Dracula weigert te sterven

Dirk-Jan Arensman ,

Een eeuw na zijn dood is de schrijver Bram Stoker onsterfelijker dan ooit. Geen boek maakte de vampier zo iconisch als zijn klassieker 'Dracula' uit 1897. Een boek dat nog steeds staat als een – niet eens zo vervallen – horrorkasteel.

Achteraf is het altijd makkelijk praten. En welke boeken de tand des tijds zullen doorstaan, dat kun je zelden voorspellen. Maar geestig is het, dat ene bijzinnetje in de necrologie van Bram Stoker die op 23 april 1912, drie dagen na zijn overlijden, in The New York Times werd afgedrukt. De anonieme laatste-eerbewijzer is complimenteus genoeg. Hij roemt de ‘lange, blonde Ier’ als jarenlange steunpilaar van de destijds wereldberoemde acteur Henry Irving en manager van diens theater, het London Lyceum. Onvermoeibaar, zakelijk en attent. (‘Hij onthield de gezichten en namen van iedereen die hij ooit ontmoette, of, als dat niet zo was, had hij in elk geval het vermogen je te laten geloven dat hij dat deed.’) Een geliefd man die, pas 64, veel te vroeg was gestorven. Gloedvolle woorden allemaal. Tot het over zijn schrijverschap gaat. ‘Diep verborgen in zijn aard zat iets van het Keltisch mysticisme,’ lees je dan, ‘dat hij in literaire vorm tot uitdrukking wilde brengen. Maar zijn verhalen waren, hoewel wonderlijk, niet van een memorabele kwaliteit.’
Zoals gezegd: helemaal kwalijk kun je het hem niet nemen. En van de twaalf romans die Stoker schreef, zijn er inderdaad elf hopeloos in de vergetelheid geraakt. Zijn debuut The Primrose Path (1875)? The Mystery of the Sea (1902) of The Lair of the White Worm (1911)? Weinigen zullen ervan hebben gehoord, niemand die er iets aan mist.
Maar toch: had iemand hem een tijdmachine gegeven, dan zou bij die journalistieke aflegger nu toch het schaamrood op de kaken staan. Niet memorabel? Precies een eeuw na zijn dood – op 20 april valt zijn honderdste sterfdag te gedenken – is de schrijver Bram Stoker onsterfelijker dan ooit!
Want, nee, hij was niet de eerste auteur die over vampiers schreef. Vergelijkbare schepsels waarden al eeuwen rond in volksverhalen uit China (waar ze ‘Ch’ng Shih’ heetten), India (‘Baital’) en Roemenië (‘Strigoi’). En John Polidori, de lijfarts van Lord Byron, publiceerde al in 1818 zijn novelle The Vampyre over een aristocratische bloedzuiger die verdacht veel van zijn werkgever weg had, volgens de overlevering bedacht tijdens hetzelfde vakantieuitstapje waarop Mary Shelley haar monster van Frankenstein schiep.

Onverwoestbaar
Maar geen boek dat de figuur zo iconisch maakte als Stokers verhaal over die griezelgraaf uit Transsylvanië, de gothic klassieker Dracula (1897). Elke latere reïncarnatie werd onvermijdelijk met zijn schepping vergeleken, beoordeeld als een waardige of teleurstellende nazaat.
En het aantal nazaten groeide de laatste jaren explosief. Van de tot kaskrakers verfilmde Twilight-reeks van Stephenie Meyers en de eindeloze stroom tienerboekklonen die haar succes veroorzaakte tot hitseries als True Blood en The Vampire Diaries: vampiers waren werkelijk overal. De zonschuwe wezens bestormden bioscoopzalen en boekhandels. Ze drongen zelfs door tot de collegebanken. In 2010 organiseerde ene Dr. Sam George aan de University of Hertfordshire de conferentie ‘Open Graves, Open Minds – Vampires and the Undead in Modern Culture’, en sindsdien kun je er afstuderen in de analyse van ‘vampierliteratuur’.
Geen wonder dat op het boekenblog van de Guardian middenin die hausse de woordspelige kop verscheen: ‘Thanks, but no fangs: enough with the vampire literature’. Je zou Stoker zijn culturele erfenis bijna kwalijk gaan nemen.
Dat wil zeggen: tot je zijn Dracula daadwerkelijk leest. Want wat hij er verder ook onbedoeld mee op zijn geweten heeft, het boek zelf staat nog steeds als een niet eens zo vervallen horrorkasteel. Hier en daar lekt er misschien een dakgoot of is een schoorsteen scheefgezakt, maar het gebouw als geheel is even elegant als onverwoestbaar gebleken. Voor een deel heeft die eeuwige jeugd te maken met de structuur ervan. Het verhaal van Jonathan Harker, de jonge Britse advocaat die op de eerste pagina’s naar het kasteel van de Count in de Karpaten reist om hem te helpen onroerend goed in Engeland te kopen, wordt verteld middels een waaier aan ‘authentieke documenten’ – dagboekfragmenten, brieven, uitgescheurde krantenartikelen -, wat weliswaar een oude vorm is, de epistolaire roman, maar toch iets moderns heeft en de suspense verhoogt.

Razend spannend
Stilistisch is Stoker meestal ook opvallend sterk, een man van bloemrijke maar net-nietovergeparfumeerde (sfeer)beschrijvingen en betrekkelijk natuurlijk klinkende dialogen. En als de graaf eenmaal op het spookschip de Demeter het Kanaal is overgestoken, en vanuit Whitby zijn verovering van het koninkrijk wil beginnen, barst de actie los. Geliefde vrouwen in Harkers omgeving, Lucy Westerna en zijn verloofde Mina Murray, worden belaagd en betoverd. Er wordt een klopjacht op touw gezet op de shapeshiftende indringer (die in een wolf of een vleermuis kan veranderen) onder leiding van de Amsterdamse (!) Professor Ambraham van Helsing. En dan is er nog Renfield, die krankzinnige die in een gesticht vliegen en spinnen eet om hun ‘levenskracht’ op te nemen en een mysterieuze band met Dracula heeft.
Natuurlijk, de vrouwelijke personages zijn van het type kwetsbare-deerne-in-nood. De karikaturen van Joden en zigeuners zou je nu ronduit racistisch noemen. En je komt soms vreemde slordigheden tegen, van elkaar tegensprekende berichten over hoe je een vampier wordt tot het feit dat de grote schurk in de finale geen staak door zijn hart gedreven krijgt. Maar meeslepend en razend spannend is het allemaal nog steeds. Uiteraard vooral door de vampier aller vampiers zelf.

Helse erotiek
Grote delen van het verhaal is hij niet eens lijfelijk aanwezig. Want niets is zo eng als een monster dat je niet ziet, maar waarvan je voortdurend weet dat het er is. Dat sluipt en sluwe plannen smeedt, in de schaduwen wacht tot het kan toeslaan. En als Dracula opduikt, is hij ook meteen een onvergetelijke verschijning. In zijn Balkankasteel, als lugubere gastheer met onder zijn snor een wrede mond ‘met merkwaardig scherpe, witte tanden’ die over zijn lippen steken. In Engeland, verjongd door het voeden, een duivels roofdier. Die scène waarin hij uit Mina’s aderen zuigt en zijn borst openrijt om haar te dwingen zijn bloed te drinken – het is pure lust, helse erotiek.
Dit is geen onbegrepen ziel die zwelgt in zijn noodlottige anders-zijn. Geen zijige gekwelde puber vermomd in sexy zwart, zoals Twilights Edward Cullen. Hij is nauwelijks charmant, niet goedhartig of dichterlijk melancholiek. Dit is het kwaad in ondoden lijve: afzichtelijk, immoreel en gewelddadig. Een beest gedreven door zijn instincten. Een vampier zoals die hoort te zijn, dus: met bite en bloed aan zijn tanden.
Ondertussen gaat de hype in 2012 vrolijk verder. Voor het Amerikaanse nbc wordt gewerkt aan een nieuwe Dracula-serie, die de producenten omschrijven als ‘Dangerous Liaisons meets The Tudors’. En binnenkort draait in de bioscopen Dracula 3D van regisseur Dario Argento, met Rutger Hauer in de rol van Van Helsing. Meesterwerken zullen het niet worden. Wel hernieuwde bewijzen van hoe vitaal Bram Stokers personage nog altijd is.