Een blik in de juryhoofden

Katja de Bruin ,

Maandag 9 mei a.s. wordt de winnaar van de Libris Literatuur Prijs 2011 bekendgemaakt. Zes schrijvers zijn genomineerd, onder wie twee columnisten van de VPRO Gids. Yves Petry gaat winnen.

Het moet een verschrikkelijke ochtend zijn geweest voor de twaalf schrijvers op de Libris Longlist die dit jaar de shortlist niet haalden. De wekker zetten en dan maar wachten totdat Tonko Dop aanbelt. Die dan vervolgens niet komt. Het overkwam dit jaar onder meer moeder en dochter Margriet en Marente de Moor, Hans Münsterman en Leo Pleysier.
Dop toog wel naar Adriaan van Dis, die de brenger van het goede nieuws begroette met de woorden: ‘Als ik jou zie, denk ik gelijk aan champagne.’ Er lag een fles koud, voor het geval zijn Tikkop inderdaad tot de zes uitverkorenen zou behoren. Ook leuk was de reactie van de man van Esther Gerritsen die de deur opengooide en uitriep: ‘Waar bleven jullie nou?!’ Gerbrand Bakker gaf ronduit toe dat dit gewoon een verschrikkelijke ochtend was. Peter Buwalda schrok nogal van het vroege tijdstip. Yves Petry had amper een oog dichtgedaan en Grunberg- uitgever Vic van de Reijt reageerde droogjes met: ‘Is het weer zover?’, waarna hij zijn sterauteur, die in Zuid-Afrika was, even belde om hem te feliciteren met zijn zoveelste nominatie voor een grote literaire prijs.

Laf compromis
Het is een mooie lijst dit jaar, waarop zes echte romans prijken. Vorig jaar passeerde de jury nog de schitterende boeken van Mensje van Keulen, Peter Terrin en Tom Lanoye ten faveure van dark horse Bernard Dewulf, die poëtische mijmeringen over het vaderschap bundelde in Kleine dagen. Een merkwaardige bekroning, die een laf compromis deed vermoeden van een jury die het simpelweg niet eens kon worden. Met de bekroning van Dewulf laaide ook de aloude discussie op over de flinterdunne scheidslijn tussen fictie en non-fictie. Ooit werd de Libris immers gemodelleerd naar de Britse Booker Prize, die exclusief voor fictie is bedoeld. Over de zes boeken op de lijst van dit jaar bestaat in dit opzicht geen twijfel, al lijkt de sympathieke, gedistingeerde Mulder uit Tikkop natuurlijk verdacht veel op zijn schepper en heeft Bakker overduidelijk een paar maanden in een huisje in Wales doorgebracht voor De omweg.

Kale stijl
Hoewel Gerbrand Bakker best een sfeervol verhaal schreef over een vrouw die om onduidelijke redenen Nederland ontvlucht en zich vestigt in een afgelegen cottage in Wales, irriteert zijn veelgeroemde kale stijl ook. Zeker omdat er wel erg weinig wordt prijsgegeven over deze mysterieuze Agnes. Met andere details is Bakker wel weer scheutig: van elke sigaret die ze opsteekt, genieten we mee en als ze boterhammen smeert, weten we ook gelijk wat ze erop doet: ‘Op de ene snee smeerde ze blackcurrant-jam, de andere belegde ze met kaas.’
Zo kaal als Bakker schrijft, zo rijk is Bonita Avenue van Peter Buwalda, die bewijst dat het soms verstandig is te wachten met debuteren totdat je werkelijk een verhaal te vertellen hebt. Zijn roman van negentiende-eeuwse omvang en allure is een heerlijk klassiek familiedrama waarin je je helemaal kunt verliezen. Een spannend, knap geconstrueerd verhaal over geheimen, leugens en bedrog. Buwalda is een liefhebber van schrijvers als John Updike en Richard Yates, maar ook van Jonathan Franzen. Dat is af te lezen aan Bonita Avenue; een roman zoals ze in Nederland helaas veel te weinig verschijnen.
Tikkop van Adriaan van Dis is met een krappe 200 pagina’s een stuk bescheidener van omvang. Toch weet Van Dis weer veel van zijn vertrouwde thema’s aan te snijden. De Mulder met wie we in De wandelaar de straten van Parijs verkenden, leert ons nu het ware Zuid-Afrika kennen. Dan weer weemoedig, dan weer laconiek blikt Mulder terug op zijn verleden als anti-apartheidsactivist, terwijl hij intussen probeert een reddende engel te zijn voor de verslaafde tikkop die zijn pad kruist. In de luisterboekversie krijg je er dat wonderschone Zuid-Afrikaans bij cadeau.

Penisloos
De meningen over Superduif van VPRO Gidscolumnist Esther Gerritsen waren extreem verdeeld. Arie Storm kende in Het Parool geen genade, Marja Pruis noemde het in De Groene een van de beste Nederlandse romans die ze het afgelopen jaar las en NRC’s Elsbeth Etty vond het wel een knap boek, maar moest wel opmerken dat Esther Gerritsen niet bekend staat om haar humor. Een onbegrijpelijke kanttekening voor wie juist wel voortdurend moest lachen om de komisch-pijnlijke situaties in dit wonderlijke verhaal over Bonnie die kan transformeren in een grote, lelijke duif. Of denkt dat ze dat kan. Misschien vergt Gerritsens toon een bepaald soort inlevingsvermogen. Gelukkig was er in elk geval één Libris-jurylid dat daarover beschikte.
Hoewel grootheden nogal eens gepasseerd worden voor shortlists, is dat niet iets wat Arnon Grunberg (óók VPRO Gids-columnist) snel zal overkomen. Grunberg is buitencategorie, een schrijver die met andere maten wordt gemeten dan de rest. Huid en haar is een dieptreurig boek waarom veel te lachen valt (‘Roland staat voor de boekenkast. “Veel genocide,” zegt hij op onmiskenbaar vreugdevolle toon’) en dat je alleen maar met ontzag kunt lezen. Sommige scènes zijn zo pijnlijk dat je ze het liefst zou overslaan. Grunberg excelleert in het beschrijven van vreugdeloze seks. Ook in dialogen is hij trouwens goed. En in het achteloos rondstrooien van aforismen.
Met Yves Petry, die met zijn vijfde roman De maagd Marino genomineerd is, lijkt net zo’n alleskunner opgestaan. Petry liet zich inspireren door een bizarre Duitse moordzaak uit 2001 waarin de ene man het geslachtsdeel van de ander afsneed waarna ze het braadden en samen opaten. Na de maaltijd werd de penisloze man volgens afspraak vermoord. Gelukkig is seksueel kannibalisme, hoe interessant wellicht ook, niet het thema van deze prikkelende roman, die ook nog eens in een puntgave stijl is geschreven. Op de ene pagina bedrijft Petry zuivere essayistiek, een paar alinea’s verderop grinnik je om een droge constatering, om vervolgens ook nog eens ontroerd te worden door de uitzichtloze eenzaamheid van zijn hoofdpersonen.

Conclusie
Een blik in de juryhoofden brengt ons tot de volgende conclusie: het boek van Bakker is te mager, dat van Van Dis te weinig opzienbarend, dat van Gerritsen te smaakgevoelig. Grunberg valt af wegens te voorspelbaar. Blijven over Buwalda en Petry. Het boek van Petry is gedurfder en veelzijdiger, dat van Buwalda toegankelijker. Vorig jaar won er ook al een Belg. Dat spreekt voor Buwalda. Maar Petry verdient zijn doorbraak, terwijl Buwalda net komt kijken en bovendien al veel publiciteit heeft gehad. Die 50.000 euro kunnen ze alletwee wel gebruiken. Kijkend naar de samenstelling van de jury, onder voorzitterschap van Philip Freriks, gokken we toch op Petry. En als we dan gelijk een aanbeveling mogen doen aan uitgevers, boekhandel en Librisorganisatie: bied voortaan bij het bekend maken van de shortlist schappelijk geprijsde pakketten van de genomineerde boeken aan, zodat gemotiveerd publiek mee kan lezen. Voor wie alles gelezen heeft, is die stijve uitreiking in de Spiegelzaal van het Amstelhotel ineens veel spannender.