Vuile handen

Tjitske Mussche ,

Etienne van Heerden is een van de belangrijkste schrijvers van Zuid- Afrika van dit moment. In de roman 30 nachten in Amsterdam laat hij een andere kant van de anti-apartheidsbeweging zien.

Deze week verschijnt de Nederlandse vertaling van de nieuwe roman van de Zuid- Afrikaan Etienne van Heerden (1954). Een interview met de schrijver over ‘kritische nostalgie’ en de onbekende broer van Vincent van Gogh.

Het is allemaal pais en vree in het leven van Henk de Melker, een museummedewerker in een dorp aan de Oostkaap, die gortdroge monografieën schrijft over onbekende mensen. Tot hij te horen krijgt dat zijn uit het oog verloren tante Zan is overleden en hem haar nalatenschap schenkt. Om die erfenis op te eisen, moet Henk zijn veilige haven verlaten en naar Amsterdam afreizen, waar tante Zan –een nogal excentrieke anti-apartheidsstrijdster – haar laatste jaren heeft gesleten. In de dertig nachten die hij daar doorbrengt ontrafelen zich familiegeheimen die zijn leven radicaal veranderen.

Er zijn twee vertellers in het boek, Henk de Melker en tante Zan. Door hun ogen lezen we twee bijna tegenstrijdige perspectieven op hun gezamenlijke familiegeschiedenis ten tijde van de apartheid. Hoe zijn deze personages ontstaan?
‘Ik stond in de huiskamer van ex-diplomaat Coen Stork in Amsterdam en keek uit over de Amstel. Toen brak die stem van Zan ineens door. In volle kracht, met haar doorwrochte syntaxis, erotische woede en excentrieke uitbarstingen. Ze kwam als een personage tot me. Ik kon haar bijna niet bijhouden toen ik haar schreef. Ik had vroeger ook een tante, Susan, zij was heel eigenzinnig, maar had een soort opgekropte spanning in haar. Ze sprak bijna nooit. Waarschijnlijk heb ik haar als kind goed bekeken en was deze roman onbewust een manier om die vreemde, zwijgende tante een stem te geven. Henk is het tegengestelde van Zan: afstandelijk, hij onderdrukt zijn gevoelens. Maar Amsterdam zuigt hem op en schudt hem door elkaar!’

Henk de Melker doet in Amsterdam onderzoek naar Cornelis van Gogh, een onbekende broer van Vincent van Gogh. Wat fascineert u aan deze broer?
‘Cornelis was een van de drie Van Goghbroers, de onbekende. Hij kwam naar Johannesburg aan het eind van de negentiende eeuw en vocht in de Boerenoorlog aan de kant van de Boeren. Hij stierf daar ook, volgens sommigen was het zelfmoord, en is in een anoniem graf begraven in een klein plaatsje in de Vrijstaat. Ik doe onderzoek naar hem, onder de titel ‘Die onmerkwaardige broer’. In 30 Nachten is een deel van zijn verhaal verteld, door Henk. Ik ben begonnen met het schrijven van zijn verhaal en deze roman toen ik een aantal maanden in het fantastische schrijvershuis aan het Spui in Amsterdam mocht verblijven.’

Tante Zan is lid van een bepaalde afdeling van de anti-apartheidsbeweging, de Sobukwe-cel, die de gruwelijkste slachtpartijen aanricht. Heeft deze afdeling echt bestaan?
‘Gruwelijkheden zijn natuurlijk onderdeel van elke strijd. Wie kan met schone handen weglopen van een Struggle zoals die in Zuid- Afrika? Maar de afdeling van dissidenten waar Zan deel van uitmaakt, gaat zijn boekje te buiten. Het is een extreme, ja gestoorde tak van de Struggle. Ze zijn politiek ongetraind, gebruiken het maken van Hollywoodfi lms in de Karoo als een dekmantel en rijden in een blitse Cadillac; ze zijn zeker niet de traditionele, “heilige” anti-apartheidsstrijders. Daarom sturen de leiders van de anti-apartheidsbeweging Zan (of “Xan” zoals ze zichzelf noemt, geïnspireerd door het Xhosa, de taal van een groot deel van de zwarte bevolking) ook naar Amsterdam. Ze willen van haar af. De Sobukwecel is een schande voor de beweging.’

Hoe werd er gereageerd op het beschrijven van deze minder fraaie kanten van de anti-apartheidsbeweging?
‘De roman is in Zuid-Afrika eerst gepubliceerd in het Afrikaans en toen in het Engels, en niemand is erover begonnen. Wij Zuid-Afrikanen zijn inmiddels “vuisvoos”: strijdmoe en afgestompt. Weinig dingen verrassen mensen nog in deze chaotische tijden.’

De complexe verhouding tot de Afrikaner identiteit is een thema dat vaker terugkomt in Zuid-Afrikaanse literatuur. In uw boek strijdt Tante Zan tegen apartheid, maar liefkoost ze tegelijkertijd het Afrikaans en het landschap. Zij spreekt in een eindeloze stroom woorden, een eigenzinnige taal met fl arden uit Afrikaner kinderliedjes, gedichten en verwijzingen naar de Karoo en typisch Afrikaner gerechten. Deze manier van spreken doet denken aan de roman Agaat van Marlene van Niekerk. Is hier sprake van een nieuwe tendens in de Afrikaanstalige literatuur?
‘Ik ben onderdeel van een generatie van Afrikaanstalige schrijvers (samen met Marlene van Niekerk, Ingrid Winterbach en Eben Venter) die de afgelopen jaren redelijk onafhankelijk van elkaar romans hebben gepubliceerd waarin de plek als herinnering een belangrijk thema is. In het verleden was de Zuid-Afrikaanse literatuur onder invloed van de “linguistic turn”, de postmoderne twijfel over de mogelijkheid om met taal de wereld te beschrijven. De nieuwe tendens is om literatuur als archief te zien, als een manier om te herinneren en oude gezegdes, idiomen en cultuur- historische referenties te bewaren. Zan’s taal, ik noem het Zanspeak, is een soort compost van verwijzingen.

Een manier van conserveren in tijden van verandering?
‘Ja, misschien. De roman als een museum. Maar, belangrijker, mijn roman gaat over wat ik “kritische nostalgie” noem. Hoe herinner je het goede in het kwade?’

> Vrijdag, Koninklijke Schouwburg

Etienne van Heerden 30 nachten in Amsterdam (oorspr. 30 nagte in Amsterdam, vertaling Karina van Santen en Martine Vosmaer, uitgever Podium)

De Avonden