Wunderkind

Tjitske Mussche ,

Dwarsheid, eruditie, klankgebruik en humor. De jonge Duits-Amerikaanse Ann Cotten heeft het allemaal, zegt vertaler Erik de Smedt.

Op het internetforum dat Erik de Smedt een paar jaar geleden oprichtte over schrijver Konrad Bayer, vertegenwoordiger van de na-oorlogse avant-gardebeweging Wiener Gruppe, wordt bijna nooit wat gepost. ‘Dus keek ik op van het bericht over een Konrad Bayer-avond van enkele jonge schrijfsters in Berlijn’, vertelt De Smedt. Een van hen was Ann Cotten, die net van Wenen naar Berlijn was verhuisd. De Smedt: ‘Ze had het durvende, respectloos radicale van de Wiener Gruppe meegenomen. Zoiets nieuws had ik lang niet meer gelezen.’
Ann Cotten debuteert in 2007, 25 jaar jong, bij Suhrkamp Verlag met Fremdwörterbuchsonette, een bundel sonnetten en kleine pentekeningen rond lukraak geselecteerde woorden uit het ‘Vreemdewoordenboek’. Haar naam als ‘wonderkind van de moderne Duitse poëzie’ is direct gevestigd; critici prijzen unaniem haar dwarsheid, eruditie, klankgebruik en humor.
De Smedt: ‘Ze is niet voor één gat te vangen, dat fascineert me. Door hedendaagse dichters wordt toch vaak naar stilistische eenheid en consistente gedachten gestreefd, terwijl Cotten juist de wisselvalligheid van het denken laat zien en zichzelf dur_ tegen te spreken. Ze verwringt zinnen tot ze iets anders zeggen dan wat de regels van de zinsbouw toelaten. Maar als je over de verbazing of zelfs ergernis daarover heen bent, merk je hoe bevrijdend het is en hoeveel ‘echte’, complexe waarneming van de wereld er opengaat.’
Na Cottens debuut verschenen er nog twee bundels, waarvan één in het Engels (Cotten woonde tot haar vijfde in de Verenigde Staten), een aantal essays over literatuurtheorie en een internetproject, glossarattrappen.de. Nu is er voor het eerst een Nederlandse vertaling in boekvorm, prachtig bibliofiel uitgegeven bij de kleine Vlaamse uitgeverij Zegwerk. De Smedt maakte een selectie uit al het werk van Cotten. De Smedt: ‘Ik geloof dat ik als poëzievertaler zelden zo precies over woordbetekenissen, zinsbouw en klank met een auteur heb gecorrespondeerd. Ze weet bijzonder goed waar ze mee bezig is.’
Eén van De Smedt’s favorieten is het gedicht ‘lets see if we can get clear about the swans’: ‘Alle zwanen heten Reinhard. Nee niet echt, ’k weet/ dat ze er maar zo uitzien, als. Als zien. Dus ware/------- biep ------- broodkruimels en ze zijn slechts/ wat ze zouden denken (neeneenee.)’ De Smedt: ‘Die betrappende manier van schrijven, de taal die haast smelt en ongrammaticaal wordt, de magie van klank en ritme, het botsen. Eigenlijk is dat precies wat haar werk vaak doet: verrukkelijk mooi klinken en keihard botsen.’

Ann Cotten - Alle zwanen heten Reinhard en andere gedichten (Uitgeverij Zegwerk, vertaling Erik de Smedt).

Ann Cotten – zaterdag, 20.00 uur, Grote Zaal
Masterclass poëzie lezen door Ann Cotten - zondag, 11.30 uur, Grote Zaal