#CB12: Van Gerrewey wil niet voorlezen

Tom Klaassen ,

Er staan krap tien mensen in de Waterloo zaal als een woeste krullenbol de Vlaamse essayist en romancier Christophe van Gerrewey (1982) aankondigt. Langzaamaan druppelen de mensen binnen, zonder oog te hebben voor de schrijver die het podium betreedt. Ze komen duidelijk voor de band die aansluitend komt optreden. Van Gerrewey’s ster is, naar eigen zeggen, rijzende. Hij debuteerde dit voorjaar als romanschrijver met het goed ontvangen ‘Op de hoogte’.

GEZIEN
Christophe van Gerrewey, Crossing Border, Waterloo, 16 november 2012

LITERATUUR
Van Gerrewey studeerde architectuur en literatuurwetenschap in Gent en Leuven en schrijft essays en kritieken over onder meer architectuur, beeldende kunst en theater. In 2008 ontving hij voor zijn non-fictiewerk in Rotterdam twee ‘Prijzen voor de Jonge Kunstkritiek’. In april maakte hij zijn romandebuut met Op de hoogte, een boek dat zowel in Vlaanderen als in Nederland door de critici goed werd ontvangen. Hij publiceerde in 2010 al de verhalenbundel Vijf ziekteverhalen. Op de hoogte is een roman in briefvorm, een brief van een jonge Vlaamse schrijver aan zijn ex. Hij beschuldigt haar, zichzelf èn het leven, en onderwerpt gebeurtenissen en gedachten aan kritisch onderzoek.

PLUS
Van Gerrewey leest niet voor. Hij overziet de ingrijpende beperkingen van een optreden van tien minuten als het op voorlezen uit een roman aankomt en heeft ervoor gekozen niet voor te lezen. Hij legt uit aan het publiek waarom: lezen is een solitaire bezigheid, lezen hoor je te doen in stilte en afzondering, een zaal leent zich daar niet voor. Ook niet voor voorlezen. Verder kent hij als geen ander de beperkingen van zijn verhalen, en wil hij die beperkingen het liefst verborgen houden voor het publiek. En dat kan hij niet. Van Gerrewey vindt voorlezen uit proza dus onzin. Een sterk statement, waar wat voor te zeggen valt.

MIN
Van Gerrewey leest niet voor. Na een minuut of drie heeft hij zijn punt wel gemaakt, maar dan blijven er nog zeven minuten over. Dan wordt ineens pijnlijk duidelijk dat je in tien minuten best veel kunt vertellen, en daar had van Gerrewey kennelijk niet op gerekend. Hij herhaalt een paar keer dat hij de beperkingen van zijn verhalen niet bloot wenst te leggen, dat de tijd bijna om is, en dat hij het publiek te hoog acht voor een voorleesbeurt van een paar minuutjes. Dat is prima, maar het punt was wellicht beter overgekomen als de schrijver ervoor gekozen had deze mededeling te doen, om vervolgens het podium te verlaten.

CONCLUSIE
Van Gerrewey heeft een punt, maar doet er te lang over om het uit te leggen. Daardoor wordt zijn betoog een omzichtige herhaling van zetten, en zodoende een beetje vervelend.

CIJFER
6