Boekjaar 2010

Katja de Bruin ,

Wat is het beste boek dat u dit jaar gelezen heeft en welk boek stelde het meest teleur? Elf schrijvers gaven antwoord op die vraag.

Dimitri Verhulst (De laatste liefde van mijn moeder, Contact, 2010) 
‘Mijn ogen stonden nat toen ik Een minuut stilte van Siegfried Lenz las. Niet alleen daarom is dit het boek van 2010 waaraan ik de mooiste herinneringen bewaar, het is met een buitengewoon vakmanschap geschreven, pretentieloos, rustig, beheerst. Een man die zijn vertelstof meester is. Als ik zeg dat het gaat over een liefde die niet anders kon dan worden verzwegen, klinkt dat tamelijk platjes. Maar lees het! Voor schrijvers biedt dit boek bovendien nog een troostende gedachte, namelijk: dat je op je tachtigste nog altijd een literair topstuk kan afleveren. Schrijvers horen andermans werken niet de grond in te boren, daar zijn recensenten voor. Dus verwacht van mij geen deelname aan het lijstje met daarin de slechtste boeken van het jaar.’

Marion Pauw (Jetset, Anthos, 2010)
Het meest onder de indruk ben ik van het boek Na Delphine van thrillercollega Siska Mulder. Een intrigerend verhaal over vriendschap en verraad. Mooi en zorgvuldig geschreven, herkenbaar, beangstigend en spannend. Een bench-mark voor het genre. Het meest teleurgesteld ben ik bij voorbaat al in het geschenkboek dat Monaldi en Sorti gaan schrijven in het kader van de Maand van het Spannende boek. Waarom is er niet aan een Nederlandse auteur gevraagd om het geschenkboek te schrijven? In 2011 staat de historische thriller centraal. Kies dan voor Danielle Hermans, zij schrijft prachtige boeken in dat genre. We hebben in Nederland al een klein taalgebied, waarom kunnen we dan niet onze eigen auteurs promoten? Maar nee, in plaats daarvan is er gekozen voor een paar onbekende Italianen. Ik vind dit echt onbegrijpelijk.’ onbegrijpelijk.’

Ernest van de Kwast (Mama Tandoori, Nijgh & Van Ditmar, 2010)
‘Het boek dat de wereld stilzette, althans, mijn wereld, was dit jaar Last night van de Amerikaanse schrijver James Salter. Het is een verzameling korte verhalen die ik al eens eerder las. Maar afgelopen herfst las ik een verhaal per week in plaats van het hele boek in één keer. Het was voor het eerst dat ik naar adem hapte bij een boek. De tragiek van zijn personages, de schoonheid van zijn taal. James Salter is misschien wel de fijnzinnigste schrijver ter wereld. Maar hij is ook in staat je te ontroeren, je hart te breken. Last night is zo goed geschreven dat ik alles van Salter wil lezen. Dus nu ligt Memorable days, the selected letters of James Salter and Robert Phelps op mijn nachtkastje. Er worden talloze schrijvers genoemd die nog ontbreken in mijn boekenkast. Salter over Cesare Pavese: ‘There cannot be more than a thousand words in his vocabulary [...] There’s no room for trickery. His observation, his choice, his path, everything must be absolutely true, because everything shows. There are no cosmetics.’ Zo moeten boeken geschreven worden. Grote moeite had ik dit jaar met Imperial Bedrooms van Bret Easton Ellis. Maar dat had ik ook met zijn vorige roman, Lunar Park. De geheimzinnigheid, de zogenaamde spanning. Ik vond het niks. Een held is gevallen.’

Hanna Bervoets (Lieve Céline verschijnt begin februari bij L.J. Veen)
‘Ik vertrouw mezelf niet als het op boeken kopen aankomt. Zo kocht ik deze zomer Wat is de wat van Dave Eggers: indrukwekkend verhaal, goed geschreven. Maar na de zoveelste aanval door rebellen/leeuwen/helikoptertorpedo’s/ kindsoldaten/moeilijkemannenmetbaarden ben ik toch afgehaakt. Ook niet uitgelezen: Ik ben niet bang van Niccolò Ammaniti. Vreselijk traag, en vol lelijke, kitscherige taal. De boeken waar ik dit jaar het meest van genoot, kreeg ik cadeau. Zoals Al mijn vrienden zijn superhelden van Andrew Kaufman. Een speelse, grappige novelle over een mislukte relatie. In de goodybag van het Opzij Vrouwenboekenbal zat behalve een voetenbadbruistablet ook Zondagavond van Vonne van der Meer. Een lucide, subtiel verhaal over een man en zijn bescheiden oorlogstrauma. Maar het beste boek dat ik dit jaar las, kreeg ik van de schrijfster zelf. ‘Shirtjewissel?’, vroeg Maartje Wortel na een optreden. Ze gaf me haar verhalenbundel Dit is haar huis. Ik was er zuinig op, iedere maand één of twee verhalen. Korte zinnen, weinig achtergrondinformatie: complexe situaties gevangen in simpele observaties. Stijl en sfeer, meer is het niet. Maar wat was het belachelijk goed, dit boek. Had ik vast nooit zelf gekocht.’

Gustaaf Peek (Ik was Amerika, Querido, 2010)
‘Met De ziekte van Middleton (1969) van Gerrit Krol heb ik me grondig vermaakt, maar absoluut hoogtepunt dit jaar was toch My Wicked, Wicked Ways uit 1960, de memoires van Hollywoodlegende Errol Flynn. Vaak barstte ik in lachen uit (mijn geliefde kan dit beamen), als ik las hoe Flynn zich weer eens in een idiote situatie had gewerkt. Een voorbeeld: ‘I looked on with a sort of tearful wonder and envy. You are dressed, the other guy is naked, everybody else is naked. This makes you feel like an awful fool. You wonder what to do.’ Een autobiografie zonder zelfmedelijden, zeldzaam, en zeldzaam vermakelijk. Grootste tegenvaller bleek De slag om de Blauwbrug (1983) van A.F.Th. van der Heijden. Door de bescheiden lengte van het boek heb ik gelukkig niet al te lang hoeven vertoeven met Van der Heijdens onnodig uitgesponnen stijl en artificiële wereld.’

Franca Treur (Dorsvloer vol confetti, Prometheus, 2010)
‘Slechte boeken lees ik eigenlijk niet, maar waar ik al weken intens van geniet is Agaath van Marlene van Niekerk. Het is een enorme pil ‘over het sterven van Milla, een blanke boerin in Zuid-Afrika. Zij laat zich uit haar dagboeken voorlezen door haar gekleurde hulp Agaath die als ziek kind bij haar in huis is gekomen. De dagboeken gaan over het reilen en zeilen op de boerderij en over ‘de vorming’ van Agaath. Agaath moet nadrukkelijk haar plaats leren, maar krijgt meer en meer de macht over het personeel en over de zoon des huizes. Ook wanneer Milla aan het sterven is laat Agaath, door eten en de po te brengen op de momenten dat het haar uitkomt, merken dat de rollen omgedraaid zijn. Het is een schitterend boek over macht en lichamelijkheid, niet bepaald een pageturner, maar wel heel erg geschikt om in kleine porties te savoureren. Het biedt prachtige zinnen, interessante psychologische inzichten en een hoop om over na te denken.’

Douwe Draaisma (Vergeetboek, Historische Uitgeverij, 2010)
‘Liever nog dan psychologie of filosofie lees ik true crime. Het mooiste dit jaar was The Suspicions of Mr. Whicher, van Kate Summerscale. In 1860 wordt in Road Hill House in Kent een jongetje vermoord. Er zijn geen sporen van braak: de dader moet iemand zijn uit het eigen gezin of het inwonende personeel. Uit Londen komt Jack Whicher over, een van de eerste detectives van Scotland Yard. Voorbeeldig gecomponeerde non-fictie: spannend, Victoriaanse sfeer, je slaat het dicht met een zucht van spijt dat je het uit hebt. Wat tegenviel waren de memoires van Theo Heuft: Yab Yum. Mijn favoriete thema, binnen het genre, is dat van de crimineel die in het vaarwater van een grotere crimineel komt – en dan niet de politie kan bellen. Daarover is Heuft helaas wat terughoudend. Misschien viel er ook niet veel te vertellen: er kwam iemand langs die een pistool tegen zijn hoofd zette en niet veel later was Yab Yum niet meer van Heuft.’

Christine Otten (In wonderland, Atlas 2010. Voor de Boekenweek 2011 schrijft Otten het essay Good Luck)
‘Beste boek: Falling Man van de Amerikaanse schrijver Don DeLillo. Fenomenale roman over de aanslagen op 9/11 en de nasleep ervan. Intiem portet van een echtpaar dat in scheiding ligt. De man overleeft de aanslagen en loopt als in een roes terug naar het huis waar hij met zijn ex-vrouw en zoontje woonde. Zijn ex neemt hem woordeloos op. De Lillo beschrijft zo prachtig de impact van zo’n extreme gewelddadige gebeurtenis op de levens van een paar gewone New Yorkers en hun kinderen). Ik was zelf op Manhattan tijdens de aanslagen en door dit boek herbeleefde ik alles op een intense en ontroerende manier. Los daarvan: schitterende taal, fijnzinnige observaties en emoties. Ook prachtig: Rupert Thompson: This party’s got to stop. Autobiografisch boek over verlies van zijn ouders en de getroebleerde band met zijn twee broers. Schrijnend eerlijk zonder dat je je als lezer een voyeur voelt. Teleurstellendste boek: Freedom van Jonathan Franzen. Iedereen had het erover en het zal best heel goed zijn, maar ik kwam er niet doorheen. Heeft te maken met helicopterperspectief waarmee Franzen het boek begint: teveel personages, teveel afstand, waardoor ik niet word meegesleept. Alsof de schrijver tussen tussen de personages en de lezer in staat. Misschien waag ik nog een poging, maar ik ben bang dat ik meer van auteurs houd die hun personages dicht op de huid zitten.’

Marente de Moor (De Nederlandse maagd, Querido, 2010)
‘Dit jaar pas las ik Dood op krediet van Céline, en ik was 600 pagina’s lang even ademloos als de auteur, die de ene na de andere grimmige toestand oprakelt in een bezeten, gedeeltelijk autobiografische tirade. Van de ene eeuw die uit de hand loopt in de andere, stapelen de perversiteiten zich op, de lezer walgt en schatert tegelijk. Een boek om gek van te worden. Maar vergis je niet, geen zin staat er zomaar. En net als je gaat wennen aan het groteske, schudt Céline je wakker met die enkele lyrische, heel tedere, passage. Tegenvallers waren er dit jaar weer net zoveel als vorig jaar. Ik ben bevattelijk voor agressieve marketing, en grijp dan boeken van de voor de hand liggende stapels in winkels van grote ketens. Ik zou onderhand wel moeten weten dat hun smaak niet de mijne is, daarom is mijn voornemen voor 2011 me alleen nog door noodlijdende antiquaars te laten indoctrineren.’

Atte Jongstra (De heldeninspecteur, De Arbeiderspers, 2010)
‘Mij helemaal laten platslaan door het onstuitbare verteltalent van de classicus Fik Meijer in zijn De Middellandse Zee. Een persoonlijke geschiedenis. Een meesterwerk. Rijk, bont, geestig, breed als de Méditerranée zelf. Meijer viel als een blok, toen hij haar voor het eerst zag. Hij dook erin, reisde er een leven lang omheen, bevoer de vaak onberekenbare wateren. Leuk: de Romeinen spraken van Mare Nostrum, maar hadden een hekel aan de zee. Ze konden er echter niet zonder, het was de aangewezen verkeersader voor vervoer van graan, olie, dieren om in het circus af te slachten en buitenlands geroofde kunstschatten. Brandpunt in Meijers boek is de bodem van de Méditerranée: museum van gezonken cultuurgoed. Aan de hand van vele onderwatervondsten reconstrueert hij op aangenaam persoonlijke wijze de natte Klassieke geschiedenis, zo groots en meeslepend dat je alle in 2010 gelezen ellende op slag vergeet.’

Vrouwkje Tuinman (Intensive care, d’Jonge Hond B.V., 2010)
‘In 2010 heb ik weinig “nieuwe boeken” gelezen, maar vooral non-fictie, klassiekers en boeken die daarvoor doorgaan. In de laatste categorie valt Zen en de kunst van het motoronderhoud van R.M. Pirsig. Wat een zeldzaam saai en pretentieus boek. Het zal wel aan mij liggen; ik heb het aan de Emmaus gedoneerd en die waren er heel blij mee. In één woord geweldig vond ik daarentegen Het periodiek systeem van Primo Levi. Als kind had ik jarenlang een poster van het periodiek systeem boven mijn bed hangen. Een aantal van de elementen bleven desondanks een mysterie. Levi geeft ze karakter en een verhaal. Hij gebruikt geen woord te veel en wordt nergens larmoyant – en dat zegt wat bij een autobiografie die in het teken staat van oorlog, ontbering en dood. Komend jaar ga ik in elk geval nog enkele van zijn andere klassiekers lezen.’