Martin Bril over de kleine keizer

Katja de Bruin ,

Zelf verwachtte hij de VPRO Bob den Uyl Prijs niet te gaan winnen, omdat hij 'De kleine keizer' eigenlijk helemaal geen reisboek vindt. Toch reisde Martin Bril heel wat af voor dit boek waarin hij verslag doet van zijn passie voor Napoleon.

Op het vliegveld van Toulouse doodde Martin Bril de tijd met het lezen van een ‘middelmatig biografietje’ over Napoleon. Eenmaal thuis tike hij bij Amazon de zoekterm ‘Napoleon’ in. Resultaat: 8561 titels. Over geen enkele historische figuur is meer geschreven. Zelfs Jezus, Hitler en Elvis moeten het afleggen in deze over het graf gevoerde titanenstrijd. Het getuigt van lef, om niet te zeggen overmoed, om daar nog een boek aan toe te durven voegen. Maar zoals zijn lezers inmiddels weten: als Martin Bril eenmaal een passie voor iets of iemand ontwikkelt, is hij niet meer te houden. In de prachtige epiloog van De kleine keizer vertelt hij ooit geprobeerd te hebben een passie op te vatten voor de hengelsport. Niet gelukt. Elvis daarentegen domineerde lange tijd huize Bril. Tweehonderd boeken over ‘die gozer’ gingen de deur uit bij de laatste verhuizing. Zo maakte de King plaats voor de Keizer. Bijna was Bril zo gek geweest af te reizen naar Waterloo; een nederzetting in het uiterste noordwesten van Suriname. Het ticket was geboekt, de inentingen gehaald, de muggenzalf al ingepakt. Maar hij ging toch maar niet.
In zijn boek probeert hij zijn passie voor Napoleon als volgt te verklaren: ‘De paradox van passies als deze is dat je enerzijds volledigheid wilt bereiken en anderzijds al bij aanvang weet dat zoiets onmogelijk is. Dat je er desondanks aan begint, is iets wat je later niet meer kunt verklaren. Misschien is het juist de onuitputtelijkheid die Napoleon zo fascinerend maakt. Je kunt er een heel leven mee toe, en dat is op een bepaalde manier geruststellend. Je bent thuis, zal ik maar zeggen, en je kunt ook altijd op stap. Het is leven in een verhaal. Alsof je eigen verhaal niet voldoende zou zijn.’

Slome mok
Honderden boeken las hij over Napoleon, maar zijn eigen boek is geen tentoonstelling van de encyclopedische kennis die hij intussen vergaard moet hebben. Integendeel. Op zijn eigen onnavolgbare wijze vervlecht Bril zijn particuliere belevenissen met zaken die, soms maar heel zijdelings, iets met Napoleon van doen hebben. Niemand anders dan Martin Bril zou op het idee komen bij de Parijse juwelier Odiot binnen te lopen om het gouden wijnglas te zien dat Napoleons zuster Pauline (‘een van de meest nymfomane vrouwen van haar tijd’) liet maken naar een afdruk van een van haar borsten. ‘Een glas is het natuurlijk niet, dan zou zij een heel rare tiet hebben gehad, maar eruit drinken kun je wel, dus wat is het dan? Een kelk zeker niet, een kom wellicht, een schotel, een schoteltje? Een niet al te diepe kom, zonder steile wanden, een slome mok, misschien is dat de beste benaming.’ Meer dan twee bladzijden lang mijmert hij voort over deze ‘cup’, die 1350 euro kost en dus toch maar niet mee naar huis gaat.
Een andere Parijse nering verlaat hij niet met lege handen. In een tinnensoldaatjeswinkel zwicht hij voor maarschalk Ney. ‘65 Euro, zes centimeter hoog.’ Een van de vele fascinerende figuren die Napoleon omringden. Ook over die bijfiguren wijdt Bril met smaak uit. Voor Maria Elselina Johanna Versfelt, geboren op 27 september 1776, hoefde hij alleen maar naar Lith, een dorpje aan de Maas, net ten zuiden van Tiel. Bril noteert dat er een Etos is, een Chinese snackbar en dat de kinderen hier tussen de middag nog naar huis gaan. Niets in Lith herinnert aan Maria Elselina Johanna die, nadat ze op huwelijksreis in Parijs in de ban raakte van enkele hoge Franse militairen, verkleed als man meeging op de Russische veldtocht met haar minnaar Ney. De brand van Moskou, de slag bij de Berezina, Maria uit Lith maakte het allemaal mee. Maar niets in haar geboortedorp herinnert aan haar bestaan.
Stilte
Nadat bekend werd dat zijn boek genomineerd was voor de VPRO Bob den Uyl prijs liet Bril per mail weten niet te verwachten de prijs te gaan winnen, ‘al was het maar omdat De kleine keizer geen reisboek is.’ Toch voerde Napoleon Bril naar tal van plaatsen in Europa. Hij volgde de Route Napoleon, die van Golfe-Juan via Cannes, Grasse en Gap naar Grenoble voert. Dit is de weg die Napoleon nam toen hij terugkeerde van Elba en opnieuw de macht greep, voordat hij definitief werd afgevoerd naar de kale rots die Sint-Helena heet. Bril ging ook kijken in de Corsicaanse straat waar Napoleon geboren werd. In Marengo, Italie. In Wenen, Oostenrijk. In Austerlitz, Tsjechië. In Waterloo, België. Hoezo geen reisboek?
Vier jaar is Bril met Napoleon bezig geweest. Aan Jellie Brouwer van het radioprogramma Kunststof vertelde hij in april 2008: ‘Hoe meer je weet, hoe minder je weet, dat is een bijna onverteerbare gedachte. Je leest en je leest. Er zijn boeken over hem die zijn leven van dag tot dag beschrijven. Wat hij at, waarover hij vergaderde, met wie hij naar de schouwburg ging. Uiteindelijk ben je alleen maar op zoek naar wat jezelf zo fascineert in die man.’ Bril benaderde zijn onderwerp niet als historicus of als wetenschapper, hij is immers geen van beide. Hij werd met name gefascineerd door de stilte, de eenzaamheid die rondom Napoleon hing. Daarover schrijft hij: ‘Een man die altijd omringd wordt door anderen: ondergeschikten, hielenlikkers, lijfwachten, generaals, maarschalken, bedienden, ministers. Maar tussen hem en die kring van anderen is een kordon van stilte.’ En even verderop, wanneer hij beschrijft hoe Napoleon daar staat, aan boord van het schip dat hem naar Sint-Helena brengt: ‘Alleen, en niet alleen, eenzaam tot in de kern, door stilte omringd. Hij moet zijn eigen gedachten hebben kunnen horen, zo stil was het.’
Het is deze stilte, deze zelfverkozen eenzaamheid die Bril boeit en ontroert. Misschien omdat hij zichzelf er in herkent. In 2003 zei hij tegen Arjan Visser, die hem namens Trouw de Tien Geboden voorlegde: ‘Ik wist het al veel eerder, maar die keer viel het muntje hard en helder: ik sta er alleen voor. Ik lag in het ziekenhuis, had kanker en werd overspoeld door een gevoel van eenzaamheid. Waarom ik? Waarom nu? Waarom moet mij dit overkomen? Op dat moment heb ik mij tot God gericht, daar schaam ik mij helemaal niet voor. Goed, misschien dacht ik ook “baat het niet dan schaadt het niet”, maar toch: het was een moment van overgave. Van verzoening. Met handen vouwen en neerknielen op het koude zeil heeft dat niets te maken, wat telt is de diepte van het ogenblik. Door te bidden kon ik mij verzoenen met mijn eenzaamheid. Dáár gaat het om. Alles draait om verzoening in dit leven. Het is zoals het is. Dat moet je zien te accepteren.’

Martin Bril: De kleine keizer (Prometheus)

De VPRO Bob den Uyl Prijs voor het beste journalistieke reisboek werd dit jaar voor de zesde keer uitgereikt. De jury bestond uit Hans- Maarten van den Brink (directeur Mediafonds), Karin van Gilst (directeur Weekbladpers), Maria Heiden (eigenaar boekhandel Van Gennep en presentator Radio Rijnmond) en Wim Noordhoek (radiomaker en schrijver).