Niet in staat tot een slecht antwoord

Katja de Bruin ,

Alleskunner Hugo Claus was een intimiderende, maar ook kwetsbare persoonlijkheid, ondervond filmmaker Tonko Dop.

Een jaar geleden moest Tonko Dop voor Nova in allerijl een in memoriam samenstellen over Hugo Claus. Toen hij de archiefbeelden zag, wist hij meteen dat hij een echte film over hem wilde maken. Die film is er nu: De veelvraat Hugo Claus. Hugo Claus deed alles en kon alles. Hij schreef romans, verhalen, toneel, scenario’s en poëzie. Was beeldend kunstenaar, vertaler, regisseur, schreef songteksten, becommentarieerde de nieuwste mode en figureerde zelfs in een reclamespotje voor kaas. En tussen al die bedrijven door gaf hij ook nog honderden interviews. Tonko Dop maakte er dankbaar gebruik van.
‘Ik heb Hugo Claus de film zelf laten vertellen. Er zit geen voice-over in. Dat kon omdat er zo krankzinnig veel interviews zijn; vanaf de jaren vijftig tot begin 2004. Hij was een mediapersoonlijkheid avant la lettre. Dat is naast al zijn andere identiteiten ook een identiteit die ik nadrukkelijk tot zijn talenten reken. Het interview zag hij, zoals veel dingen in zijn leven, als een spel. Als een prachtig vehikel om journalisten iets op de mouw te spelden. Hij loog er vaak op los, daar maakte hij geen geheim van. “De waarheid bestaat maar drie minuten per jaar,” is een beroemde uitspraak van hem.
Toen ik voor dat item in Nova wat banden uit het archief haalde, zag ik de enorme veelzijdigheid en ongrijpbaarheid van die man. Het was ook niet zo dat hij in een van de genres die hij beoefende schutterig of amateuristisch bezig was, hij hield echt alle ballen hoog. Hij kon ook zo ongelofelijk mooi vertellen. Eigenlijk was hij niet in staat tot een slecht antwoord. Wat er ook gevraagd werd, hij vertelde altijd iets prachtigs en het sneed bijna altijd hout. Hij had overal een antwoord op en dat was altijd schitterend en snedig geformuleerd.
Zelf heb ik Claus twee keer geïnterviewd. Ik vond hem intimiderend, maar ook kwetsbaar. Een heel merkwaardige combinatie. Hij is intimiderend vanwege zijn enorme talent en zijn fabelachtige larger than life persoonlijkheid. Maar toen hij achttien maanden was, werd hij al door zijn ouders gedumpt in het klooster. Nooit moeder- of vaderliefde gekend. Het is psychologie van de koude grond, maar hij is bij die nonnen beschadigd geraakt voor de rest van zijn leven. Dat zeggen trouwens ook de mensen die hem goed gekend hebben.
Voor de film heb ik een aantal mensen geïnterviewd uit Claus’ nabije omgeving: Piet Piryns, Erwin Mortier, Tom Lanoye, Connie Palmen, Jan Decleir, Ellen Vogel, Remco Campert, Ivo Van Hove en Sylvia Kristel. Dit is de eerste film over hem na zijn dood. Mensen kunnen nu makkelij- ker terugblikken. Ik vond het belangrijk om ook zijn obscure kanten te laten zien. Een reclamespotje voor Franse kaas, een stripalbum, een songtekst die hij schreef voor Liesbeth List. Die bizarre uitingen van zijn talent, daar wilde ik graag een staalkaart van maken, zonder de illusie te hebben dat ik daarin volledig kon zijn. Over Hugo Claus zou je wel twintig documentaires kunnen maken.’