#CB12: Tonnus Oosterhoff verzint waargebeurde verhalen

Laurance de la Porte ,

‘In hoge mate vernieuwende poëzie’, luidde het juryrapport bij de uitreiking van de P.C. Hooftprijs dit jaar aan Tonnus Oosterhoff. ‘Dat is toch wel de hoofdprijs,’ grinnikt Oosterhoff vanavond. Hij vond het wel 'een beetje specialer' dan alle andere prijzen die hij kreeg: een onderscheiding om nederig van te worden. ‘Het is toch haast alsof je wordt bijgezet, het voelt ‘pantheon-nig’.’

GEZIEN
Tonnus Oosterhoff, Crossing Border, Kings, 17 november 2012

LITERATUUR
Oosterhoff publiceerde sinds zijn debuut Boerentijger diverse dicht- en verhalenbundels, een roman, een verzameling essays, een toneelstuk en hoorspelen. De duizendpoot kreeg naast de P.C. Hooftprijs een hele trits andere prijzen voor zijn poëtische oeuvre. Zijn website geeft een mooi beeld van dat indrukwekkende dichtersrepertoire. Hij laat hier het vernieuwende aspect van zijn poëzie zien: zijn werk ontstijgt het papier. Oosterhoffs eerste gebundelde gedichten zijn nog ‘rechttoe rechtaan’ geschreven, maar op de website bewegen, verspringen en vervagen de woorden.

PLUS
Ietwat onwennig neemt Oosterhoff plaats op het podium, maar deze onhandigheid is tegelijkertijd zijn grote charme. Tijdens het interview wordt een mooi profiel van hem geschetst, en merkt de toeschouwer dat Oosterhoff niet alleen geestig is in zijn gedichten, maar ook in het echt. Een van zijn eerste banen was als reserve brugwachter 'van een brug van niks'. Hij kreeg de sleutel om in te vallen voor de ‘echte’ brugwachter als deze ziek was. Zijn schrijverscarrière begon hij bij vrouwentijdschrift Mijn Geheim, waar hij ‘waargebeurde verhalen’ verzon. In 1990 verscheen zijn eerste dichtbundel, die naar eigen zeggen door zijn vrienden niet eens werd gelezen, 'het blijft toch poëzie'. Desondanks bleef de dichter stug volhouden, uiteindelijk resulterend in de P.C. Hooftprijs. Wanneer hij voordraagt uit zijn werk wordt duidelijk waarom het goed is dat Oosterhoff geen reserve brugwachter meer is. De ietwat stuntelige geïnterviewde verandert in een ware voordrachtskunstenaar. Hij leest met verve voor uit zijn verzameld werk en de zaal valt stil.

MIN
De dichter staat geprogrammeerd na Edna O’Brien bij wie de zaal nog afgeladen vol is, maar de toeschouwers blijven niet hangen. Bij aanvang is de zaal, op een paar enthousiastelingen na, leeg. Verder lijkt het eerder een gesprek tussen twee vrienden dan een interview. Dat kan positief zijn, maar deze vrienden hebben aan weinig woorden genoeg. Te weinig voor het publiek om goed te begrijpen waar het over gaat. Een voorbeeld: ‘Het lijkt erop alsof je meer op de politiek gericht bent in je gedichten.’ ‘Ja dat komt misschien wel door de kinderen.’ Interviewer Victor Schiferli, tevens dichter, knikt instemmend: ‘Ja, dat heb ik ook wel.’

CONCLUSIE
Het interview geeft een mooi kijkje in de werkwijze en achtergrond van Oosterhoff, en de toeschouwer wordt ook nog getrakteerd op twee voordrachten. Helaas komt niet alles goed uit de verf. Oosterhoff zegt zelf na afloop weifelend tegen de interviewer: ‘Misschien hadden we het beter door moeten nemen van tevoren.’ Misschien wel ja, maar toch was het een mooi half uur.

CIJFER
7,5