Slavernij om de hoek

Katja de Bruin ,

E. Benjamin Skinner toont aan dat er niet alleen slaven zijn in verre oorden als Sudan en India zijn, maar ook bij ons in het Westen. We willen het alleen niet weten.

Hij heeft nog geprobeerd humor in zijn boek te stoppen, zegt E. Benjamin Skinner (1976) verontschuldigend als we hem vragen of hij niet bang was lezers af te schrikken met zijn loodzware onderwerp. ‘Maar ik weet niet of dat in de vertaling wel overkomt. Je moet lezers een beetje lucht gunnen, daarom heb ik niet alleen over de ellende geschreven, maar ook over hoop en ontsnapping.’
Mensenhandel op klaarlichte dag heet het boek waarvoor Skinner jarenlang de wereld over trok, op zoek naar plekken waar geen weldenkend mens zich normaal gesproken waagt. Hij neemt ons mee naar een getto in Boekarest, waar hij voor 2000 euro een Romameisje met het syndroom van Down kan kopen. In Port-au-Prince onderhandelt hij over de aanschaf van een twaalfjarig meisje dat zowel huishoudelijk werk als seksuele diensten zal moeten verrichten. Voor vijftig dollar is de deal rond, inclusief de benodigde adoptiepapieren zodat ze mee kan naar de Verenigde Staten. Skinner bezoekt ook Sudan, waar de zwarte Dinka- bevolking uit het zuiden al eeuwenlang door Arabieren uit het noorden wordt ontvoerd, om te worden mishandeld en uitgebuit. En hij reist door India, waar kinderen onbetaald vijftien uur per dag, zeven dagen per week tapijten weven en waar miljoenen mensen zich een kort leven lang afbeulen om de schuld af te lossen die hun vader of grootvader ooit heeft gemaakt.
Hoe akelig en weerzinwekkend ook, dit gebeurt allemaal nog geruststellend ver weg. Maar dan landt Skinner in Amsterdam, waar Tatjana zeven dagen per week 24 uur per dag beschikbaar moet zijn voor de escortservice van de pooier die haar kocht. Op de tippelzone werkt ze vijftien klanten per nacht af. Moderne slavernij is overal, ook bij ons om de hoek, betoogt Skinner, maar we willen het niet weten.
Nooit zijn er wereldwijd meer slaven geweest dan nu. Grofweg zijn het er 27 miljoen. Alleen al in Azië werken tien miljoen dwangarbeiders en mensenhandel is sinds de ontsluiting van het Oostblok een uiterst lucratieve bezigheid gebleken die, in tegenstelling tot drugs-en wapenhandel, maar zelden leidt tot veroordeling, omdat de slachtoffers niet durven getuigen. Activist Benjamin Skinner ging als journalist op pad en keerde terug als activist. Eigenlijk had hij na dit boek over snowboarden willen gaan schrijven, maar de slavernij bleek ‘a very sticky subject’. Inmiddels werkt hij op Harvard, aan het Carr Center for Human Rights Policy, en vliegt hij de hele wereld over om lezingen te geven.
Ook vandaag, in zonnig Amsterdam, maakt hij na een nacht vliegen en een halve dag lang met Een Vandaag door de Bijlmer sjouwen nog een scherpe, bevlogen indruk. Met de meegebrachte slaafvrije chocoladerepen van Tony Chocolonely lijkt hij oprecht verguld.
‘Slavernij is voor ons in het Westen iets uit het verleden of hooguit iets dat nog voorkomt in vreemde, geïsoleerde gebieden als Sudan of Mauretanië. We herkennen het niet als het zich in Nederland of Amerika afspeelt. Anderhalf jaar geleden zat ik in een vliegtuig van Hongkong naar New York naast een nogal spraakzame vrouw. Ik moest echt slapen, maar wilde niet onbeleefd zijn. Toen ze vroeg wat ik voor werk deed, antwoordde ik: “Ik ben gespecialiseerd in moderne slavernij en kinderverkrachting.”’
Hij schatert: ‘That will usually end the conversation! Maar deze vrouw zei: “O, slavernij, daar weet ik wel iets van.” Ze had twee hypotheken, een torenhoge creditcardschuld en werkte tachtig uur per week. Dan realiseer je je dat mensen het begrip slavernij vooral als metafoor gebruiken. Terwijl het voor miljoenen mensen de realiteit is. Die kunnen simpelweg niet weglopen van hun werk. Ik probeer die realiteit een menselijk gezicht te geven.‘
Pas nog was hij voor Time Magazine in Zuid-Afrika, waar in de aanloop naar het wk voetbal veel slaven worden gerecruteerd. ‘Ik ontmoette daar een meisje van zeventien, gekocht door haar Nigeriaanse pooier voor 35 dollar en een zak crack. Hij had haar op straat gezet, toen ze te ziek bleek om nog te werken. Ze had aids in een vergevorderd stadium, open tbc en was drie maanden zwanger. Het was voor die pooier goedkoper om een nieuwe slaaf te kopen dan haar te laten behandelen. Een week nadat ik haar in een hospice ontmoette, stierf ze. Terwijl wij het er hier over hebben, worden die meisjes uit de townships gerecruteerd en verkocht. Ik wil dat niet accepteren als abstract fenomeen en dat zou niemand moeten doen.‘

Hypocriet
Over het zogenaamd progressieve prostitutiebeleid dat in Nederland gevoerd wordt, wil hij geen oordeel vellen. Wel constateerde hij tijdens zijn maandenlange onderzoek in Amsterdam dat Nederlanders zich doorgaans drukker maken over het recht op privacy dan over de misstanden in de prostitutie.
‘Ik vel geen oordeel over een land op basis van het feit dat prostitutie er legaal is. Persoonlijk denk ik dat prostitutie altijd uitbuiting is en vaak gewelddadig, maar het is niet altijd slavernij. Ik maak onderscheid tussen legaal en legitiem. Je hebt voorstanders die zeggen: we moeten prostitutie decriminaliseren en legaliseren. Dan vraag ik me af of ze er dan ook geen probleem mee hebben als hun eigen dochter een man oraal moet bevredigen voor vijftig euro. Of dat ze iemand in dienst zouden nemen die op haar cv heeft staan dat ze tien jaar als prostituee heeft gewerkt. Het blijft hoe dan ook hypocriet. Achter de ramen en in de legale clubs is alles nog redelijk onder controle. Maar de echte slachtoffers bevinden zich in de ondergrondse clubs en vooral in de escortservice. Er is een Nederlandse studie waaruit blijkt dat een pooier in Amsterdam 250.000 euro per jaar kan verdienen aan een meisje. Eén meisje! Dat is veel geld. De Nederlandse politie is weliswaar minder corrupt dan in Moldavië, maar met zoveel geld in je zak kun je ook hier je business goed beschermen.’

Slaafvrij
Hoewel zijn boek daar weinig aanleiding toe lijkt te geven, is Skinner gezegend met kenmerkend Amerikaans optimisme over de toekomst. Volgens hem zou de wereld binnen een generatie slaafvrij kunnen zijn.
‘Maar dan moet iedereen zijn verantwoordelijkheid nemen. Zolang consumenten alleen maar geïnteresseerd zijn in hoeveel ze betalen, zullen bedrijven zo goedkoop mogelijk blijven produceren. Als een bedrijf geen druk voelt van de consument verandert er zeker niets. Verder kan iedereen de organisaties steunen die slachtoffers van mensenhandel helpen. Gemiddeld kost het 400 dollar om een slaaf te bevrijden en hem te helpen zichzelf op te werken tot het gemiddelde armoedeniveau van twee dollar per dag. Als je dat vermenigvuldigt met het aantal slaven wereldwijd, kost dat grofweg tien, elf miljard dollar. Dat klinkt als veel geld, totdat je bedenkt dat we alleen al in Amerika datzelfde bedrag jaarlijks uitgeven aan Valentijnsdag.‘

E. Benjamin Skinner: Mensenhandel op klaarlichte dag (oorspr.: A Crime So Monstrous, vertaling Gerda Baardman, Lidwien Diekmann en Kitty Pouwels, uitgeverij Cossee)