Boekjaar 2009

Katja de Bruin ,

Wat is het beste boek dat u dit jaar gelezen heeft? En welk boek stelde het meest teleur? Negen schrijvers gaven antwoord op die vraag.

Herman Koch
Laatstverschenen boek: Het diner (Anthos, 2009)
‘Het beste boek: Daniel Kehlmann, Roem (Ruhm); over o.a. een veel te ijdele schrijver met zijn volgzame, zichzelf wegcijferende vriendin. Maar ook over het weinig originele lezerspubliek dat altijd hetzelfde wil weten van een schrijver. “Hoe komt u aan uw ideeën?” “In bad,” antwoordt de schrijver een keer of tien door het hele boek heen. Er mag ook worden gelachen.
Het teleurstellendste boek: Joseph O’Neill, Laagland (Netherland); ik was er al een keer in blijven steken, maar na herhaaldelijk aandringen van een kennis met goede smaak toch doorgezet. Wat een pretentieuze, slaapverwekkende rommel is dit alom bejubelde boek. Het soort boeken waardoor lezers zich kreunend van de literatuur afwenden en naar vermaak elders omzien. En terecht!”

Joke Hermsen
Stil de tijd (De Arbeiderspers, 2009)
‘Beste boek: de nieuwe uitgave van De Toverberg (1924) van Thomas Mann, het schitterende epos over de bewoners van een Zwitsers kuuroord, maakte op mij nog meer indruk dan jaren geleden. Behalve tal van discussies over rede en religie, ziekte en gezondheid, snijdt Mann in deze roman het grote mysterie van de tijd aan. “Wat is de tijd?” schrijft hij, “een geheim – irreëel en almachtig”, om vervolgens duizend bladzijden lang dit mysterie te ontrafelen.
Elk jaar verschijnen er talloze boeken die in één of meerdere opzichten niet geslaagd te noemen zijn. Soms kan een boek echter ook op grandioze wijze mislukken. Dat is wat mij betreft gebeurd met Caesarion van Tommy Wieringa. Ondanks de beeldende stijl en fraaie passages, wil deze roman geen overtuigend geheel worden. Alsof de roman en de auteur halverwege het boek in een conflict verzeild raakten, waar ze niet meer uit konden komen. Toch blijft deze “grandioze mislukking” interessanter dan de meeste, redelijk geslaagde boeken.’

P.F. Thomése
J. Kessels: The Novel (Contact, 2009)
‘Het beste boek is voor mij een boek waarin je blijft lezen, ook als je het zogenaamd “uit” hebt. Even dacht ik aan mijn lievelingsboek, Mysteriën van Knut Hamsun, maar ik kies toch het na honderd jaar eindelijk in het Nederlands vertaalde Tegen Sainte-Beuve van Marcel Proust. Veel geprezen, zelden gelezen. Dat is jammer, want alleen al het lezen van “Het artikel in Le Figaro” zou al die mensen die nu domme dingen over literatuur beweren, op slag een stuk slimmer kunnen maken. Proust schreef dit boek om zichzelf te leren schrijven. En zo is het. Schrijven is leren schrijven, alleen humorloze en middelmatige schrijvers kunnen het al.
Als pulpschrijver van “opgewarmd frikandellenproza” was ik erg nieuwsgierig naar wat Thomas Pynchon op dit gebied zou gaan brengen. Pynchon is in de literatuur toch zo’n beetje wat Quentin Tarantino en de Coen Brothers voor de film zijn – alleen vallen zijn boeken veel vaker tegen. Ze duren ook veel langer. Toch heeft hij onvergetelijke scènes geschreven, vandaar dat ik het bij hem blijf proberen. Inherent Vice werd aangekondigd als een ‘novel noir’, met de privé-detective Doc Sportello als onze gids in de doorgetripte en uitgewoonde Californische sixties (‘If you can remember the 60s you weren’t there’). Vaak gedaan, dacht ik toen ik het las, en vaak beter. “Bummer, man”, zegt de grote Lebowski dan.’

Paulien Cornelisse
Taal is zeg maar echt mijn ding (Contact, 2009)
‘Genoten: ik heb dit jaar heel veel gelezen, en ook heel veel goeds gelezen. Wat een ontdekking was: The best American non-required reading 2008. Komt elk jaar uit, het is een verzameling van goede verhalen, essays, strips en journalistieke stukken, bijeengesprokkeld door heel ontroerende pubers uit de omgeving van San Francisco. Die hebben allerlei tijdschriften doorgeploegd en daar hun favoriete stukken uit gehaald. Dit alles onder leiding van Dave Eggers (dus er hangt een soort coolheidsaura omheen, maar niet op een storende manier). Laatst ook de editie uit 2005 gelezen, die was minder. Ben benieuwd naar 2009. Verder ook heel leuk: My life in France door Julia Child en I feel bad about my neck van Nora Ephron (had ik al gelezen, maar heb ik herlezen). Ook erg prettig: Shakespeare wrote for money van Nick Hornby. En, o ja! Ladies and Gentlemen: The Bible! van Jonathan Goldstein.
Niet zo van genoten: I’m a stranger here myself van Bill Bryson. Ik had hiervan verwacht dat ik er lekker in weg zou kunnen zinken, maar ik vond het uiteindelijk toch een beetje flauw.’

Thomas Verbogt
Verdwenen tijd (Nieuw Amsterdam, 2009)
‘Een van de hoogtepunten van het afgelopen jaar vind ik de verhalenbundel How It Ended van Jay McInerney. In het titelverhaal van de vertaling neemt de hoofdpersoon op de ochtend van zijn huwelijk afscheid van een vriendin met wie hij de nacht doorbracht en zegt dat hij gaat doen wat hem te doen staat. De vriendin vraagt wat dat is. “Dat is wat je doet als je niet weet wat je eigenlijk moet doen.” Onder meer daarom is het zo goed.
Dit jaar las ik geen teleurstellende boeken, want die weet ik te mijden.’

Sanneke van Hassel
Witte veder, De Bezige Bij, 2007. In februari 2010 verschijnt Nest.
‘Beste boek: Alice van Judith Hermann. Wonderschone verhalenbundel. Alice verliest vijf mannen die haar dierbaar waren. Een zoektocht naar de invloed van de dood op degene die achterblijft. Vol indrukwekkende zinnen en details, zoals een oudbakken amandelcroissant in de jaszak van je dode geliefde en wat daarmee te doen. Zo moet literatuur zijn. Poëtisch, analytisch, dwingend. Zo veelzeggend over onbenoembare dingen.
Slechtste boek: Stuk van Sarah Kuttner. Hysterische roman van een Duitse televisiepresentatrice. Als Karo haar baan in de evenementenbranche en haar vriend kwijtraakt volgt een depressie. Paniekaanvallen, therapeuten, relaties met vrienden & familie – het wordt allemaal veel te vet opgediend. Ik kan mezelf niet voelen, zegt ze om de zoveel pagina‘s. En zo wordt elke grap, gedachte, karaktertrek van Karo benoemd en uitgelegd. En zo word ik als lezer buitenspel gezet.’

Ted van Lieshout
Hou van mij (Leopold, 2009)
‘Voor een lezingenavond over Gerard Reve moest ik zijn Vier wintervertellingen lezen. Daar moest ik namelijk tien minuten over spreken. Ik vind het voor wat betreft stijl goed geschreven, maar qua verhaal vind ik de verhalen dodelijk saai. Heb ik ook gezegd. Bijna niemand was boos dat ik het zei. Ik kreeg na afloop het eerste deel van de biografie Gerard Reve, kroniek van een schuldig leven mee naar huis. Ben er meteen nieuwsgierig in gaan lezen. Ik vind het een goed boek, maar vraag me af hoe veel van wat er staat wáár is. Hoe kan de jeugd van Reve zo gedetailleerd opgetekend staan? Er is al een poos vrijwel niemand meer in leven die er uit eerste hand herinneringen aan koesterde en Reve kan er zelf nog zo veel over verteld hebben tegen wie dan ook, dat wil niet zeggen dat hij de waarheid verteld heeft.
Toch maakt het werk van biograaf Nop Maas een doorwrochte en integere indruk. Ik ben nog niet halverwege het boek, weet nou al dat ik het mooi vind, en werk toe naar de passages die me ongetwijfeld het meest zullen gaan interesseren: hoe kon zo’n door en door homoseksuele man als Gerard Reve aanvankelijk opgaan in relaties met vrouwen? Ja, omdat het moest, omdat je geacht werd hetero te zijn en dan hield je het geheim als je het niet was. Maar hoe is die ontwikkeling bij hem gegaan? Als ik lekker op mijn gemak blijf lezen, stukje voor stukje, weet ik het zo tegen kerstmis.’

Peter Terrin
De bewaker (De Arbeiderspers, 2009)
‘In 2009 veel goede boeken gelezen. Nergensman van Thomèse, De leraar van Bart Koubaa, Roem van Daniel Kehlman, bijvoorbeeld. Twee boeken hebben mij totaal overdonderd. De God Denkbaar Denkbaar De God, de roman van W.F. Hermans die door niemand gelezen wordt, was een leesavontuur zonder weerga. Dat geldt evenzeer voor Dat wat overblijft, het debuut van Tom McCarthy. Over een man die na een ongeval, geheugenverlies en revalidatie zijn schadevergoeding van 8,5 miljoen pond opsoupeert aan het met een forensische precisie ensceneren van de enige flard herinnering die hij nog bezit. Dolend door deze vreemde opvoering hoopt hij weer écht te worden. Onvergetelijk en aangrijpend.
Slechte boeken heb ik niet gelezen. Ik leg ze na vijftig pagina’s weg. Een boek dat pas na vijftig pagina’s goed wordt, is een slecht boek. De boeken die ik weg leg, vergeet ik meteen. Ik ben een gelukkige lezer.’

Anton Korteweg
Ouderen zijn het gelukkigst (Meulenhoff, 2009)
‘Na dertig jaar jureren lees ik weer voor m’n plezier. En wat ik zelf kies. Dus uitsluitend prachtboeken – ik ben niet gek. Daar hoef ik niks meer van te vinden. Alleen van de VPRO. Eindelijk rijk. Welnu, het beste vond ik Caesarion, keizertje dus, van Tommy Wieringa. Wat een fascinerende uitwerking van de Oedipusmythe. Wat een allure, reikwijdte en intensiteit. En niemand, na Vestdijk, schreef mooier over een verloren geliefde. Ach, Sarah!
Mijn slechtste boek was dus ook heel goed: Thomése’s J. Kessels: The Novel. Prettig plat, Brabo Bertje die deftigheidshalve Berend wordt, kutstank in Sankt Pauli, dat soort werk. Een zegen, die Ruhestand.’