In voorbereiding: Anna Enquist

Lokien de Bie ,

In september barst het literaire seizoen weer los. In de aanloop daar naartoe vertellen zeven prominente Nederlandse auteurs over de totstandkoming van hun nieuwe roman.

‘Ik heb er meer dan drie jaar aan gewerkt. Het lag ook wel eens stil, maar het was zo’n stevig project in mijn hoofd dat ik zeker wist er mee door te gaan. In dit boek studeert de vrouwelijke hoofdpersoon, de moeder, op de “Goldbergvariaties” van Johann Sebastian Bach. Ze noteert de gedachten, herinneringen die bij haar opkomen tijdens en na het oefenen aan de piano.
Het idee om bij het schrijven een muzikale structuur te gebruiken heb ik wel vaker toegepast, leunend op mijn muziekopleiding. En ik kreeg de opdracht om een kort verhaal te schrijven in het kader van de boekenweek, onder de titel ‘Muziek in mijn leven’. Daar had ik eerst helemaal geen zin in, tot ik bedacht om zelf een muziekstuk te gaan instuderen en daar een soort studiedagboek van bij te houden.
Maandenlang zwoegde ik op de “Toccata” van Schumann en schreef elke dag; dingen die me in- of opvielen. Die combinatie beviel me ontzettend goed, het was zo fijn om dagelijks achter de piano te zitten en te schrijven. Het verhaal vond ik zelf ook leuk geworden, al heb ik er nooit veel reactie op gekregen. Door die ervaring kreeg ik het idee om daarmee door te gaan, het bleek een vruchtbaar proces.
Ik ben in januari 2004 begonnen. De “Goldbergvariatie”s zijn heel lastig om te spelen, want Bach heeft het stuk eigenlijk geschreven voor een instrument met twee klavieren, het clavecimbel. Waardoor je vaak met een ingewikkelde vingerzetting te maken hebt, door de elkaar overkruisende handen. Na lang puzzelen en sleutelen aan de partituur kon ik sommige vingerzettingen verleggen, zodat het iets beter te spelen valt.’

Potlood
‘Elke dag ging ik eerst pianospelen. De vleugel staat beneden, boven heb ik twee werkkamers; eentje voor m’n psychotherapiepraktijk en een schrijfkamer. Daarin staat een enorm lange tafel en daar zit ik dan. Ik schrijf met potlood. Vroeger met de pen, maar sinds ik een hele mooie set potloden kreeg schrijf ik daar mee. In principe twee A4’tjes per dag, dat is ongeveer één gedrukte pagina. Ik had een schema gemaakt op een groot stuk papier. Het muziekstuk begint met een aria, dan volgen dertig variaties en het eindigt met dezelfde aria. Stuk voor stuk ook de hoofdstukken in het boek. In het schema vulde ik in wat ik bij elk hoofdstuk schreef. Zorgen voor een goede indeling van de onderwerpen, waar past iets goed bij een muziekdeel. Om een overzicht te krijgen, want je moet in zo’n boek naar een climax toe. De muziek voert ook naar een climax.
Nadat ik de variaties eenmaal technisch een beetje in de vingers had, ben ik gaan studeren op de samenhang. Hoe stem je de verschillende tempi op elkaar af, zodat het ergens naar toe gaat als je het stuk achter elkaar speelt. Tijdens het studeren kreeg ik gaandeweg ideeën over de scènes die ik wilde beschrijven en noteerde die in het schema, dat zo langzamerhand gevuld raakte. Vooral tegen het eind ga je dan goed nadenken: nu heb ik nog drie variaties over, wat moet daar in om tot een goed slot te komen.
Naast het studeerproces, de technische moeilijkheden met het instuderen van het stuk, zit het leven van Bach verweven in dit boek. Het is zo leuk om te researchen, ik vind het lekker; de schrijftafel vol met stapeltjes Bach-biografieën. Bijna moeilijk om daar weer mee op te houden, want zo kun je het schrijven fijn uitstellen. De neiging om eerst de was te gaan doen weet ik inmiddels wel te stoppen. Maar research is immers goed voor het boek, dus zit je zo weer een hele ochtend in zo’n boek te lezen. Daar moet je jezelf van zien te weerhouden.
Sommige schrijvers vinden schrijven heerlijk, maar het is doodeng. Want als je eenmaal iets hebt opgeschreven dan staat het er ook. Ik gooi moeilijk iets weg, dus denk liever twintig keer na voor ik iets opschrijf.’

Heel zwaar
‘Muziek doet iets met je; voert je de tijd uit. Literatuur ook, daarom voel ik me altijd vrij om die twee kunstvormen met elkaar te verweven. Muziek roept een bepaald gevoel op, iets emotioneels of bijvoorbeeld irritatie over die lastige vingerzettingen, dat je kunt gebruiken voor het verhaal in de roman. En muziek roept herinneringen op, beelden, geuren, klanken.Maar je hebt de taal nodig om die over te brengen. Dat is een raar proces hoor, wat een beetje voelt als een verarming. Dat globale wat door de muziek aan de piano in je opkomt; als je dat daarna wilt opschrijven is het niks meer, een flauwe afspiegeling. Dat is lastig. Daar werd ik wel eens moedeloos van. Reden om niet in die kamer te gaan zitten schrijven. Maar ik beschouwde het voor mezelf als een soort opdracht om dit boek te schrijven, dus dan moest ik maar genoegen nemen met minder. Ik noem me tegenwoordig immers schrijver, dus moet ik daar niet flauw over doen, dacht ik dan.
Het was een veel moeizamer schrijfproces dan anders. Moeilijk om fictie en autobiografische elementen te scheiden, ja. Komt door de inhoud van dit boek; het gaat over een moeder die haar dochter verliest, dus dat komt heel dicht bij mijn eigen leven. Dat maakt het ook heel zwaar. Ik wilde een beeld schetsen van de relatie tussen een moeder en een dochter en van het leven van zo’n opgroeiende jonge vrouw. Geen emotionele dagboekachtige uitstorting waarom mij dit is overkomen. Dus moest ik er steeds mijn eigen dingen afkrabben. Daardoor stokte het schrijfproces ook wel; omdat dat me soms niet lukte. Dan moest ik maar even wachten tot het me wat beter ging en weer verder kon. Om het verhaal vorm te geven moet je dingen verzinnen en dat vond ik moeilijk. Voordeel was dat ik in de periodes dat ik niet kon schrijven wel kon studeren op de variaties. Mezelf vasthouden aan het gegeven dat ik toch aan het boek bezig was.
En ik had enorm veel mazzel met met de levensgeschiedenis van Bach. Wat ik niet wist toen ik met het boek begon, is dat hij een volwassen zoon heeft verloren, precies in de tijd dat hij bezig was de variaties te componeren. Daar kwam ik helemaal tegen het einde pas achter. Curieus. Misschien bestaat er werkelijk een historisch verband tussen de “Goldbergvariaties” en de gevoelens van ouders die hun kind verliezen. En is het geen toeval dat ik juist dit stuk heb uitgekozen.’