Vergeetachtig China

Tjitske Mussche ,

In de roman 'De vette jaren' schetst Chan Koonchung een weinig flatteus portret van het moderne China en zijn leiders. Het boek is in China verboden, maar een hit op internet.

In De vette jaren van de Chinese schrijver Chan Koonchung is het 2013 en zijn de gouden jaren van China in volle gang. Sinds in 2011 de dollar eenderde van zijn waarde verloor en wereldwijd de crisis losbrak, heeft China de wereld overgenomen. Iedereen is dolgelukkig. Ook Lao Chen, schrijver van bestsellers. Hij leidt een comfortabel leven in Gelukswijk nr. 2 in Peking, nippend aan een Lychee Latte van Starbucks, dat ook in Chinese handen is. Totdat hij een oude vlam, de dissidente Xiao Xi, tegen komt, die hem uit zijn droom helpt. Een tweede economische crisis in 2011, die ook China raakte, heeft tot zulke grote onlusten geleid dat gedurende een maand de noodtoestand werd uitgeroepen. Alleen, op miraculeuze wijze is die maand uit het collectieve geheugen van de Chinesen gewist. ‘Wat kies je: de goede hel of de valse hemel?’ vraagt Xiao Xi hem. Met een groepje gelijkgezinden gaan ze op onderzoek uit en ontvoeren een hoge partijfunctionaris om van hem te horen wat er precies gebeurd is. De uitkomst is schokkend en zegt niet alleen veel over hun leiders, maar ook over hun eigen mensen, het volk.

Die collectieve vergeetachtigheid is natuurlijk een metafoor, maar hoe dicht ligt het beeld dat u schetst bij de hedendaagse werkelijkheid in China?
‘Chinezen zijn best blij met de huidige status quo. Het is ook heel normaal dat mensen willen vergeten wat er gebeurd is, zodat ze door kunnen gaan. Maar in China mag je veel niet zeggen. Er is daardoor een groot gat tussen de generaties. Ouderen weten natuurlijk van gruwelijkheden als de bloedige protesten op het Tiananmen plein in 1989, maar willen er niet over praten, omdat ze de kinderen niet willen verwarren; het kan op school problemen veroorzaken. Omdat er op school en in de media niet over gepraat mag worden, krijgen jongeren een veel positiever beeld van de Partij. Intellectuelen hebben de verantwoordelijkheid om mensen aan de geschiedenis te herinneren.’

U bent in China bekend als televisieproducent, filmmaker en oprichter van een lifestyle-magazine. Niet als schrijver van kritische politieke boeken. Waarom wilde u deze roman schrijven?
‘Tien jaar geleden ben ik van Hongkong naar Peking verhuisd, omdat ik over het moderne China wilde schrijven. Ik schreef al artikelen in obscure tijdschriften, voor een kleine gemeenschap was ik wel bekend als politiek schrijver. Het idee voor deze roman ontstond in 2008, een bepalend jaar voor China. De Olympische Spelen vonden plaats, de grote coming out-party voor China, en de economische crisis brak uit. China lukte het om daar uit te komen en te overleven. Ik dacht: dat is een verhaal! Ik had een context. Ik wilde de wereld vertellen dat China verder is gekomen, terwijl het beeld bestaat dat we achter gebleven zijn. Maar ik wilde ook de contradicties laten zien. De roman is daarvoor een betere vorm dan een essay, omdat je verschillende stemmen kan laten horen. Die van dissidenten als Xiao Xi, maar ook die van de hoge partijfunctionaris. In het echt zul je zo iemand nooit horen vertellen over zijn perspectief op de werkelijkheid, in mijn roman krijgt ook hij een stem.’

Uw boek is in China verboden, maar toch wordt het veel gelezen. Hoe werkt dat?
‘Door het niet uit te brengen in China. Geen enkele Chinese uitgever durfde zich er aan te branden, en ik wilde kunnen schrijven wat ik wilde. Veel boeken in China zijn latent kritisch, maar spreken het niet helder uit omdat ze anders niet door de censuur komen. Ik heb er voor gekozen om niet in China te publiceren, wat natuurlijk een grote markt is, maar in Hongkong en Taiwan, omdat ik wilde kunnen zeggen wat ik moest zeggen. Het wisselgeld was totale vrijheid. Voordat het in China verboden werd, hebben redacteuren – die waarschijnlijk exemplaren uit Hongkong hadden – in belangrijke Chinese tijdschriften en kranten er over geschreven. In omfloerste termen, zonder de censuur te waarschuwen. Chinese kranten weten heel goed hoe dat moet. Toen heeft iemand het boek overgetypt en op internet gezet, binnen de Chinese firewall. Vervolgens werd het een hit onder jonge mensen, doordat een aantal populaire bloggers erover schreven. Die populariteit verraste me wel. Ik had nog nooit meegemaakt dat mensen naar me toekwamen om te zeggen dat ze mijn boek hadden gelezen, nu wel.’

Hoe verklaart u dat andere kritische Chinese kunstenaars, zoals bijvoorbeeld Ai Weiwei, huisarrest krijgen en u niet?
‘Misschien omdat het fictie is en zich in de toekomst afspeelt. Ik weet het niet, maar dat kan helpen. Of omdat ik het officieel alleen in Hongkong en Taiwan heb gepubliceerd. De internationale aandacht die er nu is, omdat het boek in twaalf talen vertaald is, kan potentieel gevaarlijk zijn. Maar ik kan niet voorspellen wat er morgen gebeurt. Je hebt er toch geen invloed op. Als de staat je wil veroordelen doet ze dat en dan zit je in problemen. Tot die tijd doe je wat de wet je toestaat te doen. Dat is de conditie waarin je leeft als je ervoor kiest in China te leven.’

De Avonden