Domweg ongelukkig in de Staalschrootbuurt

Katja de Bruin ,

‘Hij was een heel extreem iemand, pas toen hij daarvoor een plek vond in zijn gedichten loste zich dat op. De kunst heeft bijna zijn leven gered. Bijna.’
Aliona van der Horst maakte een documentaire over Boris Ryzhy, de Russische dichter die in 2001 op 26-jarige leeftijd zelfmoord pleegde. ‘Sukkel, was nou blijven leven!’

In 2000 stond hij op Poetry International: Boris Ryzhy uit Jekaterinburg, voorheen Sverdlovsk. De piepjonge Rus maakte indruk met zijn directe, rauwe poëzie. Een jaar later hing hij zichzelf op, 26 jaar oud. Hij liet een vrouw en een zoontje van zeven achter. Regisseur Aliona van der Horst raakte geïntrigeerd door deze dichter en reisde naar het ijzige Jekaterinburg om hem postuum te leren kennen. Liefhebbers van Russische literatuur koesteren vaak een hopeloos romantisch beeld van Rusland. Dat land waar een dronkenlap op straat je kan verrassen met een paar regels Poesjkin, waar vrouwen met bontmutsen Toergenjev lezen in de metro en waar kinderen op school nog liefde voor literatuur wordt bijgebracht. Na het zien van Boris Ryzhy, de film van Aliona van der Horst, is dat beeld voorgoed verpletterd. Van der Horst voert ons mee naar Jekaterinburg, een oerlelijke industriestad aan de rand van Siberië, die bekend staat als maffiabolwerk. De wijk waar ze op zoek ging naar de wortels van Boris Ryzhy heet de Staalschrootbuurt, en dat is geen cynische bijnaam.
Van der Horst, die een Russische moeder heeft en Russisch studeerde, kent het land goed, maar in Jekaterinburg was ze nooit geweest voordat ze de dichter ontdekte. ‘Mijn moeder wel. Veertig jaar geleden, toen ze dienstreizen maakte als elektrotechnisch ingenieur. Ze is daar toen beroofd.’
Van der Horst ontdekte Boris Ryzhy dankzij de Nederlandse vertaling van zijn poëzie. In het voorwoord van Kees Verheul las ze dat Ryzhy zelfmoord pleegde. ‘Ik vond het zo jammer dat ik hem niet kon leren kennen, dat hij dood was. Ik dacht echt: sukkel, waarom heb je dat nou gedaan!? Was nou blijven leven!’
Ook de Zaanse band De Kift had Ryzhy ontdekt en maakte een aantal nummers op basis van zijn gedichten. Voor de presentatie van hun cd nodigden ze weduwe Irina en zoon Artjom uit. Bij die gelegenheid ontmoette Aliona van der Horst hen. ‘Toen dacht ik: dit is zo’n bijzonder verhaal, ik wil daar heen. Ik wil de wereld leren kennen waar die gedichten vandaan komen. Hij noemt in zijn gedichten heel veel bestaande mensen. Het leek me leuk die op te zoeken.’

Wat voor beeld had je van Jekaterinburg voordat je erheen ging?
‘Een vriend van mij omschreef het als een stad van intellectuele criminelen. Mensen die de kampen in Siberië hadden overleefd, mochten zich niet in Moskou vestigen. De stad die het dichtste bij was, was Jekaterinburg, voorheen Sverdlovsk. Die stad zat dus vol met een intellectuele elite, maar wel een die gecriminaliseerd uit het kamp was teruggekeerd. Er zit dus heel veel potentie in die stad, maar hij is wel heel crimineel. Ook gelovigen die verbannen waren naar Siberië, heel sterke mensen die bereid waren te sterven voor hun geloof, belandden in Sverdlovsk. Eigenlijk is het de geschiedenis van Rusland in het kwadraat qua heftigheid.’

Welke status heeft Ryzhy in die stad?
‘Hij is wel een gevierde dichter. In de intelligentsiakringen kent iedereen hem. En ze zijn ook trots op hem, want de meeste dichters komen uit Moskou of Petersburg. Ook landelijk geniet hij een cultstatus. Dichters zijn natuurlijk nooit zo populair als popzangers, maar bij een enquête die gehouden werd onder studenten van het Moskouse literatuurinstituut vulde driekwart van de deelnemers Boris Ryzhy in als favoriete dichter. Maar zijn roem is betrekkelijk, want in de buurt waar hij vandaan kwam en waar ik heb gefilmd, had niemand van hem gehoord. Mensen hebben daar zoveel problemen, die denken: het zal wel met die dichter.’

Een oude schoolvriend van hem zegt in de film: hij genoot wel respect, maar niet omdat hij gedichten schreef.
‘Nee, omdat hij iemand een goeie knal kon verkopen. Bijna niemand wist dat hij gedichten schreef. Overdag werkte hij en ’s nachts schreef hij. In tien jaar tijd heeft hij dertienhonderd gedichten geschreven. Hij was ongelofelijk belezen, had niet alleen alle Russische klassieken gelezen, maar ook alle kleine dichters. Hij las alleen poëzie, amper literatuur. Maar hij was ook een hooligan. Daar bestaat geen goed Nederlands woord voor, maar het is iets tussen een kwajongen en een crimineel in. Iemand die graag op de vuist gaat, die een gewelddadig leven leidt. De buurt waar hij opgroeide is echt heel gevaarlijk. Een wereld met eigen codes waar je je aan moet houden om te kunnen overleven. Altijd een mes op zak, nadenken over hoe je iemand aankijkt, welk weggetje je inslaat. Boris werd erdoor verscheurd, hij was supergevoelig. In een andere wijk zou hij heel anders zijn opgegroeid. Zijn vrouw vertelde dat hij fysiek onwel werd van de lelijkheid van zijn stad. Hij werd er heel chagrijnig van, wilde niet meer eten. Hij was een heel extreem iemand, pas toen hij daarvoor een plek vond in zijn gedichten loste zich dat op. De kunst heeft heel letterlijk bijna zijn leven gered. Bijna.’

Je schetst ook een beeld van een verloren generatie: de perestrojka-generatie.
‘Boris is van 1974. In 1991 deed hij eindexamen. In datzelfde jaar viel de Sovjet- Unie uiteen. De mensen van die generatie hebben heel gelukkige herinneringen aan hun jeugd. De jongen die voor mijn film het archiefmateriaal bij elkaar zocht, werd helemaal week van nostalgie toen hij beelden uit die Sovjet-tijd terug zag. Als kind geloof je er nog in. Je denkt dat je in een fantastisch land leeft. Die generatie verlangt ernaar terug omdat het een heel veilige tijd leek. Misstanden bestonden wel, maar niet voor kinderen. 

De generatie voor hen is veel cynischer, die hebben die lege winkels meegemaakt. Maar als kind let je daar niet op.
Het is ook een generatie die heel snel volwassen moest worden. Hun ouders werden allemaal werkloos. Maar zij waren jong en kwamen beter aan de bak dan hun ouders. Ze moesten voor hun ouders zorgen. Er was niks te eten in die tijd. Ik heb vrienden die een jaar lang alleen maar havermoutpap hebben gegeten in de perestrojka-jaren. Pas de laatste drie, vier jaar is de situatie verbeterd, dankzij de olieprijzen. Daarvoor was het echt extreem. In mijn film zie je ook dat de meeste van Boris’ klasgenoten bodyguards voor de maffia werden. En de meisjes, dat zit niet eens in mijn film, werden prostituee. Dat was de enige manier om geld te verdienen.’

Ontluisterend is die begraafplaats waar bijna alleen twintigers begraven liggen.
‘Ik merkte dat iedereen bij wie ik in die Staalschrootbuurt aanklopte wel iemand verloren heeft in de perestrojka- jaren. Na drie, vier zinnen begonnen ze al over een kleinzoon of zoon die was doodgeslagen. Ik wist niet dat het zo erg was. Ik wist dat de maffia elkaar uitmoordde, maar hier merkte ik pas de omvang ervan.
En dan overlijden er ook nog eens heel veel mensen aan drank en drugs. Als je goed doordrinkt, hoef je geen zelfmoord te plegen. Wat ik heel erg zocht was schoonheid in de ellende. Dat je toch liefde kunt voelen voor die mensen met hun kapotte levens. Het zijn hele extreme karakters maar ik ben er van gaan houden, zoals Boris er ook van hield.’

Uitgeverij Hoogland & Van Klaveren (die de Nederlandse spelling hanteert) gaf twee titels van Boris Ryzji uit: Wolken boven E. Gedichten, vertaald door Anne Stoffel. Rotterdams dagboek. Herinneringen van Ryzji aan zijn bezoek aan Rotterdam in 2000, vertaald door Aai Prins.

Hé zigeunervrouw, zeg voor een cent of wat
waar ik aan dood zal gaan.
De zigeunervrouw zegt: jij gaat dood omdat
zulke mensen niet kunnen bestaan.

Vriend en vijand keren zich af, je zult
je vervreemden van zoon en vrouw.
Waar je dood aan gaat, jongeman? Aan schuld.
Maar behoed hem, die schuld van jou.

Jegens wie dan schuld? Jegens al wat leeft.
En ze kijkt in mijn ogen en lacht.
Van de markt komt een dievenlied aangezweefd
en de hemel onthult zijn pracht.

(uit: Wolken boven E.)

Bedelaars en afpersers,
woekeraars en gestoorden,
jullie zijn mijn goudmijn

(uit de documentaire)