kwam ik uiteindelijk op terug. Ik ben een romanticus, niet iemand die Latijn wil gaan leren om alles tot in detail te bestuderen. Daarom zou ik ook nooit een historische roman kunnen schrijven: al die research doen en zorgen dat alles klópt, dat past gewoon niet bij mijn persoonlijkheid.'

Tuniek
Die wereld van de historische verkleedpartijen bleek dé oplossing. 'Aanvankelijk dacht ik dat het een satire zou worden over iemand die door het prisma van de Middeleeuwen naar de moderne wereld keek. En dat oerserieuze, fanatieke dat die mensen hebben, heeft ook wel iets heel grappigs. Op het internet kom je talloze websites tegen waarop wordt uitgelegd hoe je een authentieke tuniek maakt of dat je nóóit tomaten mag eten omdat die destijds nog niet bekend waren. Maar hoewel ik hoop dat er nog genoeg humor in Burts wat pretentieuze stem zit, naarmate ik meer research deed werd het toch een heel ander verhaal. Ik begon wat die naspelers deden wel een mooie manier te vinden om met de geschiedenis om te gaan.'
Het boek begon zich vervolgens pas echt zelf te schrijven toen Burts relatie met zijn vrouw en kinderen het verhaal overnam. Of die met zijn wrokkige schoonmoeder from hell, die op haar heel eigen manier de geschiedenis wil laten herleven door te strijden
voor het verloren Poolse volk van haar voorouders: de Lemko's.
'Ik weet nog dat een van de eerste uit gevers waar we het heen stuurden, zei: ach, ik weet het niet. Weer een boek met een verzonnen Oost-Europees volk erin, dat hebben we nou wel gezien,' lacht de schrijver. 'Maar alles wat ik over de Lemko's schrijf is waar!'
Dat hij als tamelijk jonge debutant in de huid van een oudere verteller kroop, sprak voor hem ondertussen voor zich. 'Ik ben nooit zo geïnteresseerd geweest in jongerencultuur. Die hele cultus van de jeugd bevalt me niks. Wat mij betreft hebben oudere mensen gewoon meer te zeggen. En bovendien is Burt in veel opzichten een oudere, extremere versie van mezelf. Ik ben opgegroeid in een conservatief stadje waar ik me nooit op mijn plek voelde. Al mijn vrienden waren ánders. De weirdo's, zeg maar. Pas toen ik op mijn achttiende het land uitging en in Engeland ging wonen, voelde ik me thuis. Omdat ik daar, als buitenlander, de buitenstaander was die ik me altijd had gevoeld.'
En ook als schrijver is Wodicka een buitenbeentje dat precies doet wat hij zelf wil. Van de uitzinnige plot tot die ellenlange titel, een citaat van dat middeleeuwse kluizenares Julian van Norwich. 'Dat was een vrouw die zich als kind liet inmetselen in een cel, later
de leidster van haar eigen klooster werd en de meest bizar-optimistische dingen schreef. Toen ik die mantraachtige zin van haar las "All shall be well and all shall be well and all matter of things shall be well," wist ik meteen: dit is mijn titel!'
'Toen ik na twee gestrande pogingen aan deze roman werkte, was ik al tien jaar een wannabe writer. In het begin zei ik nog heel trots: ik ben Schrijver. Maar toen ik tegen de dertig liep en, als mensen me vroegen of ik al gepubliceerd had, nee moest antwoorden, begon ik steeds meer te mompelen. Met dit boek besloot ik daarom dat áls ik weer zou falen, ik het in elk geval op mijn eigen voorwaarden zou doen. Zonder rekening te houden met uitgevers, doelgroepen of wat dan ook. Ik zou het zo extreem maken als ik wilde en noemen hoe ik wilde.'
Wodicka glimlacht tevreden. De roman is er, en vanaf januari eindelijk ook in Amerika. Hij faalde niet. Alles is goed gekomen.