Het beste jeugdboek

Katja de Bruin ,

Ineens bestond ie niet meer: De Gouden Zoen, jaarlijkse prijs voor het beste Nederlandstalige jeugdboek. Is dat erg? Ja, zeggen schrijvers Ted van Lieshout en Edward van de Vendel.

Op de website van de Stichting CPNB, verantwoordelijk voor De Gouden Zoen, werd eind mei volstaan met een uiterst summier berichtje onder de kop: ‘De Gouden en Zilveren Zoenen worden niet meer uitgereikt’. Punt. Waarom, dat vond men kennelijk de moeite van het vermelden niet waard. Zo bleek de Vlaming Jan Simoen met zijn boek Slecht in 2008 met terugwerkende kracht winnaar van de laatste Zoen, die in 1997 voor het eerst werd toegekend aan het beste boek voor jongeren vanaf twaalf jaar. Waarom wordt zo’n prijs na ruim tien jaar opgeheven? Bezuinigingen? Dat lijkt onwaarschijnlijk als je weet dat de winnaar welgeteld 1361,34 euro kreeg overgemaakt. En iedereen is het er toch over eens hoe belangrijk het is dat jongeren af en toe een boek lezen dat literair wat zwaarder op de maag ligt dan Carry Slee of Francine Oomen?
De bloggende kinderboekenduizendpoot Ted van Lieshout vond het in elk geval bedroevend dat deze prijs zomaar verdween en kwam met een alternatief: op zaterdag 12 september wordt, tijdens de Middag van het Kinderboek, de Gouden Lijst uitgereikt. Een prijs voor, jawel, het beste Nederlandstalige jeugdboek van 2008. Van Lieshout: ‘Op de site van het cpnb ontdekte ik min of meer bij toeval dat de Gouden Zoen niet langer zou worden uitgereikt. Die prijs is nooit helemaal van de grond gekomen, want de groep van twaalf tot achttien is heel moeilijk te bereiken. Op die leeftijd heb je heel andere interesses, het is een periode waarin je niet zo graag leest. Dat herken ik ook nog uit mijn eigen jeugd. Maar het verdwijnen van zo’n prijs is toch een verarming. Alleen al voor de schrijvers die het afgelopen jaar een jeugdboek publiceerden en nu ineens geen kans meer maken op die Zoen. Zo’n prijs is een belangrijke stimulans voor je carrière, dat heb ik zelf ook gemerkt. Je legt de lat toch wat hoger. Het gaat niet zozeer om het geld, want financieel stelt het weinig voor, het gaat om de eer, de erkenning.’

Lastige groep
Ook schrijfster Mirjam Oldenhave, met haar boek Voor jou 10 anderen genomineerd voor de Gouden Lijst, vond het een belangrijke prijs. ‘Je hebt óf de Griffel óf de Kinderjury. Die verhouden zich ongeveer tot elkaar als de aarde en Mars. Deze prijs zat er een beetje tussenin, zowel qua doelgroep als qua literair gehalte. Ik heb met dit boek veel meer aandacht gekregen dan met ander werk, het werd serieus genomen. Dan is het jammer dat er geen prijs voor is. De friet met mayonaise wordt toch wel gegeten, maar je wilt toch dat ook de moeilijke hapjes geproefd worden.’ Marieke Verhoeven, bij de cpnb verantwoordelijk voor kinder-en jeugdliteratuur, begrijpt dat schrijvers het jammer vinden dat de Gouden Zoen is afgeschaft, maar ‘de activiteiten die de cpnb ontplooit zijn er om mensen tot lezen te brengen. Wij bedden onze activiteiten in in een groter geheel. De Griffels zijn een onderdeel van de Kinderboekenweek en daar is dan ook weer lesmateriaal aan gekoppeld voor de basisschool. Met de Gouden en Zilveren Zoenen is het niet gelukt om het in een breder kader te plaatsen, want qua publiciteit heeft die prijs nooit veel gedaan. Dan moet je je afvragen waar je het voor doet. Het is ook een heel lastige groep die qua leesgedrag erg is veranderd de afgelopen jaren. Francine Oomen wordt gelezen door achtjarigen, maar ook door veertienjarigen. Van sommige boeken vraag je je af waar ze thuishoren: bij de kinderboeken of toch al bij de volwassen literatuur. Toen ik zelf dertien was, ging ik ook niet meer naar het kinderboekenhoekje in de bibliotheek. Die groep valt echt tussen wal en schip. Dat merkten we ook bij de publiciteit rondom de Gouden Zoen. Het Jeugdjournaal vond de doelgroep te oud, terwijl het gewone Journaal het echt een item voor het Jeugdjournaal vond.’
Maar hoe moet het dan wel? Want ze moeten toch lezen, die pubers? Of heeft de cpnb de jongeren gewoon opgegeven? ‘Nee, zeker niet. Jongeren hebben meer de aandacht dan ooit. Maar wij vinden wel dat het een gecombineerde zorg moet zijn van het boekenvak, de bibliotheken en de overheid. Het meeste effect bij jongeren heeft toch mond-tot-mondreclame. Edward van de Vendel heeft met zijn Slash-serie een Hyvesspot, dat blijkt een heel goeie methode. Als je de reacties van die jongeren leest zie je dat dat wel werkt. Maar het blijft lastig om jongeren te bereiken. Want de ene week is Hyves nog hip en de volgende week is het alweer achterhaald.’

Waargebeurde verhalen
Edward van de Vendel is de enige schrijver die de Gouden Zoen vaker dan eens won. Hij won hem in 1999, in 2000 en in 2007. Nu is hij met De gelukvinder genomineerd voor de Gouden Lijst.
Van de Vendel is ook de initiator van de Slash-reeks, een serie boeken waarin kinderboekenschrijvers het levensverhaal van een bijzondere jongere vertellen. Eigentijdse, waargebeurde verhalen dus, zeer herkenbaar vormgegeven. Zowel het voor de Gouden Lijst genomineerde boek van Oldenhave als dat van Van de Vendel kwamen uit in de Slash-reeks. De boeken worden goed besproken en slaan aan bij het publiek waarvoor ze bestemd zijn, aldus Van de Vendel: ‘De opzet van de serie was heel simpel: literatuur dichterbij jongeren brengen en jongeren dichterbij literatuur brengen. En dat lijkt te werken. De serie is nog maar anderhalf jaar oud, maar er komen heel overtuigde reacties op van jongeren die dit hun lievelingsboeken noemen en na één deel ook de andere willen lezen. Omdat je het levensverhaal van een jongere van nu als basis neemt, zijn het bijna per definitie toegankelijke boeken. Ik mocht van de uitgever auteurs vragen die ik zelf heel geweldig vind en de jongeren die zij vervolgens hebben uitgekozen zijn allemaal goede vertellers.
Dat die Gouden Zoen nooit dezelfde weerklank heeft gevonden als de Griffels is waar. Maar als je wel een serieuze prijs hebt voor onder de twaalf, zou het heel gek zijn als er niet zo’n prijs zou zijn voor boeken boven de twaalf. Dan krijg je boeken die in geen enkele categorie kunnen opvallen omdat er geen prijzen voor bestaan. Het mooiste zou ik vinden een gecombineerde jury van vakmensen en veellezende jongeren. Iedereen kent wel van die jongeren van veertien, vijftien jaar die alles lezen. Zet die nu in een jury samen met recensenten of schrijvers, dan krijg je een interessante prijs.’

Middag van het Kinderboek
De Gouden Lijst zal worden uitgereikt tijdens de Middag van het Kinderboek, door Ted van Lieshout en Hans Hagen georganiseerd om de dialoog tussen uitgevers en kinderboekenschrijvers op gang te brengen. De jury bestaat uit Femke Dekker, Marjolijn Hof, Tine Mortier, Tjibbe Veldkamp en Bies van Ede (voorzitter). Zij kiezen een winnaar uit de drie genomineerde titels: Voor jou 10 anderen van Mirjam Oldenhave en Cynthia van Eck, De gelukvinder van Edward van de Vendel en Anoush Elman en Allemaal willen we de hemel van Els Beerten (alledrie verschenen bij Querido, voor bespreking zie linkerkolom). Op de tiplijst staan: Mee met Aeneas van Imme Dros (Querido), Reinaert de vos van Karel Eykman (Prometheus), It’s a wonderful life van Jesse Goossens (Lemniscaat), Isa’s droom van Marco Kunst (Querido), En iedereen ging op zijn mieren zitten van Paul De Moor (Lannoo), Zus van Sanne Parlevliet (Van Goor), Moeders zijn gevaarlijk met messen van Do Van Ranst (Davidsfonds/Infodok) en Brei met mij van Evelien De Vlieger (Lannoo). De Middag van het Kinderboek is gratis toegankelijk voor publiek.