Over een interessante klootzak

Katja de Bruin ,

Aifric Campbell stelt ongemakkelijke kwesties aan de orde in haar debuutroman over een kille psychotherapeut. ‘Mensen gaan in therapie en denken dat alles wordt opgelost.’

‘Is Aifric a hoax???’ vroeg een zekere Jeannine uit Amsterdam zich af, in reactie op een interview met de Ierse schrijfster Aifric Campbell dat geplaatst was op een blog over thrillers. Ze was niet de enige die twijfelde of deze debutant wel echt bestond. In de Engelse pers werd eveneens gespeculeerd over de identiteit van Campbell, wier flaptekstbio argwaan wekte. Volgens de uitgever studeerde ze linguïstiek, doceerde ze semantiek aan de universiteit van Göteborg, werkte ze in Londen als investeringsbankier, liet ze zich omscholen tot psychotherapeut, volgde ze een schrijfcursus aan de universiteit van East Anglia om uiteindelijk te debuteren met een verbluffende roman: De logica van het moorden
Zou dit niet gewoon een grap van Ian McEwan zijn, vroeg een Britse recensent zich af. Campbell schatert het uit: ‘Ik was stomverbaasd! Het komt ook door mijn rare voornaam. Bijna iedereen denkt dat ik een man ben. Bovendien gaat het boek over mannen, over een homo zelfs. Het is een compliment dat het boek kennelijk niet aandoet als een debuut.’
Campbell presenteert ons een nogal onaangename hoofdpersoon: Jay Hamilton, psychotherapeut in een rijk deel van Londen. Een kille maar buitengewoon scherpzinnige egocentrist die buiten medeweten van zijn patiënten hun levensverhaal gebruikt in boeken die hij onder pseudoniem publiceert. Wanneer Jay een brief krijgt over zijn overleden broer Robert, raakt zijn zorgvuldig gecontroleerde leven ontregeld door herinneringen aan zijn jeugd. Deze Robert baseerde Campbell op de geniale Amerikaanse linguïst Richard Montague die in 1971 in Los Angeles vermoord werd aangetroffen in zijn badkamer. Montague, overdag een briljant wetenschapper, leidde een roekeloos dubbelleven. Zijn seksuele voorkeur ging uit naar zwarte jongens. Hoewel de moord nooit werd opgelost, gaat men ervanuit dat een van die ontmoetingen hem fataal is geworden.
Robert Hamilton alias Richard Montague is ontegenzeggelijk een intrigerende figuur, maar het zwaartepunt van de roman ligt bij de fictieve broer Jay, die over tal van gevoelige zaken ongezouten meningen ten beste geeft. Over het nut van psychotherapie bij een psychose (‘een samenhangende onderbouwing van die opvatting is er eigenlijk niet’), over het gebruik van antidepressiva (‘we verwachten dat alles wat we niet kunnen verdragen geëlimineerd wordt’), over anorexia (‘het draait allemaal om macht’) en over vrouwen: ‘Dana zag er nog prima uit en besteedde aandacht aan zichzelf zoals iemand doet die beschikbaar is, ook al waren haar ongemanicuurde handen hem niet ontgaan, een detail dat vrouwen zoals zij verontachtzaamden, vergelijkbaar met hun arrogante onverschilligheid ten aanzien van het bijhouden van hun bikinilijn.’ Jay is een klootzak.
Maar wel een interessante klootzak, vindt Campbell. ‘Zelfs mijn moeder zei: hoe kun je over zo’n verschrikkelijke man schrijven? Maar zijn we niet allemaal gefascineerd door mensen met zo’n duistere kant?
Jay is een intelligente, manipulatieve schurk die verontrustende vragen stelt over belangrijke sociale onderwerpen. Ik ben heel ambivalent over hem. Hij verklaart zijn gebrek aan empathisch vermogen uit het feit dat zijn moeder niet van hem hield. In onze westerse beschaving geloven we in het idee dat we gevormd zijn door onze jeugd, dus moet je een zekere sympathie of op z’n minst begrip hebben voor wat hij doet. Als we horen dat een moordenaar als kind iets vreselijks heeft meegemaakt, zegt iedereen: o, dat verklaart alles. Maar is dat zo? Verklaart dat alles? Niet iedereen met zo’n achtergrond wordt zo. Niet iedereen die geen liefde heeft gekregen, wordt zoals Jay.’

Controversiële opinies
De roman leidde tot emotionele reacties van lezers. Velen waren geschokt door de klinische afrekening met anorexiapatiënten en ook de wijze waarop het nut van psychotherapie ter discussie wordt gesteld, maakte veel discussie los. Campbell ontkent niet dat ze veel van Jay’s controversiële opinies deelt. ‘Psychotherapie is zo breed geaccepteerd, er worden zo weinig vragen bij gesteld, daar gaat het boek deels over. Mensen gaan in therapie en denken dat alles wordt opgelost. We verwachten steeds meer dat we niet verdrietig hoeven zijn, niet ongelukkig. Het leven moet perfect zijn. Dus als er iets misgaat, als er iemand doodgaat of je geliefde laat je in de steek, dan wil je niet voelen wat eigenlijk een normaal, menselijk gevoel is. Er is een interessante Engelse professor, Frank Furedi, die onder meer heeft geschreven over de therapiecultuur. Zijn stelling is dat zo’n therapeutische omgeving mensen aanmoedigt zichzelf te zien als slachtoffer. We zijn het leven gaan beschouwen als iets dat je overkomt in plaats van iets waarop je zelf invloed kunt uitoefenen. “Mijn vriend heeft me gedumpt, dat trek ik echt niet.” Hoezo?! Wat bedoelen mensen daarmee? Vroeger moest je wel. Normale, menselijke gevoelens worden steeds meer gepathologiseerd. Mensen gaan naar de dokter of naar een therapeut en vragen om medicijnen omdat ze vinden dat wat zij moeten doorstaan ondragelijk is. Terwijl je antidepressiva niet gebruikt voor twee of drie maanden, maar al gauw voor twee jaar. De farmaceutische industrie heeft er alleen maar belang bij dat zoveel mogelijk mensen hun medicijnen slikken en mensen blijven ze gebruiken omdat ze bang zijn om te stoppen.’

Massaal Ritalin
‘Neem al die diagnoses van adhd bij kinderen. Die krijgen massaal Ritalin voorgeschreven. Dat zijn heel sterke medicijnen met veel bijwerkingen. Hoe bepaal je of een druk jongetje dat niet stil kan zitten en altijd dingen breekt een afwijking heeft of gewoon normaal jongensgedrag vertoont? Verwachten ouders dat kinderen altijd stil zijn en zich netjes gedragen? Dat zijn belangrijke sociale kwesties en ik verbaas me erover dat daar niet meer discussie over is.’
Ondanks al deze kritiek liet Campbell zich na dertien jaar keihard werken in de Londense bankwereld omscholen tot psychotherapeut. Dat bleek al snel geen goede keuze. ‘Ik praat te veel en ik ben te veel een doener. Ik zou niet urenlang in een kamer kunnen zitten en andermans pijn voelen. Mensen die dat doen en die het goed doen, bewonder ik zeer. Het is een fascinerend beroep. In Engeland [en in Nederland op Foxlife –red.] wordt momenteel In Treatment uitgezonden, een serie over een therapeut en zijn patiënten. Je ziet eigenlijk alleen die man in z’n kamer, maar het is de meest bekeken hbo-serie sinds Sex and the City. Dat zegt wel iets.’
De echtgenoot van Aifric Campbell maakte een fraai vormgegeven site bij haar boek, met onder meer een filmpje waarin het boek in 36 seconden wordt gevisualiseerd.

Aifric Campbell: De logica van het moorden (oorspr.: The Semantics of Murder, uitgever De Geus, vertaling Nan Lenders)