Tragiek van het leven in vijftien pagina’s

Dirk-Jan Arensman ,

Hoewel Kevin Canty ook enkele romans schreef, is hij toch vooral de meester van het korte verhaal. ‘Omdat je wéét dat je er geen donder mee zult verdienen, schrijf je ze alleen vanuit een gevoel van urgentie. Omdat je van die vorm houdt.’

Commercieel gezien blijft het misschien hét genre. Maar, zegt hij, vergis je niet: ‘De roman ligt op het moment met zijn pootjes in de lucht, terwijl het korte verhaal springlevend is. That’s where the real action is. Zoveel mensen die nu het gezicht van de Amerikaanse literatuur bepalen schrijven ze. George Sanders, Aimee Bender, Lorrie Moore, Tobias Wolff, Denis Johnson... Laatst begon ik, om dat punt te maken tijdens een paneldiscussie, een lijst op te stellen van favoriete auteurs die ofwel alleen maar verhalen schreven of wier verhalen veel beter waren dan hun romans. It was a list of darn near everybody!
Als je denkt rijk te worden van korte verhalen, ben je natuurlijk minstens een eeuw te laat geboren. Maar misschien verklaart dat wel deels die hoge kwaliteit. Omdat je wéét dat je er geen donder mee zult verdienen, schrijf je ze alleen vanuit een gevoel van urgentie. Omdat je van die vorm houdt. Uit liefde.’
Kevin Canty schrijft ze, naast drie romans, al meer dan vijftien jaar. Het grootste deel van de tijd in Missoula, een stadje diep in de bergen waar hij om den brode creative writing doceert aan de Universiteit van Montana. ‘Een fantastische plek, tot het februari is, je al twee maanden geen zon hebt gezien en je het óf op een zuipen wilt zetten óf iemand wilt vermoorden.’ En, na zijn debuut A Stranger in this World (1994) en Honeymoon (2001), bewijst hij ook in zijn nieuwe bundel Waar het geld bleef weer een grootmeester op de korte baan te zijn. In vijftien of twintig pagina’s laat hij je een keerpunt in iemands bestaan meemaken, van binnenuit beschreven – intiem, complex en bovendien op een toon die altijd laconiek en geestig genoeg is om de klippen van het melodrama te omzeilen.

Snelheid
Bluesy slices of life’, in de traditie van Raymond Carver, zou je het kunnen noemen. Al denkt Canty zelf dat hij zijn voorbeeld steeds meer ‘uit zijn systeem’ begint te krijgen. ‘Snelheid heb ik als schrijver altijd belangrijk gevonden, net als zorgen dat je de verwachtingen van de lezer één stap voor blijft. Carver was wat dat betreft een held van me. Maar toen ik nog niet zo lang geleden een oud verhaal van mezelf moest voorlezen, leek er een grijze mantel over het proza te liggen. Tegenwoordig probeer ik meer risico’s te nemen - meer experiment, leven en een bepaalde vreemdheid in de taal te stoppen en mijn personages niet meer in het grijs te kleden.’
Het milieu waarin zijn verhalen spelen is ook veranderd. ‘Ik ben niet echt in armoede opgegroeid, maar als tiener ben ik wel vroegtijdig van school gegaan. En daarna heb ik, voor ik naar de universiteit ging, een tijdje in de bouw gewerkt, in rockbands gespeeld en als geluidstechnicus achter de knoppen gezeten. Ik had kortom behoorlijk wat omgang met working class and drinking class people, kon me verplaatsen in mensen met eelt op hun handen en over ze schrijven zonder me een bedrieger te voelen. Maar dat is inmiddels twintig jaar geleden, en tegenwoordig ga ik voornamelijk om met studenten en collega-docenten. Als ik dan nog zou schrijven over een gozer met een gereedschapsriem om zijn middel, zou ik me een beetje oplichter voelen.’
Dus, ja, in Waar het geld bleef kom je meer makelaars, studenten en academici tegen. ‘Ze hebben mooiere schoenen en grotere huizen,’ beaamt Canty. ‘Maar hun problemen zijn nog even groot.
Dat de negen verhalen een sterke thematische samenhang vertonen, was geen vooropgezet plan. ‘Ze kwamen vooral voort uit ’s morgens gaan zitten, en bedenken wat me genoeg interesseerde om erover te schrijven.’
Maar toeval is het ook niet: ‘In de afgelopen vijf jaar heb ik een huwelijk van dertig jaar achter me gelaten om samen te gaan wonen met een veel jongere vrouw. Afgelopen zomer zijn die vrouw en ik ook uit elkaar gegaan. Mijn vader is overleden, mijn beste vriend lijdt aan kanker...’ Allemaal dingen waar hij niet expliciet over schrijft. ‘Maar in elk verhaal dat iets waard is, zit een element van jezelf blootgeven Je gebruikt personages om te schrijven over je eigen preoccupaties.’
Gevolg: Canty voerde voor het eerst louter mannelijke vertellers op. ‘Guys in crisis trying to figure out how to be men.’ En vaak praten ze over hun relaties en huwelijken. Lachend: ‘Ik loop bij een geweldige psychiater, die laatst tegen me zei: “Als het huwelijk niet bestond, zouden wij allebei zonder werk zitten.”’

Vervangbaar
Er is droefenis in deze geconcentreerde werelden, de stille wanhoop van uitgebluste liefdes en alledaagse ontrouw, maar ook hoop op een nieuw begin. ‘Niet iedereen leeft lang en gelukkig, maar het is óók niet waar dat alles in dood en verwoesting eindigt. Als ik de afgelopen tijd iets heb geleerd, dan is het dat het leven nog gecompliceerder is dan ik dacht. Ik heb het mogelijke verdriet en het grootste geluk ervaren, en weet nu: je bestaan kan op elk moment radicaal op zijn kop worden gezet.’
Hij zwijgt even. Zegt dan: ‘Als je honderd kilometer per uur rijdt in je auto, met de raampjes open en de stereo aan, merk je er niks van hoe hard je gaat. Maar rij je met dezelfde snelheid op een fiets van een berg af, dan denk je dat je bij elke bocht dood zult gaan. Dat wil ik laten zien: de risico’s van leven en van niet écht leven die ons ongemerkt omringen.’
Beide komen prachtig samen in het meesterlijke 'Ze waren vervangbaar’. Openingszin: ‘Na je dood kwam het jaar van televisiekijken.’ Het is de biecht van een weduwnaar aan zijn overleden geliefde, waarin hij vertelt over zijn verlammende rouw; over die pornofilm die hij op pauze zette, omdat hij een glimp van haar in één van de actrices dacht te zien én over de nieuwe vrouw die in zijn leven kwam. ‘Dit is wat ik je wilde vertellen, lief,’ zegt hij na een vrijpartij ‘dat het leven het leven liefheeft.’
Diep ontroerende scènes, juist omdat ze balanceren op het randje van het sentiment. ‘Er gaan veel meer verhalen kapot aan subtiliteit dan aan overdaad. Verhalen die als stille, muizige schaduwtjes van zichzelf door de bossen dwalen, omdat de schrijver het allemaal “niet te nadrukkelijk” wilde maken. Ik pak die hendel waar “sentimenteel” bovenstaat, en duw ‘m helemaal naar achteren. Als het waarschuwingslampje gaat branden, zeg ik: hou je kop!

BMW
Als hij het echt te bont maakt, weet hij dat een paar goede lezers hem terug zullen fluiten. ‘Maar ik wil die emotie wel op papier zetten. Want als ik dat niet doe, dan ís-ie er ook niet. Zoals mijn oude leermeester Harry Crews zei: “Geen enkele lezer zal iets voelen als het personage het niet eerst voelt.”’ Naar aanleiding van het ultrakorte titelverhaal, komt hij nog even terug op zijn autobiografische bron. Toen hij die man daarin in drie pagina’s liet nalopen hoe zijn fortuin verdween en zijn laatste centen opgingen aan een echtscheidingsadvocaat, had hij nog geen idee dat zijn eigen huwelijk ook zou stranden. Of dat hij later afscheid zou nemen van zijn vriendin, de schrijfster Aryn Kyle. ‘Mijn boek is aan haar opgedragen. En komend voorjaar komt Aryn met een práchtige bundel die ze opdraagt aan mij. Het rare is dat onze verhalen ergens allemaal over de ander gaan, op een enge manier onze toekomst voorafschaduwen. Flannery O’Connor beweerde dat alle schrijvers profeten zijn. Dat geloof ik niet. Maar we observeren elkaar en onszelf wel heel goed, en verplaatsen ons in omstandigheden die soms heel voorspellend kunnen zijn.’ Hij lacht. ‘Mijn volgende roman zal dan ook gaan over een rijke vent die in een BMW rijdt en een gewéldig seksleven heeft.’

Kevin Canty: Waar het geld bleef (oorspr.: Where the money went, vertaling Frans van der Wiel, uitgever De Harmonie)