Boekjaar 2011

Wat is het beste boek dat u dit jaar heeft gelezen en welk boek stelde het meest teleur? Negen schrijvers gaven antwoord op die vraag.

Peter Buwalda (Bonita Avenue, De Bezige Bij 2010)
‘Begin dit jaar zag ik een stel Woody Allen-films en dus pakte ik Hedonia van Kees van Kooten uit de kast. Wat een ontdekking. Van Kootens kleine roman uit 1984 bleek niet om te lachen, niet voor de lichte toets, maar wel een van de best geschreven boeken die ik in tijden las. Ontroerend, virtuoos, gedurfd, opvallend hard ook. Had hij de Tegenpartij niet opgericht, dan zou je haast denken dat er aan Kees van Kooten een romancier verloren is gegaan. De roman die me in 2011 het meest tegenviel was Dat weet je niet van de Deen Jens Christian Grøndahl. Eerder las ik Lucca, en dat was me goed bevallen; ik had verwachtingen. Maar helaas vond ik zijn nieuwe boek een weeë, inspiratieloze toestand. Alsof hij eigenlijk geen idee had en daar toch een boek over heeft geschreven. Hopelijk revancheert hij zich de volgende keer.’

Maartje Wortel (Half mens, Bezige Bij 2011)
‘Eigenlijk lees ik bijna alleen maar fictie, toch vind ik het beste boek van 2011 een verzameling columns. Een goed boek moet troost bieden, vind ik. Je moet als lezer het gevoel krijgen er niet alleen voor te staan, en ondertussen moet er iets wringen. Je moet een andere kijk op de werkelijkheid krijgen, uit je comfortzone gehaald worden, er iets van leren en denken: verdomd, zo had ik het nog niet gezien. Daarom vind ik Ons soort mensen van Marjolijn Februari het beste boek van het jaar. Ongelooflijk scherp, helder, intelligent en geestig. De grootste teleurstelling van 2011 was het boek Twee meisjes van Perihan Magden. Dat vond ik heel erg slecht. Het is mijn eigen schuld; uit vals sentiment had ik er te veel van verwacht. Het boek gaat over verliefde meisjes in Turkije en ik was zelf ooit verliefd in Turkije. De verkeerde reden om een boek te gaan lezen, zo bleek wel. De stijl was verschrikkelijk.’

Jan van Mersbergen (Naar de overkant van de nacht, Cossee 2011)
De ruwe weg (Lean on Pete) van Willy Vlautin is een schitterend boek over een jongen en een renpaard. Mijn nieuwe stelregel: Amerikaanse boeken met een paard op de cover altijd kopen. Mooiste passage: de vader van de jongen moet naar het ziekenhuis en een agent vraagt hem of er iemand bij hem kan zijn die nacht. De jongen zegt: ‘Mijn oom komt straks.’ De agent en de lezer weten dat het een leugen is. Het boek dat me teleurstelde was eigenlijk meer een miskoop. Vrijwel alles aan Kind van een vreemde van Alan Hollinghurst deed al het ergste vermoeden. Het groene doolhof op de cover, de achterflap die melding maakte van een “jonge, aristocratische dichter op een familielandgoed in 1913, een gedicht en een zestienjarig zusje”. Alles in me zei: niet kopen. Maar ik liet me verleiden door de Booker Prize nominatiesticker op het omslag. Ik las het tuttige en expliciete: “Wat is jouw favoriete gedicht? vroeg ze, en ze vreesde meteen dat ze er nog nooit van gehoord had.” Mijn intuïtie had gelijk.'

Aleid Truijens (Geluk kun je alleen schilderen. F.B. Hotz – Het leven, Arbeiderspers 2011)
‘De mooiste roman van 2011 was, veruit, Tonio van A.F.Th. van der Heijden. Hoe je ook over de grootste verschrikking kunt schrijven zonder in tranen te verdrinken. De mooiste gedichten las ik in Jorge Luis Borges’ Alle gedichten, die in de schitterende, glasheldere vertaling van Barber van de Pol en Maarten Steenmeijer geenszins een “moeilijke” dichter bleek. Het beste nonfictieboek las ik onlangs: No Satisfaction van Chris van Esterik. Hemelbestormende scholieren in de jaren zestig, in het bedaagde, benauwde Tiel. Tegenvallende boeken heb ik dit jaar, wegens tijdgebrek, snel terzijde gelegd.'

Yves Petry (De maagd Marino, Bezige Bij 2010)
‘Het beste boek dat ik gelezen heb is Je moet je leven veranderen van Peter Sloterdijk. In zijn opwindende stijl presenteert Sloterdijk een al even opwindend interpretatiekader waarin zelfdiscipline en zelfperfectionering van waarde, zin en allure worden voorzien. Geïllustreerd aan de hand van allerlei figuren uit de literatuur of filosofie (Kafka, Cioran). Met “waarde” is niets moraliserends bedoeld. Sloterdijk richt zich niet tot de zelfvoldane, reactionaire zak, maar alleen tot wie bereid is om ernstige persoonlijke inspanningen te doen. “Je moet je leven nog beginnen,” zo voelde het boek soms aan, alsof ik nog maar twintig jaar was. Het meest teleurstellende boek was HhhH van Laurent Binet. Niet echt slecht: degelijke middelmaat qua inhoud en stijl. Vervelend noch beklijvend. Spannend voor even, maar dat ben je zo weer vergeten. De verwachtingen die de laaiende perscitaten op de achterflap wekken, worden door het boek helemaal niet waargemaakt. Uiteindelijk voelde ik me bekocht.’

Anne Vegter (Eiland, berg, gletsjer, Querido 2011)
‘Mijn beste leeservaring duurde dit jaar precies 50 minuten. In januari verscheen Wij doden Stella. Uit 1986, uit Oostenrijk, uit de koker van Marlen Haushofer, in een fijnzinnige vertaling van Ria van Hengel. Het boekje laat zich in een tergende ruk uitlezen, de novelle vult ongeveer 70 kleine bladzijden en dat is genoeg. Langer moet de zelfkwelling niet duren van de blozende Stella en haar koele vertelster, beiden verstrikt in een duister verlangen, vol precieze projecties. Een hartverscheurende minitragedie. De man en zijn lichaam. Interviews door Sanders en Boomsma trof ik bij De Slegte. Ik wilde voor mijn werk eens weten hoe de heren over het mannenlichaam dachten. Ik heb het geweten. Het boek opent met een essay van Willem Jan Otten waarin duiding wordt gegeven aan schaamte en naaktheid als oerposities. Maar daarna gaat het mis. In drieëntwintig interviews verlaten minstens twintig heren zich in geestloze verhalen op het eigen lichaam. Ronkende ijdelheid troef.’

Peter Delpeut (Pleidooi voor het treuzelen, Augustus 2011)
‘Ik ben een product van de Mammoetwet. Grieks en Latijn kwamen in mijn scholing niet voor, evenmin het lezen van klassieke tragedies. Gelukkig zijn boeken geduldig. De ervaring leert dat ze zich aandienen als de tijd daar is, al moesten de tragedies van Sofokles, Euripides en Seneca wel erg lang wachten. Waarschijnlijk omdat ik dacht ze via allerlei be werkingen (van opera tot Freud) wel te kennen. Nee dus. Ze zijn veel beter dan hun bewerkingen. Ik las ze in 2011 zoals vroeger Arendsoog of de Kameleon-reeks, de opwinding van jongensboeken. Verpletterend was Oidipous (430 v. Chr.) van Sofokles, in de aangenaam directe vertaling van Gerard Koolschijn. Piet Gerbrandy noemt in zijn nawoord Oidipous treffend de detective van zijn eigen misdaad. De rauwe, vertwijfelde zoektocht naar de waarheid van zijn noodlot is hartverscheurend. Op aanraden van NRC las ik De wereldverzamelaar (2008) van Ilija Trojanow over oriëntalist Richard Burton. Prachtig onderwerp, maar de literaire spelletjes van de romanschrijver houden Burtons tragiek en dilemma’s op afstand. Teleurstellend.’

Stefan Brijs (Post voor mevrouw Bromley, Atlas 2011)
‘Julian Barnes’.Alsof het voorbij is is een subtiele roman over het bedrog van de herinnering, die alleen geschreven kon worden door een meesterschrijver die zelf de leeftijd heeft bereikt waarop het terugkijken is begonnen. Dit is schrijven op de millimeter, diamantslijperij op het hoogste niveau. Barnes is terecht eindelijk bekroond met de Man Booker Prize. Dit jaar heb ik geen tijd gehad om ook slechte boeken te lezen, maar ik ben wel eindelijk toegekomen aan een klassiek werk, dat al lang op mijn lijstje stond. The Great Gatsby van F. Scott Fitzgerald sloeg me met verstomming. Bijna negentig jaar oud is.deze superieure roman over the roaring twenties, maar hij is nog steeds brandend actueel, misschien zelfs meer dan ooit. Over hebzucht, overspel, rijkdom, uiterlijk vertoon, maar bovenal over verlangens die met geen geld ter wereld kunnen worden bevredigd. En met deze onvergetelijke slotzin: En zo varen we voort, schepen tegen de stroom op, onophoudelijk teruggevoerd naar het verleden.’

Karin Amatmoekrim (Het gym, Prometheus 2011)
‘Ik rondde in augustus mijn roman Het gym af. De eerste helft van het jaar las ik dus nauwelijks boeken, als het ware om niet besmet te raken. Maar toen ik klaar was, dook ik weer vol in de literatuur. Het boek dat me daarbij het meest raakte, was De aankondiging van Said El Haji. Waarschijnlijk omdat het zo’n ander soort boek is dan wat ik net had afgerond. El Haji’s hoofdpersoon is de grootvader van de profeet Mohammed. Het boek schildert een bedwelmend rijke wereld vol kleur en avontuur. Je kan je er echt in verliezen. Een absolute aanrader. Het boek dat dit jaar teleurstelde was De kaart en het gebied. Ik was al bepaald geen fan van Houellebecq, maar na de zoveelste jubelende recensie ben ik er toch aan begonnen. Helaas. Ik vind hem, ook na deze roman, een van de meest overgewaardeerde schrijvers van het moment.’