Kluif van Eco

Katja de Bruin ,

Een nieuwe Umberto Eco betekent hard werken voor zijn vertalers, Yond Boeke en Patty Krone, maar ze vinden het ‘een verrukking, een heel mooi bouwwerk waarvan alle lijnen moeten kloppen.’

Yond Boeke heeft al een weekendje Milaan geboekt en een nieuwe jas gekocht, Patty Krone wacht nog even met geld uitgeven, maar dat er volgend jaar mei een aardig bedrag op de rekening van beider dames wordt bijgeschreven, staat nu al vast. Boeke (55) en Krone (64) zijn de vertalers van De begraafplaats van Praag, de nieuwe roman van Umberto Eco, die overal uitbundig geprezen wordt. Vrij Nederland noemt het boek briljant, NRC Handelsblad houdt het op verbluffend en de Volkskrant vindt De begraafplaats van Praag zelfs nog beter dan de nieuwe Kluun en geeft het vijf sterren.
Deze week toert de 79-jarige schrijver door ons land; een eer die lang niet alle landen waar hij vertaald wordt te beurt valt. In oktober verscheen het boek in Italië, waar het een geweldig succes is. Veel lezers zien in de even speelse als complexe negentiende eeuwse roman van de grootmeester verwijzingen naar het Berlusconi-tijdperk, wat het leesplezier alleen maar vergroot. Krone en Boeke zijn al jaren Eco’s vaste vertalers. Het begon met De slinger van Foucault, de opvolger van het destijds immens succesvolle De naam van de roos. Toen De slinger in 1988 verscheen werden de dames zelfs live op televisie geïnterviewd, zo’n sensatie bracht het verschijnen van een nieuwe Eco teweeg.

Moordend tempo
‘Eens in de zes jaar krijgen we een telefoontje: er is er weer een,’ vertelt Patty Krone, ‘dan laat je alles waar je mee bezig was uit je handen vallen en ga je aan de slag.’
De Nederlandse uitgever wil een nieuwe Eco zo snel mogelijk in de winkel hebben, dus moet er in moordend tempo vertaald worden. ‘Ik heb de hele zomer, 65 dagen achter elkaar tien uur per dag gewerkt, inclusief de zaterdag en de zondag,’ zegt Krone. Dat hoort erbij. Gewoon blijven zitten en stug doorgaan.
‘Je kunt er wel heroïsch over doen, maar ik doe liever heroïsch over de boeken die wij vertalen die niemand leest,’ aldus Krone.
Ze kennen de schrijver goed, zelfs zo goed dat ze een koosnaampje voor hem hebben dat we hier niet mogen onthullen. Eco’s vertrouwen in zijn vertalers is dermate groot dat hij wacht met het publiceren van de Italiaanse versie totdat een aantal van zijn vaste vertalers de tekst gelezen heeft. ‘Hij schrijft veel en snel en slordig dus we betrappen hem nog wel eens op fouten of inconsistenties. Die verbetert hij dan,’ zegt Boeke. ‘Hij kan zich ontzettend goed inleven in vertalers, hij begrijpt wat wij doen. Dat komt niet vaak voor. Ik hoor wel van collega’s dat ze geregeld te maken hebben met zure schrijvers. Als je iets vindt wat niet klopt en de schrijver ziet dat als kritiek, heb je een probleem. Dan kan er een nare sfeer ontstaan.’
Ooit, toen ze jong en onervaren waren en nog vertaalden met behulp van schriftjes en een elektrische typemachine, zochten ze hem op in Milaan.
De slinger van Foucault was een ontzettend complex boek,’ vertelt Boeke, ‘en je had nog geen internet. Dus hadden we waslijsten met vragen. Sommige dingen moesten we aan een native speaker vragen, andere dingen moesten we opzoeken in de bibliotheek. Dat was zo tijdrovend dat de uitgeverij toen een assistent heeft ingehuurd die elke middag naar de Universiteitsbibliotheek fietste. Maar er bleven toch nog vragen over die we echt aan hemzelf moesten stellen. Dus toen we een weekend in Milaan waren hebben we hem met knikkende knieën opgebeld, op een zondag om een uur of twaalf.We kregen zijn vrouw aan de lijn die zei dat het niet schikte. Volgens mij lag hij gewoon nog in bed, dus hebben we twee uur later weer gebeld. Toen zei hij gelijk: kom maar langs. Uiteindelijk hebben we een heel genoeglijke middag beleefd, met veel witte wijn. Hij heeft ons alles uitgelegd wat we niet begrepen, zelfs dingen zitten uittekenen.’

Puzzelen
Een vertaling moet helemaal kloppen, daar zijn ze heel strikt in. ‘Als een lezer iets leest wat niet klopt dan zakt de bodem onder je vertaling weg,’ vindt Krone.
Boeke: ‘Als je in een Engels boek leest: Henk liep op het Rokin en toen sloeg hij linksaf de Ferdinand Bolstraat in, dan denk je toch ook: sorry jongens, ik ga iets anders lezen. Dat is dodelijk voor je leeservaring.’ Dus zoeken ze alles uit.
Krone: ‘Je kunt denken: ik hou niet zo van Dan Brown-achtige boeken. Ik weet niet of ik dit boek zelf zou kopen, maar daar gaat het niet om. Als vertaler is dit een verrukking. Het is een heel mooi bouwwerk waarvan alle lijnen moeten kloppen. Een lekkere vette kluif, waar je als vertaler goed je tanden in kan zetten.’
Boeke: ‘Eco vertalen is leuk en bevredigend. Puzzelen met taal, research doen. Hij schrijft over een kleine joodse begraafplaats in Parijs waar vroeger een slagerij was. Daar vond ik na lang zoeken een foto van, dan is mijn dag helemaal goed. Maar als vertalers hebben we wel voor veel hetere vuren gestaan. Schrijvers als Verga en Bajani zijn qua taal en stijl veel moeilijker dan Eco.’
Krone: ‘De plot is moeilijk, maar de taal niet. Eco is niet, hoe zal ik het voorzichtig zeggen, een hele sierlijke literator. Hij heeft een vlotte pen, het is lekker om te lezen, maar hij is geen Verga of Manzoni waar wij zo dol op zijn. Eco is gewoon een heel goede verhalenverteller.’

Boeken >> Zondag, Nederland 1, 11.20-12.00 uur
De Avonden >> Maandag, radio 6, 21.25-22.00 uur