Vernietigd door kameraden

Sofie Messeman ,

Hij werd wereldberoemd met zijn cultuurhistorische werk 'Donau'. Maar zijn nieuwe roman 'Blindelings' is, zo zegt Claudio Magris, ‘altijd mijn centrale project geweest’.

‘De kiem voor mijn roman werd gelegd toen ik in 1988 in het Antwerpse scheepvaartmuseum het boegbeeld van een schip zag. Ik werd ontzettend aangetrokken door de ogen van die figuur. Die waren zo open, zo gericht op catastrofen die anderen nog niet kunnen zien. Sindsdien zijn achttien jaar verstreken. Ik heb andere boeken geschreven en andere dingen meegemaakt, maar deze roman is altijd mijn centrale project geweest,’ aldus de Italiaanse schrijver Claudio Magris over zijn meesterwerk 'Blindelings'. Magris werd wereldwijd bekend met het lange cultuurhistorische essay 'Donau'. Hij wordt beschouwd als een van de meest toonaangevende cultuurfilosofen van deze tijd.
De hoofdpersoon uit 'Blindelings' kampt met een verstoorde identiteit. Hij gelooft dat hij twee mensen is: Salvatore Cippico en Jorgen Jorgensen. De eerste is een Italiaanse communist uit Monfalcone, die in het Joegoslavië van Tito werd geïnterneerd op het strafeiland Goli Otok. De tweede is een negentiende-eeuwse zeeman die de Britse strafkolonies in Tasmanië mee heeft opgericht, om er later als gevangene terug te keren. De hoofdpersoon leidt aan wanen en legt zijn biecht af in een psychiatrische instelling. Maar de waan wordt ook subtiel genuanceerd: ‘Ik zou u wel eens willen zien, dokter, als ze u zouden zeggen wanneer en waarom u een verrader bent geworden, als ze zouden menen u te kunnen vertellen wat u hebt gedaan en wilde doen, uw vergrijpen in verleden en toekomst.’

Waarom bent u zo gefascineerd door de geschiedenis van de Monfalconesi?
Claudio Magris: ‘Het feit dat ik in Triëst, nabij Monfalcone, ben opgegroeid, speelt daarbij natuurlijk een rol. Ik werd al gefascineerd door deze geschiedenis in de tijd dat iedereen ze miskende. Na de Tweede Wereldoorlog trokken tweeduizend arbeiders uit Monfalcone – communisten die de Spaanse Burgeroorlog en de fascistische kampen hadden meegemaakt – naar Joegoslavië om er het communisme op te bouwen. Maar toen Tito brak met Stalin, werden de Monfalconesi plots verdacht. Ze werden gedeporteerd naar een wondermooi eiland, dat door deze gebeurtenissen een verschrikkelijk oord werd: Goli Otok. Daar maakten ze vreselijke dingen mee. Ze moesten dwangarbeid verrichten in zee en werden wreed gefolterd. Niemand was begaan met het lot van de Italiaanse communisten op Goli Otok. Italië “wist van niets.” Joegoslavië zweeg over deze schande. De Sovjetunie wilde de aandacht niet op zijn eigen kampen vestigen en de Amerikanen wilden Tito in zijn verzet tegen Stalin niet afvallen vanwege een paar duizend mensen. Toen de overlevenden later terugkwamen, werden ze uitgespuwd door de Italiaanse communistische partij: het waren lastige getuigen van een episode die de partij zo snel mogelijk wou vergeten.
De geschiedenis van de Monfalconesi boeit me omdat die mensen altijd op het verkeerde moment op de verkeerde plaats zijn geweest. Het kan zijn dat ze voor een “verkeerde vlag” streden, maar hun bereidheid tot opoffering voor universele waarden was immens. Dat vind ik een groot erfgoed, dat we niet mogen vergeten, ook als we hun geloof niet delen.’

Heeft u gesproken met voormalige geïnterneerden van Goli Otok?
‘Ik heb over het thema alles gelezen en heb met voormalige geïnterneerden gesproken. Van meet af aan was ik bezeten door precisie. Dat komt omdat ik samen met Italo Svevo geloof dat het leven origineel is, origineler dan fictie. Bovendien vind ik dat elke onbekende hetzelfde recht op nauwkeurigheid heeft als de groten der aarde. Dat respect was ik de slachtoffers van Goli Otok wel verschuldigd.’

Is het verhaal van Jorgen Jorgensen eveneens op werkelijkheid gebaseerd?
‘Ik had het levensverhaal van Salvatore Cippico niet kunnen vertellen als ik niet toevallig in een Frans antiquariaat een boek over Jorgen Jorgensen had ontdekt. Hij is een onbekende, maar heeft echt bestaan. Hij heeft de wereldzeeën bevaren en was erbij toen Tasmanië werd gesticht. Dat was in de 19de eeuw één groot tuchthuis. Jorgensen heeft Hobart Town mee opgericht, maar kwam er twintig jaar later terug als gevangene. Je moet je dat voorstellen: Romulus die in Rome als slaaf eindigt! Langzaam condenseerden al die dingen zich: de reizen van Jorgen Jorgensen, de vreselijke Black War die de hele Tasmaanse bevolking heeft uitgeroeid en de strafkolonies in de nieuwe wereld die zo gelijken op Goli Otok.’

Telkens weer keert de klacht terug dat het veel erger is te worden belaagd door kameraden dan door vijanden…
‘De tragedie van Goli Otok is dat deze revolutionairen werden vernietigd door hun eigen broeders. Het geweld is hetzelfde, maar als het door medestanders wordt gepleegd, zet het elke morele en geestelijke zekerheid op de helling. Op Goli Otok was de marteltechniek ‘kroz stroj’ van kracht. Een gedeporteerde werd aan een andere gedeporteerde uitgeleverd, die verplicht werd zijn medegevangene te folteren om zo te bewijzen dat hij zelf “oké” was. Iets vergelijkbaars heb ik gevonden in de “Argonautica”. ’s Nachts slachtten de argonauten en de Dolionen elkaar af, allebei in de waan dat ze tegen een vijand vochten. Pas de volgende ochtend ontdekten ze hun vreselijke vergissing. Iets parallels heeft zich destijds onder communisten afgespeeld: strijd tussen communisten en anarchisten, tussen Stalinisten en Titoïsten… waarbij de rode vlag – het ‘gulden vlies’ – altijd in foute handen heette te zijn.’

Is de herhaling een stijlfiguur in Blindelings?
‘Het was een titanenwerk om in deze roman alles te combineren: Goli Otok, Tasmanië, de “Argonautica”. De herhaling staat voor de manische obsessie van de hoofdfiguur. Salvatore’s stem klinkt als een lied met een refrein. Het is bovendien een stem in het meervoud, niet alleen omdat hij ziek is, maar ook omdat zijn stem – zoals die van ons allemaal – tevens een koor is. De dingen die we meemaken die echt zinvol zijn, betreffen nooit alleen onszelf. Ouders hebben, verliefd worden, ouder worden, ziek worden, sterven: het zijn dingen die iedereen in zijn onherroepelijke uniciteit beleeft, maar die tegelijk universeel zijn. Wij hebben niet de vreselijke tragedies van Salvatore meegemaakt, maar tot de geschiedenis van ieder van ons behoren ook verhalen die anderen ons vertelden en die ons op zo’n manier het gezicht van de wereld hebben getoond, dat ze quasi onze eigen verhalen geworden zijn.’

Klopt het dat uw beeld van de geschiedenis fundamenteel somber is?
‘Persoonlijk geloof ik in de noodzaak de geschiedenis een zin te geven. Die zin komt in mijn roman niet tot uiting als een zegerijke strijd, maar als een donkere nood. Salvatore heeft alles geofferd om de geschiedenis zin te geven. In de totalitaire stelsels waarin hij leefde, heeft dat tot een tragikomische parodie geleid, maar ik heb veel sympathie voor zijn weerstand. In mijn boek zit de gedachte dat we het verlangen naar vooruitgang niet te veel moeten verlaten, dat de wereld nog wel wat verandering kan gebruiken.’