Paniek in de letteren

Bieke Liefting ,

Er gaat geen dag voorbij of er wordt op tv, op de radio, in de krant en op Internet gesproken en geschreven over de geplande cultuurbezuinigingen. Vanzelfsprekend zullen ook de letteren hierdoor worden getroffen: in de toekomst zal er naar alle waarschijnlijkheid worden gekort op literaire tijdschriften en auteursbeurzen. Volgens sceptici zou dit weleens de genadeklap kunnen betekenen voor de volgens hen toch al jaren ploeterende Nederlandse literatuur. Maar gaat het werkelijk zo slecht met het boek en de literatuur? Wat zijn de argumenten van deze sceptici, en wat ervan is waar?

Allereerst is het nodig om het onderwerp van discussie op te helderen. Niet iedereen die vreest voor de toekomst van de literatuur heeft het namelijk over dezelfde bedreigingen. In grote lijnen kunnen er drie discussiepunten worden onderscheiden. Ten eerste is er de angst voor het verdwijnen van de fysieke boekwinkel, ten tweede wordt er gevreesd voor de teloorgang van het papieren boek en het derde en laatste discussiepunt hangt samen met de vrees voor ontlezing van de samenleving.

Angst voor het verdwijnen van de boekhandel
Steeds meer Nederlanders bestellen hun boeken via internetboekwinkels als Amazon en Bol.com. Dat is begrijpelijk: de lezer kan op deze manier vanuit zijn luie stoel op zoek naar het boek van zijn wens en vindt vanwege het zeer grote assortiment bovendien vrijwel altijd waarnaar hij op zoek is. Offline boekhandels zien deze ontwikkeling met lede ogen aan. Zij worden door afnemende inkomsten steeds vaker gedwongen om personeel te ontslaan of zelfs hun deuren te sluiten. Onlangs gaf Ari Doeser, directeur van de Koninklijke Boekverkopersbond, in NRC aan dat de komende twee à drie jaar naar verwachting zo’n tien procent van de boekhandels dicht zal moeten. Selexyz, de grootste boekhandelsketen van Nederland, maakte enkele weken geleden al bekend een aantal van zijn vestingen te gaan verkleinen en 45 van de 425 arbeidsplaatsen in de winkels te schrappen.
Ook de economische crisis wordt aangehaald als reden voor de afnemende klantenaantallen in offline boekwinkels. Voor het eerst sinds de jaren tachtig, toen er ook sprake was van een economische crisis, daalde de omzet van Nederlandse boekhandels. Er zijn echter ook aanwijzingen dat de crisis niet de directe aanleiding vormt voor deze krimp. In NRC vertelt Bol.com-directeur Daniël Ropers dat zijn organisatie het afgelopen jaar met meer dan tien procent groeide, terwijl de totale boekenverkoop slonk. Dat wijst erop dat de klant niet minder boeken koopt, maar zijn koopgedrag langzaam maar zeker aanpast aan de wereld om zich heen die in steeds grotere mate digitaal wordt.
Vaak wordt er kritiek geleverd op het beperkte aanbod in de boekhandel, waar bestsellers van auteurs als Stieg Larson, Kluun en Khaled Hosseini metershoog liggen opgestapeld maar voor minder bekend werk geen ruimte is. Dit ligt niet aan de uitgeverijen: in 2010 werden er in Nederland maar liefst 17.500 nieuwe titels op de markt gebracht. De boekhandelaar staat hierdoor steeds opnieuw voor de uitdaging om uit dit enorme aanbod te kiezen. Het maken van veilige keuzes ligt dan voor de hand.
Ook de Wet op de vaste boekenprijs speelt deze veilige keuzes in de hand. Volgens deze wet mag er niet geconcurreerd worden met de prijs van een Nederlandstalig boek: ieder verkooppunt moet de prijs hanteren die door de uitgeverij is vastgesteld. In combinatie met lagere productiekosten dankzij technische ontwikkelingen leidt deze wet ertoe dat een boek winstgevend wordt wanneer er meer dan 500 tot 1000 exemplaren worden verkocht. Bestsellers leveren dus hoge winsten op, zowel voor de uitgever als voor de boekhandel. Omdat ook met de prijs van een bestseller niet geconcurreerd mag worden, heeft de boekhandel baat bij een veilige inkoop van (potentiële) bestsellers.

Angst voor het verdwijnen van het papieren boek
De verdwijning van de boekhandel kan niet los worden gezien van (de angst voor) het verdwijnen van het papieren boek. In 1999 publiceerde Leo De Haes, uitgever bij het Vlaamse Houtekiet, in De Brakke Hond een essay over de toekomst van het boek in het digitale tijdperk. Hij vraagt zich af of er tien jaar later – in 2009 dus - nog steeds boeken uitgegeven zullen worden. Met name het e-book, dat zich in 1999 nog in de prototypefase bevindt, ziet hij als toekomstige concurrent van het papieren boek. De Haes voorspelt in zijn betoog dat de opkomst van het e-book zal leiden tot ‘tandengeknars’ in de boekensector. “Het geschreeuw om stervensbegeleiding van boekhandels zal feller klinken dan ooit, tenzij voor die boekhandelaren die zich snel omscholen tot E-bookverkopers,” aldus de uitgever.
Inmiddels is het 2011. Er zijn elf jaren verstreken sinds De Haes zijn essay schreef. Het e-book heeft zich misschien niet zo snel ontwikkeld als de makers ervan hadden gehoopt, maar toch meldt het Centraal Boekhuis een verkoop van ruim 350.000 exemplaren in Nederland in 2010; een verkoopstijging van maar liefst 320 procent ten opzichte van 2009. In diezelfde periode daalde de verkoop van papieren boeken met 3,5 procent. Er zijn echter nog maar weinig initiatieven van de grond gekomen om de verkoop van e-books vanuit offline boekwinkels te promoten. Sinds kort biedt de organisatie Bronboek een systeem aan waarmee klanten in de boekwinkel een e-book kunnen kopen die vervolgens naar hun emailadres wordt verzonden. Voorlopig blijft het echter onmogelijk om in de winkel een e-book te kopen die direct op de ereader van de klant wordt gezet.

Angst voor ontlezing
Sinds jaar en dag uiten sceptici hun vrees over de ‘ontlezing’ van Nederland. Nederlanders zouden steeds minder gaan lezen, wat tot een teloorgang van de boekenbranche zou leiden. Is er werkelijk sprake van ontlezing?
Uit enkele onderzoeken naar de vrijetijdsbesteding van Nederlanders blijkt dat zij inderdaad steeds minder zijn gaan lezen. In leesonderzoeken staat lezen echter vaak gelijk aan boeken, wat een vertekend beeld oplevert. De afgelopen jaren hebben nieuwe media immers steeds meer de functie van boeken als informatieoverdragers overgenomen. We lezen steeds meer vanaf beeldschermen; op computers, telefoons, laptops, tablets en e-readers.
Leo De Haen brengt in zijn artikel in De brakke hond zijn mening over het fenomeen ‘ontlezing’ naar voren: “Een boek is een vervoermiddel voor ideeën, emoties, dromen, mythen, zelfbeelden en onze nooit te stuiten drift om via verhalen inhoud en vorm te geven aan ons en andermans leven. Het boek heeft met andere vervoermiddelen gemeen dat sommige verdwijnen, veranderen of louter als folklore overleven – zoals de vélocipède of de telex. Mocht het boek in zijn huidige vorm ophouden te bestaan, dan is dat even betreurenswaardig als de verdwijning van het kleitablet. Grof gezegd: hoe een tekst getransporteerd wordt, is bijzaak.”
De opvatting van De Haen stuit uitgeverijen en boekhandelaren wellicht tegen de borst, maar zijn mening wordt door meer mensen gedeeld. Zo belichtte The Economist vorige jaar in een artikel met als titel E-publish or Perish de positieve kanten van de digitalisering binnen de boekenbranche. Zo wordt aangegeven dat de digitale revolutie zou kunnen leiden tot een ‘golden age of reading’ waarin steeds meer mensen aan digitale teksten worden blootgesteld. Ook nieuwe technologieën als printing on demand, dat kleine oplages makkelijker en goedkoper mogelijk maakt, leiden tot positieve resultaten. Bovendien verloopt de overgang van papieren boeken naar e-reading langzaam, zodat uitgeverijen en boekhandels ruim de tijd hebben om zich aan te passen aan de ontwikkelingen.

Zijn er oplossingen?
De boekenbranche heeft het moeilijk, al blijkt niet iedere angst gegrond te zijn. De verkoop in boekwinkels neemt af, maar de online verkoop neemt juist toe. Het e-book kan een nieuwe groep lezers genereren en is om die reden veelbelovend, maar zorgt er tegelijkertijd voor dat de verkoop van papieren boeken afneemt. Dat geldt ook voor nieuwe technologieën als printing on demand. Nederlanders lezen minder teksten op papier, maar meer op beeldschermen.
Het ziet ernaar uit dat de veranderingen binnen de boekenbranche onomkeerbaar in gang zijn gezet. Nu is het aan de branche om zich aan te passen aan deze ontwikkelingen. The Independent beschrijft hoe de Britse keten Waterstone’s zich door de huidige moeilijke tijden probeert te slaan door terug te keren naar het concept waarmee het ooit, in de jaren tachtig, van start ging: medewerkers met verstand van zaken, klantvriendelijke winkels, de uitstraling van lokale, onafhankelijke boekwinkels met de voordelen van een keten.
Ook in een hoofdredactioneel commentaar van NRC met als titel Het einde van het boek? wordt de vraag gesteld hoe het verder moet met de boekensector. Als antwoord hierop wordt gegeven dat het boekenvak verlamd lijkt te zijn. In plaats van met angst en beven wachten op de totale overname van de boekenverkoop door webwinkels, zouden boekenverkopers moeten definiëren wat zij te bieden hebben en daar volledig op moeten inzetten. Boekhandelketens zouden apps moeten maken en zich laten zien op Facebook en Twitter, om zo aan een groot publiek duidelijk te maken waarom het de moeite waard is een boekwinkel te bezoeken.
Oplossingen voor de problemen in de boekenbranche zijn niet eenvoudig, maar om de huidige boekenwereld in stand te houden zal men snel met een oplossing moeten komen. De vraag is wat er gebeurt wanneer die boekenwereld niet overeind kan blijven staan. Zal de online boekenindustrie het stokje overnemen en zal er een vergelijkbare literaire industrie ontstaan? De tijd zal het leren…